Wetten en ordonnantien der wezen 1614
(Amsterdam)
-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 


Uit: Johannes Isaakszoon Pontanus, Historische Beschrijvinghe der seer wijt beroemde Coop-stadt Amsterdam, (facsimile) 1968, oorspronkelijk 1614, blz. 291-298 

 

 

Wetten en ordonnantien der Weesen

Volghen de Wees-meesters / welckers ampt is / dat in de Voochdije der Weesen bedienen / de welcke onder jarich noch zijnde van een oft van beyde van hare ouders berooft worden: Dese hebbe ick boven aengewesen dat tweesins verstaen worden: Want of die zijn sodanich den welcken van de afghestorvene Ouders niet oft seer weynich tot onderhoudt des levens door erffenisse oock nae ghelaten is: oft soodanighe den welcken na het overlijden van haere Ouders goederen ghenoech van de selve naghelaten werdt. Hoe dat de eerste vanden Magistraet nu overlanghe voorsien zijn / is hier te vooren / als wy van het Wees-huys spraken / ghenoechsaem bewesen gheweest. All moeten wy tot dese Weesen vande tweede orden comen. Want al hoe wel over dese / de Ouders overleden zijnde / by Testament een voocht gestelt zy / soo zijn zy nochtans ghehouden door sekere Wetten ende op sekere wijse de Wees-meesters van dese Camer te erkennen. Welck ampt ghemerckt het een wtnemende ghetrouwicheydt ende voornamelicke heylicheydt des levens vereyscht / soo worden sodanighe mannen tot dit Office ghecoren / die publijcke ampten bedient hebben / ende van aensienelicke vromicheydt zijn. Ende daer zijnder meestendeels drye in ghetale / ende worden ghemeynelic Wees-meesters / ende hare plaetse Wees-kamer ghenoemt. De wetten die hier toe dienen / vinde ick sodanighe te zijn.

I.

In den eersten sullen de Borghemeesteren deser stede inder tijd wesende / alle jare ontrent Lichtmisse eligeren ende stellen dry ofte vier / indient hem oorbaer dunckt / eerbare notabele persoonen / seven Jaren deser stede poorteren gheweest hebbende / oudt wesende veertich jaeren / oft daer ontrent / die generale macht ende authoriteyt sullen hebben over den weesen ende onmondige kind / die binnen deser stede ende haere vreyheydt woonachtich zijn / ende omme haren goeden binnen en oock buyten deser stede gheleghen / ten meesten oorbaer te administrere / doen administreren / regart en toesicht daer op te nemen.

II.

Item soo wanneer yemandt aflijvich wort / tsy Man ofte Vrouwe / ende Weesen oft onmondighe kinderen achterlaet / sal alsdan den Dienaer vande Prochie Kercke daer onder sulcken Man ofte Vrouwe ghestorven sal wesen / die ghewoonlick is de baer ende Banen voort sterfhuys te bestellen / ghehouden worden den Clerck van de Wees-camere / voor ende al eer d'aflijvighe begraven sal zijn / aen te gheven de name ende woonstede van alsulcken aflijvighe / op de verbeurte van zijnen Dienste. En sal den Clerck voorsz. de voorschreven name ende woonstede schuldigh zijn aen te reeckenen in een Registere / het welcke hy daer af houden sal / mits dat soo de voorsz. Dienaer / als de Clerck daer af hebben sullen elck eenen halven stuyver voor haren salaris. Ende sal hier nae de Bode vande Wees-camere / als hem des by den Wees-Meesteren belast sal wesen / den overghebleven Man of Vrouwe / oft anderen die het behooren sal / verdachtvaerden te come ter Wees-camere / op sulcken dach als den Wees-Meesteren ghelieven sal / voor welcke bootschap de voorschreven Bode mede sal hebben eenen halven stuyver / al te verlegghen by de Wees-camere / ende wederomme te verhalen aen de goeden vanden Wees-kinderen / die ter Wees-camere bewesen sullen werden.

III.

