Familie Van IJsselstein in de 16de eeuw - VERVOLG
Op zoek naar een vader Floris en zoon Willem van IJsselstein 

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Genealogisch materiaal

unknown.gif (921 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

naar de vorige pagina


FRAGMENT - 2

[Opstelling n.a.v. publikatie in Ons Voorgeslacht (1980, pag. 548, 1984, pag. 540-542 en 1987, pag. 769-770)]

[Eerstgenoemde Willem van Egmond, heer van IJsselstein zal identiek zijn aan de door Dek genoemde persoon, zoon van Arend heer van Egmond en IJsselstein (1340-1409); de aanvullende door Dek genoemde basisgegevens zijn kort weergegeven bij de personen van deze tak]

I Willem van Egmond (1387-1451)

Heer van IJsselsteyn

Dek: geb. 1387, was een trouw volgeling van de elect Jan van Beieren, werd 1421 tresorier van Holland, kreeg in 1436 IJsselstein van zijn broeder, lid van de Raad van Holland, stierf 31 December 1451, begraven in de kerk te IJsselstein. Hij huwde, huw.voorw. 1 maart 1442, Anna de Hennin, dochter van Wouter de Hennin, heer van Bossu en van Subylla van St. Wijnoxbergen, gest. in febr. 1478, begraven in Den Haag. Zij huwde eerder Jacob van Borselen, heer van Brigdamme, Zoutelande en St. Laurens, bezweken 16 jan. 1426 aan zijn verwondingen, opgelopen in de slag (13 jan.) bij Brouwershaven, zoon van Claas II heer van Borselen en Maria van Arnemuiden (zie Ned.Leeuw 1927, blz. 328)

Bastaarden:
1. Airnt, kind van Hillegona Henrick Hugoscoutsdochter - volg II
2. Yolente, overl. v 26-5-1509, tr. Tielman Oom van Wijngaarden of Godschalck Jansz van Wijngaarden
3. Katharina, tr. Jan Oem van Wijngaarden
Dek: noemt Yolente en Katharina niet, maar wel de bastaarddochter Bely van IJsselstein, huwde Baarthout van Rietwijk

In het Arch. van het Agathaklooster (in Delft): Yolante van Jselsteijn, Maenboek 1482 [GN, 1965, pag. 126]

Volgens een ms.-genealogie Oem van Wijngaerden uit het begin der 17de eeuw in de collectie Van Attevelt (Rijksarchief Utrecht) was Jan Oem van Wqngaerden gehuwd met Catharina, natuurlijke dochter van heer Willem van Egmondt en van IJsselsteyn. [NL 1952, kol. 94]

 

Repertorium op de grafelijke lenen in de Krimpenerwaard, 1220 - 1650 - Ammers
7. 20 pond hollands jaarlijks op de tol van Ammers, (1432: die nu in Schoonhoven ligt).:

31-3-1487: Tielman Oom van Wijngaarden voor Jolenta van IJsselstein, zijn vrouw, bij overdracht door Jacob Pijn Pijnsz., te komen op Willem, zoon van Jan Oom van Wijngaarden en Katharina van IJsselstein, haar zuster, LRK 120 c.Zd.Holland fo 12v.
26-5-1509: Willem Oom van Wijngaarden bij dode van Jolenta van IJsselstein, zijn tante, LRK 123 c.Nd.Holland fo 16v-17. [OV 1987, pag. 328]

De leenkamer van Dirck van Zanthorst (1451-1736): Wassenaar - 1 morgen land in het ambacht Zuydijck:

14-2-1491: Godschalck van Wijngaerden Jansz., gehuwd met Yolente van IJsselsteijn, na overdracht door Willem Willemsz. (C, f 48v).
3-3-1512: Jan Oom van Wijngaerden bij dode van zijn vader Godschalck Oom van Wijgaerden na verzuim (D, f 42). [OV 1978, pag. 77]

Repertorium op de lenen van de hofstede Putten 1229-1650 - Geervliet:
274. De tiende van Schiekamp (1392: in Nieuwland: 1395: in het ambacht van heer Simon van Markenburg), (1472: jaarlijks 9 pond 10 s. waardig):

1-2-1495: Godschalk Oom van Wijngaarden voor Margaretha, zijn dochter, bij overdracht door Tielman Oom van Wijngaarden, zijn broer, met lijftocht van Joienta van IJsselstein, diens vrouw, LRK 121 c. Arkel fo. 20. [OV 1979, pag. 220/2211]

