Jan Gerritsz Kempher (±1645-1701)

 

Een leven als organist

Het oudst bekende gegeven van Jan Gerritsz Kempher dateert van 30 mei 1669 als hij met attestatie vanuit Hoorn (wonende in de Kruisstraat) vertrekt naar Monnickendam. Op woensdag 12 juni wordt hij, "jonghman van Hoorn", aangesteld als klokkenspeelder van Monnickendam in de plaats van de zieke Dirck Jans Velsen. Jan Kempher ontvangt een tractement van ƒ 300,-- per jaar; tot het overlijden van Velsen ontvangt hij slechts de helft van dit bedrag, maar Dirck Velsen sterft al op 15 augustus dat jaar. Begin 1676 vraagt Kempher om een verhoging van zijn tractement, maar dit wordt niet toegestaan. Of deze honorering meegespeelt heeft is niet bekend, maar Jan Kempher wordt op 15 augustus 1678 aangesteld als organist in Kampen (Broederkerk), waar hij de overleden Hendrik van Bentheim opvolgt. Zijn tractement als organist is ƒ 350,--, maar tegelijkertijd ontvangt hij ƒ 35,-- per jaar als muziekleraar op de Latijnse school. Een jaar later wordt hij tot organist en klokkenist van de Bovenkerk aangesteld in Kampen; zijn tractement is inmiddels opgelopen tot ƒ 450,-- per jaar, met een woning in het huis bij de kerk, hoek Nieuwestraat. Een tweede organist -Johan David Drillinger- neemt de taken waar die hij tot dat moment in Kampen uitvoerde.

bovenkerk_kampen.gif (38332 bytes)
Toren van de Bovenkerk in Kampen

Blijkbaar is Jan Kempher een gevraagd man en een goede onderhandelaar als het om zijn inkomen gaat: in 1684 wordt hij door Hoorn gevraagd om daar te komen werken, waarvoor men hem een tractement van ƒ 500,-- in het vooruitzicht stelt. Jan legt dit echter voor aan zijn huidige werkgever en zegt te willen blijven als hij in Kampen hetzelfde bedrag krijgt. Jan Kempher blijft in Kampen want hij krijgt het gevraagde salaris.

In de zomer van 1691 komt Jan Kempher naar Alkmaar om als een van de vier sollicitanten voor te spelen voor een gezelschap van muzikanten, die de burgemeesteren van de stad adviseren. De meesten geven de voorkeur aan Kempher. Ruim tien jaren later, op 21 december 1701 om precies te zijn, sterft Jan Kempher in zijn muzikale harnas: hij werd "op het kleine orgel in dronkenschap gestorven gevonden".

 

Het gezin van Jan Kempher

Er is vrijwel niets bekend van het leven van het gezin Kempher. Wanneer en waar hij precies met Aldegonda Burggraaf in het huwelijk is getreden is niet bekend, laat staan hoe hij in contact kwam met de familie Burggraaf, die zich vermoedelijk tot de toenmalige middenklasse kon rekenen. Bekend zijn uit zijn eerste huwelijk:

  1. Gerrit (Gerard), doop Monnickendam 23-6-1675, overleden Alkmaar 19-10-1737
  2. Johanna Wilmijna (Johanna Willemina), doop Monnickendam 18-2-1677, overleden 1755
  3. Johannes, doop Kampen 26-11-1679, overl. vσσr 1-10-1688
  4. Geertruyt, doop Kampen 18-8-1682, begraven Alkmaar 8-2-1746

Wellicht is Aldegonda Burggraaf kort na de geboorte van dochter Geertruyt overleden; er is echter geen spoor van haar overlijden gevonden. In 1688 huwt Jan Kempher opnieuw, met de uit Blokzijl afkomstige Pieternella Stellingwerff. Ook uit dit huwelijk sproten kinderen voort:

  1. Catharina, doop Kampen 23-10-1689, verm. jong overleden
  2. Ida, doop Kampen 12-7-1691, tr. (Ida Kenjers) Blokzijl 17-5-1722 Klaas Henriks Smit; woont 1747 in Blokzijl
  3. Johannes, doop Alkmaar 24-3-1697
  4. Katrijna, doop Alkmaar 21-10-1698, tr. ( Katharina Jans Kemfers) Blokzijl 24-8-1721 Pieter Jans Meijrink (1695-1779); woont 1747 in Blokzijl

Na het overlijden van Jan Kempher in 1701 in Alkmaar worden een inventaris en boedelscheiding van de boedel van dit echtpaar opgemaakt waaruit blijkt dat er bezittingen waren te Blokzijl en Hoorn. Petronella Stellingwerf is vrijwel zeker naar haar geboorteplaats Blokzijl teruggegaan met de nog jonge kinderen uit haar huwelijk. De beide dochters Ida en Johannes Kempher huwen te Blokzijl en wonen daar nog in 1747 als mede-erfgenamen van hun overleden tante Geerruij.

 

als u niet in een frame staat klik dan hier


gvdewit.gif (7938 bytes)