Item dat Vader oft Moeder / die van hen beyden int leven blijft / ghehouden sal wesen by den Wees-Meesteren te comen / omme te verrichten / ende der Wees-kinderen goet te bewijsen / ende te Wees-boecke te brenghen / ter presentie en daer over geroepen zijnde de naeste vrienden vanden aflijvigen / die by huys wesen sullen / ende dit binnen ses weken na de begravinge des overledens /op de pene van twaelf karolus guldens. Ende des niet te min ghehouden te blijven bewijs te doen: ten waere nochtans hem ofte haer overblijvende / by de Vrienden / omme redenen hem daertoe moverende / toeghelaten worde langher tijt te ghenieten en / omme bewijs te doen / oft sonder bewijs te doen / inden goeden onghedeelt te blijven sitten / die daer van indien ghevalle voor den Wees-Meesteren / expresse verclaringhe ghehouden sullen zijn te doen / ende te laeten teyckenen int Registere van de Wees-camere / in bywesen vanden overbleven al binnen den tijdt voorschreven.

IIII.

Item soo en sal niemant / t'zy Man ofte Wijf / vertichten of scheyden van zijne kinderen / of hy sal aenbrenghen by Inventaris / ende in gheschrifte stellen / ende pertinentlic overleveren allen den goeden meubelen ofte immeubele / Huys Erfven / Pachten / Rente / Schepen / Gelt / actien / Schulden / ende Ontschulden / hoe die ghenoemt moghen wesen / midtsgaders / Silverwerc / Riemen / Cleynodien / Cleederen / ende alderhande Huysraet / die zy met haren Man oft Wijf ghehadt / ende tot haren doot beseten hebben. Ende dit ghesterckt by Eede / die ontfanghen sal worden by den Wees-Meesteren / die daer toe geautoriseert worden. Ten waere die Vrienden oft Voochden vanden naeghelaten kinderen / sonder al sodanighen Inventaris te leveren / met Vaeder ofte Moeder overghebleven / by advijs ende consent vanden Wees-Meesteren / veraccordeerden / oft gheraden dochte anders daer inne te doene, met expresse verclaringhe / als vooren.

V.

Maar indien Vrienden ofte Voochden voorschreven Inventaris versochte te hebben / soo sal die vertichter schuldigh wesen t'selve te leveren als vooren verhaelt is. Ende indien men in sulcken ghevalle / eenighe goeden bevint versweghen ende inden Inventaris niet ghestelt te wesen / sal 't selve versweghen goet / sonder eenige contradictie comen / ende blijven tot voordeele ende profijte vanden kinderen der aflijvighen. Ten waere den overghebleven oft Vertichter / by Eede verclaeren wilde niet willens ende wetens die goeden verswegen te hebben.

VI.

Ende so verre yemant hem vermeten ofte segghen soude willen byden aflijvigen / gheen goeden achtergelaten / ende den Boel meer ten achteren / dan te vooren te wesen / sal alsoodanighen nochtans daermede niet moghen volstaen / noch van bewijsinge vry sijn / voor ende eer hy Inventaris in behoorlicke formen als vooren / met schulden ende onschulden / overgelevert sal hebbene / daer by t'selve alsoo te zijne claerlicken blijcken sal mogen / ende dit al binnen den tijt voorschreven. Ten waere dat de vrienden vanden aflijvighen / by consent vanden Wees-Meesteren / accordeerden ende te vreden waren / datter geen Inventaris ghelevert en werde.

VII.

Item indien daer geen Vrienden te vinden oft te becomen en waren / om t'bewijs te ontfangen / soo sal Vader ofte Moeder overblijvende / op de Wees-camere comen binnen der tijde voorschreven / ende den Wees-Meesteren leveren suffisanten Inventaris / ghesterckt by Eede als dat behoort / ende dien navolghende scheyden oft bewijs doen.

VIII.

Item oft ghebeurde / dat eenich Boelhouder / oft Boelhouster / hem ofte hare soude willen behelpen met eenige Testamenten / by den overledene ghemaeckt: sal nochtans ghehouden wesen te leveren Inventaris ende bewijsinghe te doen / ende den Eyghendomme van den goeden te Weesboecke te brenghen.

IX.