Repertorium op de grafelijke lenen in Albrandswaard en Riederwaard (1199-1648) - Albrandswaard:
1-3-1437: Heer Willem, broeder tot Egmonde, heer van Isselsteyn, na overdracht op 26-2-1437 door heer Gerijt van Zijl, ridder, die op 27-2-1437 belooft de op het leen verzekerde lijfrenten van jonkvrouwe Mary, heer Alewijnsdochter van Rijzoirde, non te Koninxvelt, groot 12 vrancrixe schilden en van jonkvrouwe Jan Kerstantsdochter van den Berge, gehuwd met Herper van der Werve, groot 5 nobel, op ander goed over te brengen en zegelt: een adelaar (A. inv.nrs. 8 en 94):
22-9-1447: Aernt, bastaardzoon van heer Willem van Egmond, heer van IJselsteyn, raad en kamerling van de leenheer, na overdracht door zijn vader, bij kinderloos overlijden te versterven op zijn zuster Yolente, bastaarddochter van zijn vader en bij gebreke van haar op de leenvolger van zijn vader, behoudens de lijftocht van zijn moeder Hillegonde Henrick Hugescoutsdochter (A. inv.nr. 13) [zie ook: NL 1961, kol. 383].
28-7-1465: Confirmatie voor de belasting van het leen door Arent de bastaard van IJselsteyn met een jaarrente van 4 pond groot Vlaams te behoeve van Willem van Zwieten, eerste griffier van Holland, natuurlijke zoon van wijlen Boudijn van Zwieten, gedaan op 26-5-1465 en bezegeld door hem: gevierendeeld 1 en IV: 3 kepers waarover een barensteel met 3 hangers, 11 en 111: . . . . , en door Jan Scout Claisz.: een dwarsbalk. Een en ander omdat hij de zoon van de leenheer, de graaf van Chairoloys, in Vrancrijck moet dienen met paarden en gezellen (A. inv.nr. 31).
6-4-1467: Confirmatie voor de belasting van het leen door Aernt de bastaard van IJselsteyn met een jaarrente van 2 pond groot Vlaams ten behoeve van Willem van Zwieten, natuurlijke zoon van Boudijn van Zwieten, op 12-2-1467 onder de zegels van Adam van Cleve, leenman van Holland: geschuinbalkt van 6 stukken, meester Heynric van de Mije, doctor in beide rechten: 3 palen, waaroverheen een hoofdbalk, en Ghijsbrecht van de Mije: 3 palen (A. inv.nr. 30).
12-10-1467: Aernt die bastaert van IJsselsteyn, heer van Albrantswaert, geeft aan Gerrit van Abbenbrouck ter bedijking uit een aanwas buiten langs de zeedijk van Albrantswaert, strekkende van de heerlijkheid en de zeedijk van Portegael west-waarts tot in de Oude Maze en langs de Oude Maze zuidwaarts tot het einde van de stenendijk van Albrantswaert. Het poldertje zal uitwateren door deze waard, vrij van bede zijn, maar wel onder de hoge en lage jurisdictie vallen (A. inv.nr. 128).
4-10-1506: Christoffel van IJsselsteyn heer Airentsz. bij dode van zijn broer heer Jacob van IJsselsteyn, die het leen had gerfd van zijn broer heer Willem van IJsselsteyn, die beiden binnen een jaar na de dood van hun vader heer Airnt de bastaard van IJsselsteyn zijn overleden en draagt het leen over aan zijn neef Willem van Wingairden, baljuw van de Haich (A. inv.nrs. 14 en 15).
8-1-1512: Christoffel van IJselsteyn bekent te hebben ontvangen van zijn neef Willem Oom van Wijngaerden, baljuw van den Hage 6 pond groot Vlaams (A. inv.nr. 34). [OV 1987, pag. 223/224]

 

 

II - Airnt van Ysselsteyn (bastaard) (..-1504)

Overl. circa 1504, ridder, heer van Allbrantswaert, raad en kamerling van de leenheer.

Dek: kastelein van Woerden, ridder, overleed zeer oud in 1530 (zie Gouthoeven, pag. 127) [HdW: dit overlijdensjaar is onjuist!], huwde Barbara van Borselen, dochter van Floris van Borselen heer van Cortgene, en van Barbara van Wassenaar(?)

Oudste zoon:
1. Willem (bastaard) - volg III
Andere zonen:
2. Willem van Ysselsteyn (ov. tussen 19-3-1504 en  4-10-1506, overl. binnen een jaar na overl. van zijn vader; overl. vr zijn broer Jacob)
3. Jacob van Ysselsteyn (ov. voor 4-10-1506, overl. binnen een jaar na overl. van zijn vader)
4. Christoffel van Ysselsteyn, genoemd 1506, 1512
Dek: noemt geen bastaardzoon Willem (III), maar wel de andere drie zonen; daarnaast geeft Dek nog 10 kinderen uit dit huwelijk (volgens Gouthoeven)

Noot: gegevens toegevoegd van zijn vader en van hemzelf volgens het Repertorium op de Grafelijke Lenen in Albrandswaard en Riederwaard (OV 1987, pag 221 e.v.)

Akten in het rijksarchief te Mons - 1. Familiearchief De Clerque Wissocq de Sousberghe inv.nr. 495: "Register van de landen, losrenten, lijfrenten, custingen, huyssen tuebehoerende Pieter Pietersz. van der Burch, beginnende anno 1575":

12-10-1467: Aerent de bastaard van Yselsteyn, heer van Aelbrantswaert, geeft aan Gerrit van Abbenbrouck ter bedijking tot zomer- of winterland uit een aanwas, gors, slik of rietbroek, gelegen langs de zeedijk van Aelbrantswaert, strekkende van de zeedijk en heerlijkheid van Poortegael westwaerts tot in de Oude Mase en langs de Oude Mase zuidwaarts tot aan het zuideinde van de stenendijk in Aelbrantswaert. Omdat het nieuwe land moeilijk zal kunnen afwateren als gevolg van de grote toename van de zee, mag het door Aelbrantwaert uitwateren. Door de te verwachten hoge kosten van dijken zal het land vrij zijn van bede, maar niet van heervaart, waarin het met het Oudelant zal worden aangeslagen gemetsgewijs. Het blijft vallen onder de hoge-, middele- en lage rechtspraak en onder het tiendrecht, groot en smal, van de ambachtsheer, die tevens de door de bedijking tot droge dijk geworden dijk zal aanvaarden (f.67). [OV 1987, pag. 91]

Zegels in het archief van de hooge heerlijkheid Albrandswaard (o.a.):

Arent van IJsselstein, heer tot Albrandswaard. 26-5-1465. Schild gevierendeeld: I en IV 3 kepers met een barensteel van 3 hangers, II en III niet herkenbaar. Helm met vederbos. [OV 1961, pag. 42]

Zie voor verdere gegevens van Aernt bij zijn vader!