Item waer't sake dat Vader en Moeder beyde storven / sonder haeren kint ofte kinderen bewijs ghedaen te hebben / so sullen d'outste ende naeste van Vaders ende Moeders zijde / bewijs doen vande goeden by den selven overleden achterghelaeten / ende t'selve te Boecke brenghen als vooren.

X.

Indien Vader ofte Moeder / oft eenige andere Boelhouder ofte Boelhouster / begheerde ende bereedt ware / binnen der tijt ende manieren voorschreven / de naghelaeten kinderen te bewijsen / ende de Vrienden oft Voochden versocht zijnde / voor de Wees-Meesteren te compareren / daertoe niet verstaen en wilden / ende sonder eenighe Redenen onwillich bevonden worden / so salmen den selven onwillighen / tot drie diversche reysen / t'elcken op eenen sekeren prefixen dach / by den Dienaer van de Wees-Camer doen toepen / omme te aenhooren t'ghene dies aengaende ghedaen sal werden / ende ten derdemale niet compererende sullen de Wees-Meesteren alsoodanighen bewijs moghen ontfangen / ende sal de bewijser als dan daer mede volstaen / en van breucken vry zijn / ende sullen de dessaulanten gheroepen zijnde / als vooren / elcke reyse verbeuren des stuyvers.

XI.

Ende oft de kinderen van d'een sijde bewesen waren / te weten oft de Vader bewijs ghedaen hadde van s'Moeders Erfve / so sal na des Vaders doot d'outste ende naeste van des Vaders zijde den kinderen voor Wees-Meesteren bewijs doen van't Vaders Erfve / ende heeft de Moeder bewijs ghedaen van't Vaders Erfve / soo sal nae des Moeders doot d'outste ende naeste van s'Moeders zijde den kinderen bewijs doen van s'Moeders Erfve. Ende dit al binnen den tijt voorsz. op de verbeurte van ses Karolus guldenen / ende evenwel ghehouden te blijven bewijs te doen als vooren.

XII.

Dat oock nae t'bewijs gedaen sal zijn / alle de Brieven oft Schultkennissen / ende andere goeden bewesen zijnde / terstont op de Wees-camere ghebrocht sullen werden / omme aldaer bewaert te worden alwart oock dat anderen paert ende deel daer inne hadden.

XIII.

Item indien eenighe vande Wees-Kinderen tot haeren jaeren niet gecomen zijnde / staende int Wees-Boeck oft niet / op Institutie van yemant erfghenaem gemaect waeren / al waert oock dat eenighe anderen hare selfs Voocht zijnde paert ofte deel daer inne hadden / soo sal nochtans de Boelhouder / ofte die hem met den Boel is bemoeyende / ghehouden zijn binnen ses weken / na des Testateurs overlijden / over te leveren in handen vanden Wees-Meesteren / in presentie vande naeste vrienden oft Voochden der voorschreven kinderen / behoorlick Inventaris van allen den goeden by den Testateur achter gelaten / omme dien achtervolghende d'erffenisse na vermogen den Testamente te schiften / scheyden / deelen / ende voort alsulcken paert ofte deel / als den kinderen sal competeren / ofte toeghevallen zijn / alwaert oock met anderen ghemeen / terstont op de Wees-Camere te brengen als vooren. Op de pene van twaelf Carolus guldens.

XIV.

Item sullen insghelijcx alle Legaten / Donatien / Gifte / oft anders hoe die ghenaemt moghen zijn / de Wees-kinderen by yemandt besproken / oft ghelegateert / by den Erfghenamen oft Testamenteurs / indien daer eenighe zijn / op de Wees-Camere te Boecke / ende in handen vanden Wees-Meesteren gebrocht werden al binnen desn tijdt / ende op de boete voorschreven.

XV.

Item datmen alle meubele goederen / als Huysraet / Cleederen / Juweelen / Cleynodien / ende anderen den kinderen aen bestorven / oft by verrichtinge toe ghevallen / int openbaer sal op veylen ende vercoopen / den meest daer voor biedende. Ende dit ter presentie van den Vrienden / indien hem ghelieft present te zijne / ten waere den selven Vrienden ende Voochden vanden kinderen by advyse vanden Wees-Meesteren / ommeredenen / daer inne anders te doen gheraden dochte.

XVI.

Itē sullen de gene / t'zy de Vader oft Moeder haren kinderen bewijsende eene somme van penningen / gehouden wesen d'selve penningen terstont op de Wees-Camere te brengen / omme tot profijte vanden selven kinderen beleyt te worden / oft indien de Ouders de selve penningen begeerden onder hem te behouden / sullen daer voren stellen goede vaste Ypoteecke binnen deser stede / ofte ten minsten suffisante Borge / en dit tot discretien vanden Wees-Meesteren ende der Kinderen Vriende oft Voochden.

XVII.

Ende soo wie hem onwillich maeckte / ende ghebreckelicken ware te volcomen al t'gheene hier voren vande verrichtinge / oft aenbrenginghe der goeden erffenisse / oft legaten den kinderen ghemaeckt verclaert staet: Salmen met twee Schepenen doen inne legghen / ter tijt ende wijle toe / hy verrichtinghe gedaen sal hebben / sonder middeler tijdt te moghen wtgaen / oft eenighe neeringhe doen / op verbeurte elcke reyse van vijf Carolus Guldenen.

XVIII.

Item sullen des niet te min de Wees-Meesteren / terstont nae de expiratie vande ses weecken / moghen gaen ter woonstede vanden onghehoorsamighen / ende doen aldaer by haren Clerck / ter presentie vanden Vrienden vanden overleden / oft indiē daer gheen Vrienden en zijn / vande naeste Ghebueren / allen den goeden inden huyse wesende Inventarieren / ende den selven ontwillighen / voorts by Eede doen verclaren / oft daer eenighe andere goeden zijn / oft ten tijde van d'aflijvicheydt vanden overleden gheweest zijn / boven t'ghene alsoo binnen den Huyse ghevonden sal werden.

XIX.

Item alle de voorgaende Articulē sprekende vander verrichtinge binnen ses weken / salmen verstaen als de overleden Vader ofte Moeder aen een natuerelicke ofte ghemeen siecte gestorven sal zijn / maer indien yemant vande Peste / oft andere heete contagieuse ofte voortspruytende sieckten ghestorven ware / so salmen alsdan mogen volstaen / de verrichtinghe oft bewijsinge te doen binnen den tijdt van twaelf weken / nae de doodt vanden lesten overleden / op pene vooren van vertichtinghe verclaert.

XX.

Item oft gebeurde dat de Vrienden van de Wees-Kinderen / buyten deser Stede woonachtich waren / ende hen binnen den voorschreven tijt niet bequamelicken binnen deser Stede souden connen gevinden. Soo sal den vertichter ghehouden wesen t'selve den Wees Meesteren voor d'expiratie vande voorsz. tijdt te kennen te gheven / ende versoecken een redelicke bequaemen tijt / omme den Vrienden te beschrijvē / daer inne de Wees Meesteren doen sullen so na redene behooren sal: Ende gehouden wesen binnen den behoorlicken tijdt van ses ofte twaelf weecken voorschreven te leveren behoorlich Inventaris in handen vande Wees-Meesteren.

XXI.

Item dan alle aenwasse ofte profijte t'zy by fortuyne van Coopmanschap / ofte by besterffenisse ende anders / hoe t'selve ghenoemt mach werden / t'welck Vader ofte Moeder aencomē sal mogen / na den voorsz gheprefigeerden tijdt van bewijs te doen / sal soo wel wesen ende comen tot profijte vanden Kinderen / als van Vader oft Moeder / sonder dat de Kinderen eenige schade dien den Boel eenichsins overcomen soude moghen hebben / oft lijden sullen / maer sal de selve schade alleen ghedraghen / ende geleden werden by Vader ofte Moeder / die hem onwillich gemaect sal hebben bewijs te doen.

XXII.