 

 

III Willem van IJsselsteyn [bastaard] - (..-vr 1530)

Overl. voor 23.9.1530, tr.(1) huw.voorw. 19.3.1504 Marie, bastaarddochter van Philips Ruychrock van de Werve, Raad van Holland,

Op het moment dat de huw.voorw. werden opgemaakt bracht Willem o.m. in een stuk land bij Woerden en geld van zijn broer, Heer van allbrantswaert
Noot: Naast de bastaarddochter Marie was er ook een dochter uit het huwelijk van Philips Ruychrock met de naam Marie; op 30.4.1520 assisteert Willem van IJsselsteyn haar

tr.(2) ca. 1511 Adriana (Ariaentje) Arts (Aerts)

Kinderen:
- eerste huwelijk [OV 1984, pag 540]:
1. een dochter, overl. Delft 1518 of 1519
- tweede huwelijk [Weeskamer Rotterdam, inv.nr. 580, fol. 116verso]:
2. Heyltgen (Heylwich), geb. ca. 1512, tr. Heynrick Heynricks van Peterssum
3. Ariaentje, geb. ca. 1519
4. Clais, geb. ca. 1521
5. Barber, geb. ca. 1525
6. Willemken, geb. ca. 1526 - volg IV

 

De leenkamers van de heren van Egmond - De lenen van de hofstede IJsselstein, 1310-1656:
‘s-Gravenhage: 99. 3 morgen land in Haagambacht:
31-5-1500: Godschalk Oom van Wijngaarden bij dode van Jan Oom van Wijngaarden, zijn vader, 3 fo. 221.
22-11-1510: Willem, bastaard van Arnout van IJsselstein, ridder, voor Jan Oom van Wijngaarden bij dode van Godschalk, diens vader, 3 fo. 221. [OV 1983, pag. 483]
Acten betreffende Schieland en Oost-Delfland c.a. - X11. Rijksarchief te Namen, AA. Archief Chateau de Corroy:

482. 19-3-1504: Phillips Ruychrock van de Werve, raad van Hollant, Floris van Wijngaerden Jansz., raad aldaar, Willem Oem van Wijngaerden, alle 3 broers, enerzijds, en Willem van Ysselstein, oudste zoon van wijlen heer Airnt van Ysselsteyn, ridder, heer van Ailbrantswaert, maken huwelijkse voorwaarden tussen Willem, bastaardzoon van genoemde heer Airnt, en jonkvrouwe Marie, bastaarddochter van genoemde Phillips. Willem brengt in 6 morgen land bij Woerden; een jaarrente van 2 pond groot, verzekerd op de heerlijkheid Ailbrantswaert, die hij van zijn vader heeft ontvangen; een eenmalige uitkering van 10 pond groot Vlaams door zijn broer als heer van Ailbrantswaert; 100 kronen van 24 st. contant. De bruid krijgt van haar vader, volgens grafelijk octrooi d.d. 1-3-1490 tot het goeden tot maximaal 20 pond groot van zijn beide bastaarden Joost en Marie, de helft van 75 gemet bedijkt land in Grisorde, bij kinderloos overlijden te versterven op haar broer Joost respectievelijk d e nakomelingen van haar vader. Met de zegels van Phillips: een dwarsbalk, vergezeld van een barensteel met 3 hangers, van Florijs: een dwarsbalk beladen met een uitkomende leeuw, boven vergezeld van 9 blokken 5, 4 en beneden van 5 blokken 3, 2, en van Willem Oem: als het vorige, en van Willem van Ysselsteyn: een dwarsbalk beladen met 2 naast elkaar geplaatste . . . .(rietbundels?), boven vergezeld van 11 bolletjes 6, 5 en beneden van 7 bolletjes 4, 3 (inv.nr. 289). [OV 1987, pag. 769-770]

Weeskamer Rotterdam Nr. 580 - 116v 23-9-1530:
Ariaentgen Willem van Idsselsteyns weduwe bewijst Heyltgen 18 jaar, Ariaentgen 11 jaar, Clais 9 jaar, Barber 5 jaar, Willemken 4 jaar, haar weeskinderen bij wijlen Willem van IJsselsteyn. Waarborg huis en erf op de Middeldam, Lysbet Boeckelsdr. OZ en Hase Jacob Mathijszs weduwe WZ.
18-5-1543: Claes Willemsz. en Heyltgen Willemsdr. voldaan door Ariaen Aertsdr. hun moeder. Op dezelfde dag ook Willem en Barbara ten volle betaald.
15-5-1543: De brief gehaald door Ariaen Aertsdr.
[OV 1980, pag. 548]
Het oudste bewaard gebleven gifteboek van Rotterdam, Gemeentearchief Rotterdam,
Archief van Schepenen nr. 481, anno 1538-1546:
- n.n. (75)
Ariaen weduwe van Willem van IJsselsteyn met hgv hand [=met haar gekozen voogds hand] gga [=geef gifte aan] Jan Cornelisz. hee [=huis en erve] o.d. Middeldam bindend., Gerijt Jansz. die
vleyshouwer OZ en Ariaen vsz. zelf WZ. Voor v.d. l/z straat tot achter in de sluis, met 1 pond groot eeuwige rente en 1/2 pond groten Vls min 71/2 st. losrente per jaar. [OV 1981, pag. 168]
- 18.3.1541 (152)
Ariaen Willem van IJsselsteyns weduwe met hgv hand gga Jan Cornelisz. hee op de Middeldam. Gerrit Jansz. vleyschouwer OZ en Arien zelf WZ. Van de 1/2 straat tot achter op de sluis. Bezwaard
met 11 1/2 pond Holl. per jaar. Waarborg op de oude gift en 3 zondagse geboden. [OV 1981, pag. 197]
- 10.5.1542 (227)
Adriana Aertsdr. Willem Van IJsselsteyns weduwe met hgv hand gga Zier Jansz. vleyshouwer hee op de Middeldam binnendijks, Jan die Wit scoemaker OZ en Arien lacobsz. Tromp WZ, voor van de 1/2 straat tot achter als beheind, met contract dat men het nu bestaande licht niet zal mogen betimmeren en de goot OZ half en half te houden en actie houdende op de goot WZ. Bezwaard met 10 kgld. 10 sts per jaar. Waarborg de oude gift. [OV 1981, pag. 228]
Emerentia van Woerden van Vliet was een dochter van Huybert en Anna van Zuylen van Nyevelt (zie o.a. Batavia Illustrata, pag. 1137, le kolom). Zij was in eerste huwelijk getrouwd met Gysbert van Bronckhorst, zoon van Joost en Ida Ruychrock van de Werve en, blijkens het bovenstaande, 2e met Pedro Martinez de Arata en 3e met Thomas Lovel. Omtrent haar zijn nog enkele bijzonderheden te vinden in een acte van het Hof van Holland (H. v. H. No. 580, acte 173) van 10 Juni 1590, zijnde een proces gevoerd over een haar toekomende rente van 16 ‘s jaars tegen haar broeder Anthonis en haar zwager van IJsselsteyn. Zij stierf a 1605, kinderen liet zij niet na. [NL 1941, kol. 275]

 

 

IV - Willem Willems van IJsselsteyn (1526-..)