Desghelijcx sal oock de belastinghe van Rentē / ofte anders / die by Vader ofte Moeder voor date vant bewijs / in eenigher manieren ghedaen soude moghen werden / alleene comen tot laste van des Ouders goeden / die alsulcken belastinghe ghedaen sal hebben / ende der Kinderen goet altijt suyver ende onbeswaert blijven / sonder dat Vader ofte Moeder de conditie vanden overghebleven kinderen eenichsins beswaren / vercorten oft verquaden sal moghen.

XXIII.

Overmits oock vele Inconvenienten / questien / ende gheschillen / daghelicx rijsen door t'weder Houwelicke sonder voorgaende bewijs den kinderen gedaen te hebben / soo Ordonneeren mijne Heeren voorschreven / dat van nu voortaen niemandt t'zy man ofte wijf / weesen oft onmondige kinderen hebbende / hem sal vervorderen weder te houwelicken / voor ende eer hy oft zy den overgebleven weesen in manieren als vooren / rechtelicken bewesen of met de vrienden by accoorde overcomē zijnde / den goeden den kinderen by sulcken accoorde toeghevonden / te Wees-Boecke ghebracht sal hebben / op de pene in dien man ofte wijf deur blijckelicke versuymenisse ter contrarie dede / te verbeuren het achtste paert van zijne / oft haer eyghen goeden / tot behoef van zijne ofte hare kinderen voorschreven.

XXIV.

Item alle de kinderen / die Vaderloos oft Moederloos zijn / worden alhier geheeten weesen / ende onmondich, ende niet bequaem / om haer eyghen Voocht te wesen voor dat zy XXV. jaeren oudt sullen wesen / ende sullen tot den selven jaere toe blijven onder voochdije en toesicht vanden Wees-Meesteren / haren Vrienden ofte Voochden / ten waere dat zy tot Houwelicken oft Geestelicken staet ghecomen / oft by Raede van den Wees-Meesteren / ende goedtduncken van haere vrienden ende Voochden ghemancipeert / oft selfs Voocht gemaect worden.

XXV.

Indien nochtans de Wees-Meesteren met die ghemeene Vrienden ende maghen om deuchdelicke redenen / hem daertoe porrende / niet gheraden dochte alsulcken persoonen totten voorsz. jare ghecomen / oft ooc ghehouwelickt zijnde / to[t]ter Voochdije te stellen / soo salmen den selven onder Voochdije laten en tot den Wees-Boec niet doen / oock hoe oudt zy van jaren zijn.

XXVI.

Item so langhe Wees-kinderen oft anderen onder voochdije noch zijnde /met haren goeden int Wees-boeck staen / en sullen zy heuren goeden niet moghen vercoopen / versetten / beswaren / noch vervreemden in eeniger maniere / ten ware / die Wees-Meesteren met die Vrienden ofte Voochde sulxc gheraden dochte / ende expresselicken daer innen consenteeren.

XXVII.

Ende soo wie met den voorsz. Wees kinderen oft anderen onder Voochdije / en int Wees-boec noch staende / contraheerde / coste ofte vercoste / speelde ofte hemluyden leende / oft borchde / buyten consente als voren / hoogher dan twintich stuyvers / t'selve sal van gheender weerden wesen / ende en sal daer over gheen Recht gedaen werden: Oock hoe oudt van jaren zy zijn. Ende sal daer en boven de gene die alsulcke persoonen eenich gheldt borchde / leende / of met speelen afwonne / arbitralick gecorrigeert werden.

XXVIII.

Alle Wees-kinderen schulden / die te boec verleden zijn / oft sullen werden / midtsgaders alle t'ghene voor Erffenisse by Vader oft Moeder / oft by andere bewesen oft tot voordeele vande kinderen overghebrocht sal werden / salmen moghen innen met Loos-panden / ende eyghen panden teghens den ghenen / die de schult bekent / oft t'voorschreven bewijs ghedaen sal hebben / in allen schijne oft voor schepenen ghepasseert en de verleden ware.

XXIX.

Sullen insghelijcx alle overcomsten / beloften / borchtochten / midtsgaders allen anderen actien / die in eenighen saken des Wees-kinderen oft anders / wiens goeden op de Wees-Camere berustende zijn / voor Wees-Meesteren ghepasseert sullen werden / van ghelijcke cracht zijn als voren.

XXX.