Geb. ca. 1526, genoemd in proces sententie Hof van Holland 8.10.1550 samen met zijn moeder [OV 1984, pag. 540-542]

 


FRAGMENT - 3

[Opstelling in hoofdlijnen volgens Dek, "Genealogie der Heren en Graven van Egmond"; zie voor verder voorgeslacht in dit boek; gegevens van de laatstgenoemde Willem zijn later gecorrigeerd]

I Alexander van IJsselstein [bastaard] (..-1597)

Bastaardzoon van Maximiliaan van Egmond, heer van Gameren, behoorde in 1566 tot het Compromis der Edelen, lid der Ridderschap van Nijmegen, overl. 1597, tr. Agnes van Haeften, dr. van Johan van Haeften, heer van Gameren en Lucretia, bastaarddochter van Reinold III heer van Brederode

Jonker Alexander van IJselsteyn, gehuwd met Agnes van Haeften, genoemd in index vestbrieven Breda 12-7-1577 [SA Breda, R 481, fol. 125]

Zie ook hieronder bij zijn zoon Maximiliaan

 

II Maximiliaan van IJsselstein (..-vr dec.1600)

Heer van Gameren, lid Ridderschap Nijmegen, overl. voor of in 1600, tr. 1597; tr. Tiel (huis Zoelen) 8-8-1590 Anna Arntsdr van den Berch van Nijmegen. Zij verkocht Gameren in 1618, overl. na 1629 en hertrouwde met Christoffel Storm van Werle

Trouwboek Tiel 1582-1612 :
1590 Augustus 8. Jr. Maximiliaen van Iselsteijn, soon van den Edelen ende Eerenvestenn Alexander van Iselsteyn, met Anna van den Bergh Arntsdr. Dese ondertrow is op ‘t huyss te Zoelen, in beider der contrahenten ouders ende vryendtschappen presentie ende consent geschiet. Testes: J. Maximiliaen (sic) van Iselsteyn, dess bruydegoms vaeder ; J. Charll Vygh , h. tot Zoelen ende Christiaen van Benthem, lantschrijver.
Bevesticht den 6. October A 1590. [HdW: het artikel meldt abusievelijk twee maal het jaar 1690!]
[NL 1931, kol. 279]
In het artikel "Anna Maria Storm van Werle, gravin van Bronckhorst-Batenburg en hare naaste verwanten" door Mr. A.P. van Schilfgaarde:
In verband met de jaren en den leeftijd (zij huwde circa 1636), kon wel reeds aangenomen worden, dat de gravin van Bronckhorst-Batenburg een dochter was van Anna van den Bergh, weduwe Storm van Werle. Intusschen was de mogelijkheid van verdere vondsten niet uitgesloten, daar het bovengenoemde huwelijkscontract van 1563 op verwantschap met een Nijmeegschen burgemeester, Wichman van den Bergh, wees. Al terstond gaf het in 1608 beginnende oudste doopboek van Nijmegen een belangrijk gegeven: 1609 November 22. Gedoopt Maria. Vader: capitein Storm; moeder de vrouwe van Gameren. Getuigen: Beeltgen van den Berge en Isselsteyn.
In het trouwboek terugzoekend vond ik: Ondertrouwd 1604 December 30: Joncker Christophorus Storm van Werlen, luitenant onder capitein Waldorff, en joffr. Anna van den Berge, weduwe wijlen N. Iselstein. Gehuwd 30 Januari 1605. Getuigen : Capitein F. Ehrentruyter. Bronckhorst.
(.....)
Slechts het eerste huwelijk van Anna van den Bergh, vrouw van Garneren, bleef nog eenigszins in het duister. Ik mocht de huwelijksacte te Nijmegen niet vinden en in de Bibliographie van Gelderland stond niets vermeld over de heerlijkheid Garneren, die geen leen was. Het aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa hielp mij reeds eenigszins op weg, geheel duidelijk werd mij de zaak eerst doordat ik in de kroniek van Gouthoeven vond (sub Brederode), dat Reinout van Brederode-Vianen (1493-1556) een bastaarddochter Lucretia had, die huwde met Jan van Haeften, heer van Garneren. Dit echtpaar had o.a. een dochter Agnes van Haeften, na den dood (1573) van haar broeder -den befaamden Dirk van Haeften, gouverneur van Zalt-Bommel -vrouwe van Gameren, en gehuwd met Alexander van Buren, bastaardzoon van Maximiliaan van Egmond, graaf van Buren en Leerdam, heer van Yselstein, etc. Hun zoon Maximiliaan van Buren huwde met Anna van den Berghe uit Nijmegen. Blijkbaar stond deze Maximiliaan van Buren beter bekend als Maximiliaan van Yselstein (Nader bleek mij, dat ook in d’Ablaing, De Ridderschap van Nijmegen, blz. 186 vermeld wordt: Willem van Yselstein, heer van Gameren, zoon van Maximiliaan en Anna van den Bergh welke laatste in 1613 Garneren aan Jacob van Randwijck verkocht, en hertrouwd was met Christoffel Storm tot Werle. Ten onrechte wordt echter aan genoemden Willem van Yselstein eene Judith aan Beynhem Hendriksdr. als vrouw gegeven, daar deze laatste reeds op 2 Dec. 1600 als weduwe van een Willem van Yselsteyn te Nijmegen met jhr. Lodewijck van Brackel hertrouwde). [NL 1930, kol. 353-358]

 

Wapen van IJsselstein. - Welk wapen werd door deze familie gevoerd, waartoe de volgende personen behoorden ? Alexander van IJsselstein, (bastaardzoon van Maximiliaan van Egmond, graaf van Buren en IJselstein,) was dagelijksch heer van Garneren als erfgenaam vanwege zijn vrouw, Agnes van Haeften, van haar moeder, Lucretia van Brederode: weduwe van Johan van Haeften. (Alexander was een van de Verbonden edelen, blijkens J. W. te Water, Historie van het verbond en de smeekschriften der Nederlandsche edelen, 3e stuk, blz. 400, en wordt bij Mr. G. van Hasselt, Stukken voor de Vaderlandsche Historie, blz. 260 en 310, genoemd als drager van den geuzenpenning aan een rooden sluier). Reeds op 26 Januari 1566 komt hij als gehuwd voor. Hij stierf tusschen 4 Aug. en 17 Nov. 1597, en zijn weduwe na 12 Nov. 1599. Hun zoon, Maximiliaan, stierf tusschen 12 Dec. 1598 en 27 Juli 1600, en had bij Anna van den Bergh (uit Nijmegen volgens S. van Leeuwen, Batavia illustrata, blz. 890,) vijf kinderen. Anna hertrouwde vr 3 Oct. 1608 met Christoffel Storm van Werle, die 27 Juni 1615 dood was. Zij leefde nog 20 Mei 1625, evenals de kinderen uit haar eerste huwelijk, n.l. Willem die volgt, Alexander, Maria, Lucretia en Sibylla. Willem, dagelijkse heer van Garneren, verkocht dit 26 Juli 1617. (verscheen in de ridderschap van Nijmegen 1616 en 17, en was getrouwd met Judith van Beynhem.) Joffrouw Sibylla van IJsselsteyn, ondertrouwde als wede van jonker Gerhard van Holtsbrugge, te Arnhem 27 Aug. 1642 met jonker Johan van Meurs ; getuigen waren joffer Elisabeth van Marnichoven genaamd Meurs, en Gijsbert, van Meurs.
Het bovenstaande, behalve hetgeen tusschen haakjes staat, is ontleend aan de geloftesignaten van de bank van Zuilichem.
[Nav. 1895, pag. 522/523]

 

III Willem van IJsselstein

Heer van Gameren, verscheen 1616/1617 onder de Ridderschap van Nijmegen

1618: Jacob van Randwijck koopt de heerlijkheid Gameren van Willem van IJsselstein [tijdschr. Tussen de Voorn en Loevestein 1992, pag. 192; N.B.: hij wordt in dit artikel als zoon van Alexander en Agnes van Haeften aangeduid!]

 

Vermoedelijk deze Willem van IJsselstein betreffende:

Leenhoven van de heren van Vianen 1292-1666 - Lenen buiten het land van Ameide - Gameren:
11A. De smaltienden van Gameren.
7-6-1627: Gijsbert Schook te Utrecht voor mr. Cornelis van Krimpen, zijn zwager, bij overdracht door Willem van IJsselstein, 27/2 fo. 95-96. [OV 1985, pag. 426]

 


FRAGMENT - 4

[Opstelling volgens Dek, "Genealogie der Heren en Graven van Egmond"; deze opstelling is een correctie op een eerdere lijn, waarbij laatstgenoemde Willem (x Judith van Beijnhem) een zoon werd genoemd van Maximiliaan van IJsselstein, die weer een zoon was van Alexander bastaard van IJsselstein]

I Willem van IJsselstein

 

II Willem van IJsselstein

Overl. vr dec 1600, tr. Judith van Beijnhem, dr. van Henrick van Beinum, burgemeester van Nijmegen; zij hetr. 2-12-1600 als weduwe van jonker Willem van IJsselstein met jonker Lodewijck van Braeckel (en Judith?)

Zie ook de gegevens onder Fragment 3, bij Maximiliaan van IJsselstein!


FRAGMENT - 5

[Losse vondst]

Willem van IJsselsteyn

Genoemd 1549 en 1555 ("jonckheer Willem van Ysselsteyn") als eigenaar van het adellijk Bronckhorster goed onder Velp bij Grave, volgens een losbrief van 3 vat rogge aan de pastorie van Velp.

Kasteel Bronckhorst, Bronckhorsterweg te Velp: voor het eerst in de 15e eeuw genoemd; "Gijsbrecht van Bronckhorst, heer van Batenburg en Anholt was in 1456 in het bezit van het kasteel. Hij droeg zijn bezit op aan Herman Smit, juwelier te Nijmegen. In 1469 werd het goed overgedragen aan Jan van den Broek. In 1472 werd het verkocht aan Tieleman van den Broek. In 1549 werd Willem van Ysselsteyn gelukkige bezitter. Een eeuw later verkochten de erven Van Ysselsteyn het kasteel aan Johan van der Gheest."; rond 1860 werd het kasteel afgebroken en de restanten werden opgenomen in de nieuwbouw van een klooster [http://www.kasteleninbrabant.nl/pages/bronckhorst.html]

Op 7 januari 1631 kopen Johan van der Gheest en Mechtildis Cornelissen echtelieden het goed van de Jonkheren Maximiliaan, Christoffel en Floris van Ysselstein, opvolgers van Willem
[Taxandria 1899, pag. 149]