Item alle Brieven Wees-kinderen toebehoorende / ende inden Wees-boecke staende die tot haeren macht zijn / als de Wees-kinderen daer aen comen: Die en sullen in gheender wijse verkeeren / verouden of vergaen moghen oock hoe oudt van jaren dat zy zijn.

XXXI.

Voorts nopende d'onderhout der kinderen bewesen zijnde / sullen Vader oft Moeder in leven blijvende / volghende d'oude usantie schuldich wesen haren kinderen t'onderhouden / in cost ende cleeren met behouden goet / om die vruchten van t'bewijs tot haren jaren toe / te wetē die Sonē tot XVIII jaren / ende de Dochters tot vijfthien jaren hoe sober ende cleyn die vruchten oock wesen moghen / sonder oock te moghen genieten eenighe incompste oft profijte van den goeden / den kinderen by eenighe dispositie Testamentarie / gifte / donatie oft over eenige andere manieren aengecomen / oft die hem noch aencomē sullen mogen / van des vaders of moeders zijde oft yemant anders / ten ware de maeckinge ofte gifte den kinderen also ghemaeckt / by expres sulcx verclaerde / oft by den Wees-Meesters om redenen anders verstaan soude moghen werden / daer inne alsdan tot discretie der Wees-Meesteren / ende by advijse van der kinderen Vrienden ende Voochden gedaen oft metten Ouders veraccordeert sal werden.

XXXII.

Item den tijt van d'onderhout / in manieren als vooren gheexpireert zijnde / sal nochtans Vader oft Moeder die bewesen sullen hebben / daer van niet vry oft ontlast zijn / voor ende eer zy by den Wees-Meesteren comende verclaren / ter presentie vande Vrienden dat zy begeeren van d'onderhout ontslaghen te wesen / daer inne als dan by den Wees-Meesteren ghedaen sal werden / soo nae redenen behooren sal.

XXXIII.

Item indien bevonden worde / dat de Wees-kinderen niet onderhouden en worden / sulcx als gheconditioneert is / oft den selven niet oorbaerlicken en ware / langher te blijven daer zy besteedt oft woonachtich zijn / t'zy by d'Ouders naeste vrienden oft anderen persoonen / daer de Erfghenamen toesicht op nemen sullen / so salmen tot allen tijden / by advijse vander Wees-Meesteren / den Wees-kinderen van daer moghen nemen / nae beloop des tijts te betalen / ende elders oorbaerlicken besteden. Ende indien de selve persoone / oft andere eenighe goeden onder hem hadde / den selven Weesen toecomende / sullen zy ghehouden wesen / den selven goeden binnen een maent daer nae op te brenghen / op de pene van ses guldenen te verbeuren / by den geenen die daer of in ghebreecke bevonden sal werden: ende even wel ghehouden wesen / de selve goeden over te leveren.

XXXIV.

Endo so verre bevonden worde / dat die vruchten van't bewijs merckelicken meer bedroeghen / dan de Penninghen / daerom de kinderen bequamelicken souden mogen onderhouden werden / soo sullen in dien gevalle de Vrienden by advijse vanden Wees-Meesteren / den onderhout aengaende met Vader / oft Moeder accorderen / so na redene behooren sal.

XXXV.

Aengaende de voochdije / die in desen nootlicken / ende wel op te letten staet: So sal de Vader vande naeghelaten kinderen / een Man van eeren / nut ende bequaem zijnde / voor al Voocht wesen van zijnen kinderen / goede toesicht daerop nemen / en den goeden administreren. Ten waere hy volghende voorgaende makinghe ofte andere Voorwaerden / inden goeden zijnder kinderen niet succederen en mochte / ende welcken ghevalle d'administratie sal toecomen / ende bevolen werden t'naeste bloet van den voorsz. kinderen Erfghenaemen / Man persoon / Inwoonder ofte Poorter deser Stede / ende waerlick wesende / so verre hy niet en zy te oudt van jaeren / ofte onmachtich van lijve / oft om ander redenen by den Wees-Meesteren onbequaem daer toe ghekent werde / ende sal die selve gehouden wesen de voorsz, voochdije te aenweerden / op cautie Juratoor / op de pene van XXV guldenen te verbeuren.