NOOT (1): Raad van Brabant 1586-1811, inv.nr 788.294 (RA Noord-Brabant): Maximiliaan van IJselstein, in Velp (land van Ravenstein), tevens als lasthebber van zijn moeder Elisabeth Becker, en als voogd kinderen van Floris van IJselstein, en voor zijn zuster Maria, contra Johan van Hout, waard in De Horiaan in Den Haag, intervenirend voor Wouter van Riemsdijk, burgemeester van Grave, als koper van huis Het Goude Vlies aldaar: eigendom 1/5 voornoemd huis, 1613 [www.archieven.nl]
"inzake eigendom van huis het Gouden Vlies in de Borgstraat te Grave (uitgang poort in de Kerckstraat) op 7 mei 1582 door jr Frederick van Ysselsteyn en jr Maximiliaen van Ysselsteyn, mombers van de kinderen van +jr Hans van Ysselsteyn bij Agnes van Galen, nl. Christoffel en Henrick van Ysselsteyn getransporteerd aan Jan van Holt * Claesken" [RANB, archiefnr. 19, Haagse Raad v.Brabant, procesdossiers civiel, 788, nr. 294]

NOOT (2): Bovenstaand nummer betreft een procesdossier. Blijkens de inventaris Raad van Brabant, deel 5, indices civiele vonnissen, wordt Floris ook genoemd in inv.nr 818 (1609-1634), de vonnissen nr 2206 (samen met Maximiliaan) en nr 2318 (samen met Maria en Maximiliaan). [info v. H. Plankeel]

NOOT (3): Bronkhorstergoed, Velp, 1513 (2), 1532. Toegang: typeschrift. Nummer toegang: 7101, 3 charters. [aanwezig vlgs. online  inventaris (brabantarchieven.nl): Streekarchief Grave, particuliere archieven en collecties; vlgs. Taxandria 1899, pag. 149 was dit goed echter in 1537 nog niet in handen van een Van IJsselsteyn]


FRAGMENT - 6

[Losse vondst]

I    Willem van IJselsteyn (..-1586)

Gehuwd met Aleyde Peter van Overacker.

Vermoedelijk is hij het die poorter van Breda is geworden op 5-3-1565.
Genoemd in het notarieel archief Breda in de periode 1567-1574 en in de vestbrieven vanaf 1575.
In dezelfde periode komen ook voor in de vestbrieven van Breda: Christoffel van IJselsteyn (1581) en Jan Cornelis van IJselsteyn, gehuwd met Maerghen Anthonis Denijs Oirlmans (1616) en de jonker Alexander van IJselsteyn (1577; zie Fragment 3)
In stukken van de Raad van Brabant (uit 1613) wordt als overlijdensjaar van Willem 1585 genoemd. Deze stukken betreffen een regeling van de nalatenschap van Willem, omdat er na het overlijden van hem -bijna 20 jaren daarvoor- geen regeling is getroffen. Willem bezat diverse huizen (o.a. op de Molengracht buiten de stad Breda) en landerijen (o.a. onder Ginneken).

1611 - Jacob Janss Ratton * Peeternelle Willems van Yselsteyn en Jan Jaspers van Schoonenborch mede qq voor zijn broers en zusters als kinderen van Barbara Willems van Yselsteyn  erfgenamen onder beneficie van inventaris van Willem van Yselsteyn de oude
vs de weduwe en kinderen van Pauwels van Biestraten als crediteuren van + Willem van Yselsteyn;
Willem, overleden voor 17-2-1611 bezat het omwatert huysch, het neerhoff huysinge schure koye ende huysinge op de hoeve midtsgaders de erve daer aen ende toe behoorende gelegen op den Molegracht, eensdeels onder Breda ende voorts onder Ginnekenen nog een omwaterde woning en meer goed totaal 4041.18.4.  en 1900 aan schulden oa aan Willem van Yselsteyn de jonge, nu zijn rechtsopvolgers
[RANB, archiefnr. 19, Haagse Raad v.Brabant, procesdossiers civiel, 299]

Kinderen:

  1. Barbara van IJselsteyn, o.tr(2). Breda (schepenen) 24-10-1594 als weduwe van Jasper Jans van Schooneborch sone met Jan Henricx Desar, van Ludick, soldaat
    kinderen (eerste huwelijk):
    a. Wilhelmus, d. Breda (r.k. Brugstraat) 30.11.1586
    b. Catharina, d. Breda (r.k. Brugstraat) 28.5.1589 
    kind (tweede huwelijk):
    c. Jan, genoemd in stukken Raad van Brabant in 1613 wonend te Princenhage
  2. Neeltje (Peternelle), tr. Jan Jansz Patton, overl. voor 1612(?), wonend te Zundert
  3. Willem van IJselsteyn; volgt II

 

II    Willem van IJselsteyn

Gehuwd met Elisabeth Jan Matheeussen de Wilde.

Wellicht is hij het die poorter van Breda werd op 12-11-1584 (zijnde afkomstig uit IJselsteyn).
Genoemd in de vestbrieven van Breda vanaf 1578 (akte van zijn vader).

Kinderen:

  1. Johannes, d. Breda (r.k. Brugstraat) 14.9.1582
  2. Maria, d. Breda (r.k. Brugstraat) 21.1.1585

FRAGMENT - 7

[Losse vondst]

Willem van IJsselsteyn

Baljuw van Rotterdam

Archief van Schepenen, Rotterdam Gemeente-archief nr. 760 - "Schuldboek anno 1521-1526" (memoriaal):
(94v) 14-10-1523: Bouwen Geerytsz. die molenaer debit Katrijn Bouwensdr. Zijn moeder 17 pond groot Vlaams, te betalen in 4 termijnen. Waarborg de halve wind-molen en erf bij de Delftse poort, waartoe het geld dient en op al zijn goed.
20-10-1523: (doorgehaalde acte) zie 95v en 96v. Willem van IJsselstein, baljuw van Rotterdam, als stedehouder van Cornelis van Spaengen, sciltknape, verklaart ontvangen te hebben uit handen van Pieter Claesz. Vos van Schellingwout de som van 936 rinsgulden van 40 groten per stuk, inzake de koop van een hulkschip, dat Cor-nelis Boem van Danswijck tot Rotterdam ingebracht heeft. En Willem van IJsselstein vrijwaart Pieter Claesz. Vos van alle schade, moeite of belangen, die hij in verband hiermede zou ontmoeten, enz.
(95) 20-10-1523: (doorgehaalde akte). Kwam nn. van Aemstelredam en heeft verklaard ontvangen te hebben uit handen van Willem van IJsselstein, baljuw van Rotterdam, de som van 423 rinse guldens van 40 groten per stuk en nog 100 mark pruisisch, 16 stuivers voor de mark, volgens Cornelis Boemes "hanteycken", die hij Michiel Boselair, poorter tot Danswijck, gegeven heeft en die Comelis Boem zelf tot Danswijck heeft geschreven. Borg ter vrijwaring van Willem van IJsselstein nn.
(doorgehaalde akte) Dezelfde kwijting zonder naam voor een som van 292 rinsgld. volgens handtekening van Comelis Boem, die hij Aernout van der Schellinck gegeven en verleden heeft en door Cornelis Boem zelf geschreven.
Los vel met de bewuste betalingsopdracht ("hanteycken") van Comelis Boem en geadresseerd: den ersamen mr. Kornelis Janse- int Lam to Rotterdam sal de breff h. 1523.
(95v) 19-10-1523: Comelis Claesz. die molenaer debit Geeryt Geerytsz. die molenaer 15 pond groot Vlaams. Te betalen 4 pond gereed en nog 7 jaartermijnen. Waarborg de halve windmolen en het halve hee waartoe het geld dient, staande aan het einde van de Lombertstraet, de stedevest NZ en Goessen de smit ZZ.
Willem van IJsselstein, baljuw van Rotterdam, verklaart ontvangen te hebben uit handen van Pieter Claesz. Vos van Scellingwout 5 12 rinsgulden van 40 groten per stuk, inzake de koop van een hulkschip, dat Comelis Boem toebehoord heeft en dat hij, baljuw, verkocht heeft volgens zekere "hantgeschrifte", acte en vonnis
van schepenen in Rotterdam. Bezegeld door de baljuw, Willem van IJsselstein. Claes Doedenz., wonende tot Aemstelredam, optredende namens Louweris Fick, wonende tot Danswijck, heeft verklaard ontvangen te hebben van Willem van IJsselstein, baljuw van Rotterdam, de som van 5 12 rinsgulden en hij belooft deze som
weer terug te geven indien iemand daar meer aanspraak op zou kunnen maken, ten-zij aan de baljuw of aan Pieter Claesz. Vos. Hij verklaart zich tevens borg voor laatstgenoemde. [OV 1987, pag. 209]
Archief van Schepenen, Rotterdam Gemeente-archief nr. 760 - "Schuldboek anno 1521-1526" (memoriaal):
(96v) (vermoedelijk oktober 1523) Jacob Schaep, wonende tot Aemstelredam, handelende namens Aernout van der Stelling, wonende tot Danswijck, heeft verklaard te hebben ontvangen uit handen van Willem van IJsselstein, baljuw van Rotterdam, 292 rinsche guldens van 40 groten per stuk. En Jacob Schaep belooft deze som terug te zullen geven aan de baljuw of aan Pieter Claesz. indien er iemand meer aanspraak op zou maken. Hij verklaart zich tevens borg voor Pieter Claesz. voor deze som. Willem van IJsselstein, baljuw, verklaart ontvangen te hebben van Pieter Claesz. vsz. de som van 936 rinsgulden van 40 groten per stuk, inzake de koop van het hulkschip dat aan Comelis Boem heeft toebehoord en dat hij volgens brief, acte en vonnis van schepenen in Rotterdam heeft verkocht. Hij stelt zich borg ten opzichte van Pieter Claesz. voor mogelijke schade hieruit voortvloeiende. En indien niemand meer aansprak zou hebben dan Claes Doeden en Jacob Scaep en hiervan bewijs gaf met een bezegelde schepenbrief van Rotterdam, dan belooft de baljuw deze penningen terug te geven aan Pieter Claesz. vsz. [OV 1987, pag. 210]
(129v) 23-9-1524: Jacob Claesz., wonende tot Delft, debit Pieter Willemsz. Biscop 100 rinsgld. van 40 groten per stuk, te betalen in 4 jaartermijnen. Waarborg 2 huizen en erven in het Oostvierendeel waartoe het geld dient, Maritgen Stevens weduwe OZ en Symon Harpersz. WZ. Heinric Pieter Eilgisz. debit Kers Matijsz. van Ruuven 43 pond groot Vlaams, te betalen in 7 jaartermijnen. Waarborg hee op de Dortschen steiger, geheten Tmuyeryaeshooft, waartoe het geld dient en op al zijn goed. Borg Jacob Pieter Eilgisz.
Burgemeesters en raad van Rotterdam oorkonden dat Willem van IJsselstein, baljuw en schout, Huych Claesz., Jan Pieter Jansz. Willem Wolffersz., Jacob Claesz., Meelis Jansz. en Jan Ghijsbrechtsz. van Zuelen, schepenen in Rotterdam onder ede verklaren dat op 6 aug. j.l. voor de vierschaar te Rotterdam kwamen Joris Heinricxz. als eiser t.e.z. en Cornelis Pieter Eilgisz. als verweerder t.a.z., beiden onze medepoorters, inzake de schadekoop van een huis en erf, staande en gelegen in het Oostvierendeel, dat Joris Heinricxz. Cornelis vsz. aangeboden heeft te leveren onder voorwaarde dat Comelis vsz. brief en borg zou geven van deze koop. Comelis verklaarde dat hij niet verplicht was hierop te antwoorden, tenzij voor een poortgeding. Maar Joris vsz. repliceerde en zei, daar hij gelijk bedongen had brief en borg, was Cornelis schuldig om terstond te antwoorden en niet op een poortding, zodat hij vonnis begeerde. Schepenen hebben vonnis gewezen, dat Cornelis schuldig was aan een kenning te gaan of zijn woorden te belijden. Joris Henricxz. heeft daarop de kenning gewonnen en dat Cornelis vsz. schuldig is hem te geven brief en borg van de koop van het vsz. huis, ingevolge het recht van de stede binnen 8 dagen. En Comelis vsz. had hieraan niet voldaan, niet binnen 8 en niet binnen 14 dagen, hoewel hij minnelijk genoeg vanwege de baljuw, burgemeesters [OV 1987, pag. 295]
 

FRAGMENT - 8

[Losse vondst]

Willem Willems van IJsselsteyn

Genoemd te Utrecht 1551-1567, huwt Anna Petersdr.

Deze Willem van IJsselstein komt voor in de klappers van de transportregisters in het gemeente-archief van Utrecht in de periode 1557-1567. Hij is ongetwijfeld dezelfde persoon als de Willem Willemsz van IJsselstein die voorkomt in een overzicht van personen die in Utrecht in stukken voorkomen als 'burger' in de jaren 1551/1552. Deze laatste Willem is van beroep kistemaker. Ook andere Van IJsselsteins komen voor en deels worden ook beroepen weergegeven (allen handwerkslieden). Maar ook bijvoorbeeld Aernt van IJsselstein wordt genoemd in 1449.

1551/1552 - genoemd in de Rekeningen van de Thesaurier of 1ste kameraar, fol. 43-verso

1552 - genoemd in het Buurspraakboek, fol. 185-verso

21.4.1556 - genoemd als koper in een transport van alinge huisinge en hoffstede, wz. Nijestraet, gekocht van Hillegont Thomasdr. (wed) en Peter Janss Uutenweerdt [fol. 72]

3.2.1557 - genoemd als koper in een transport van een huijsinge en hoffstede, wz Nijestraet, gekocht van het Convent van Nazareth (of Cellebroeders St. Augustijns) [fol. 58/59]

3.2.1557 genoemd als verkoper (plecht) van de huijsinge en hoffstede aan Convente van de Cellebroeders binnen Utrecht [fol. 59/60]

17.3.1561 - testament van Willem Willemsz van IJsselstein en Anna Petersdr.: de roerende en onroerende goederer komen op de langstlevende [fol. 82]

2.9.1561 - genoemd als verkoper van alinge huijsinge ende hoffstede, wz. Nijestraet, aan de St. Anna Broederschap in St. Katrijnekerck in de Nijestraet [fol. 42/43]

6.5.1563 - genoemd als koper van een huysinge ofte camer met een erf met een poortje uitgaande in Schroijckgenspoort, gekocht van Elysabeth dr. van Rijcout Lubbertsss van Scherpenzeel [fol. 90]

11.2.1566 - verkoopt 3 voet erf, wz. Nijestraet, met het gebruik van de Schrijkenspoort in de Regulierstege als doorgang aan Jan Lambertss [fol. 76]

20.12.1566 - verkoopt (plecht) aan Jan van Voerdt linge huijsinge ende hoffstede, genaamd Rotterdam Vunthangt(?) [fol. 75a-76]

17.2.1567 - verkoopt (plecht) aan Gelis van Schaijck, brouwer, alinge huijsinge en hoffstede [fol. 88-90]

Wellicht is er bij de volgende vondsten sprake van dezelfde persoon/personen ??:
** 4-6-1553 octrooi om te testeren Willem van Ysselsteyn wettich
[ARA Brussel Rekenkamers 20789 1552/1553 f. 32v]
** 9-7-1585 beneficie van inventaris voor Adriaenken Peeters weduwe Willems van Isselsteyn om te aenveerden het sterfhuys desselfs haers mans [ARA Brussel Rekenkamers 20794 1.1.1585-30.9.1585 f. 8]

In hetzelfde transportregister komt verder de naam Willem van IJsselstein niet voor. De enige link hiermee is nog:

30.11.1543 - Adrijana Willem van IJsselsteijns wed. koopt de helft van de alinge huijsinge ende hoffstede wz. Begijhove van Goerdt van Voerd Goerks gehuwd met Geertruijt


FRAGMENT - 9

[Losse vondst]

Mr. Floris van IJsselstyn

Betreft: Korte Kroniek van het kasteel Duurstede

1527. - Na den dood van Filips van Bourgondie kwam Duurstede aan zijn opvolger, Bisschop Hendrik van Beyeren. Het Bisdom Utrecht ver-keerde destijds door gedurige twisten en oorlo-gen in den treurigsten toestand. Karel, Hertog van Gelderland, wilde hem van zijne heerschappij vervallen verklaren, doch de oorlogskans keerde hem weldra den rug toe.
1528 - Door list gelukte het de Bisschoppelijke krijgsmacht Utrecht te her-winnen en op bevel van Bisschop Hendrik van Beyeren werden zijne tegenstanders onthoofd en van de gevangenen,  welke naar het kasteel Duurstede werden gevoerd, liet hij de beide kanunniken Nr. Antonis van Venrode en Mr. Gerrit Kuynretorf, in lederen zakken genaaid, in de rivier de Lek  verdrinken. Doch het einde van dit eenmaal zoo machtige Bisdom was spoedig daar en was het Hendrik van Beyeren onmogelijk aan al den tegenstand op den duur het hoofd te kunnen bieden. In het Nedersticht was Duurstede en de stad Wijk, alles wat hem overbleef. Hij wendde zich om hulp tot de Landvoogdes, die daartoe wel bereid was, mits het Opper- en Nedersticht de wereldlijke heerschappij van Keizer Karel V zoude erkennen.
1558 - De regeling der voorwaarden van dien afstand had tusschen Hendrik van Beyeren en Mr. Floris van IJsselsteyn op Duurstede plaats.

[A.N.F. 1885, pag. 37]

 

naar de vorige pagina


gvdewit.gif (7938 bytes)

laatste wijziging van deze pagina: 28 december 2003