XXXVI.

Item dat van voortaen oock gheenen Vrouwen / al waert oock Moeder oft Groot-Moeder / haer en sullen moghen vervorderen / eenighe voochdije aen te nemen / maer hem sulcx te doene verdragen. Toestaende niet te in / dat Moeder oft Groot-Moeder daer toe bequaem / ende gequalificeert zijnde / administratie sullen mogen hebben indient haer belieft van den goeden haren kinderen oft kintskinderen toecomende / ende dit by advijse vanden Wees-Meesteren ende der kinderen Voocht / soo verre zy Erfghenamen daer af zijn / oft eenighe successie verwachten / in manieren als vooren van Vader gesegt is / ende dit oock met satisdatie ofte cautie / ende onder renunciatie vant beneficie Velleani / ende allen anderen beneficien van Rechten / den Vrouwe conpeterende.

XXXVII.

Welcke voorschreven administratie / vā Vader / Moeder oft Groot-Moeder gedueren sal / tot weder Houwelicken toe en niet langher / ende ghebeurdet dat eenich van hem wederom Houwelickte / sonder Reeckeninghe bewijs ende reliqua ghedaen te hebben / soo sullen alsdan den goeden vanden gheenen die alsulcken persoone ghetrout sal hebben mede verbonden ende gehypotekeert wesē voor d'a[d]ministratie voorschreven.

XXXVIII.

Item oft gebeurde / datter niemant van de Maechschap en ware / om die Voochdije vandē kinderen ende d'administratie van haren goeden te aenveerden / soo sal by den Wees-Meesteren by advijse vanden Borgemeesteren / een ander goet man ghestelt ende gheordonneert werden / die t'selve ooc ghehouden sal wesen te accepteeren op de pene als vooren / ten ware hy hadde Wettighe oorsake daer mede hy hem soude weten t'excuseren.

XXXXIX.

Item dat alle Voochden ende administrateurs / van Wees-kinderen ende haeren goeden / ghehouden sullen wesen tot alle tijden / ten versoecke vanden Vrienden / ende Wees-Meesteren / Rekeninghe te doen op de Wees-Camere / van haren ontfanc ende bewint / in presentie vanden Vrienden indien ooc eenige te vinden zijn / op pene van XII Karolus guldenen elcken reyse / by den onwilligen te verbeuren.

XL.

Itē dat van nu voortaen die Voochden van Wees-kinderen / oft ontfanghers van haren incomsten over hare salaris hebben sullen den veetichsten penninck / van haeren ontfanck vanden incomsten / ende voor de Hooftsomme van af-gheloste Renten ende vercoste Huysen ende Erven oft andere immeubele goeden den XL. penninck.

XLI.

Itē dat de Wees-Meesteren noch Voochden oft Administrateurs van Wees-kinderen goeden / gheen Wees-kinderen ghelde op Renten wtgheven sullen / dan mits daer vooren ontfanghende Beseghelde Brieven / met twee siffisante Borghen / die te samen ende elcx een voor al beloven ende vast staen sullen / voor de betalinghe van dien.

XLII.

Item oft gheviel dat eenighe Wees-kinderen Vader noch Moeder hebbende / soo veel jaerlicx niet en hadde incomende / daer mede zy in cost ende cleederen souden mogen onderhouden werden / so sal die Voocht van alsulcken kinderen / met haeren vierendeelen alle der kinderen goeden / roerende ende onroerende vercoopt / ende te gelde maken / ende dat ghedaen zijnde voorts by advijse vande Wees-Meesteren / die mijnen Heeren vanden Gherechte hier toe autoriseren by desen / daerinne doen soo best / ende oorbaerlicx ten profijte der kinderen dienen ende behooren sal.

XLIII.

Item dat die goeden Wees-kinderē toe behoorende / ghemeen sullen blijven ter tijt toe / dat yemant van hen mondich sal zijn / ten waere dat anders by den Ouders ghedisponeert ware / oft den Wees-Meesteren ende Vrienden oft Voochden om sonderlinghe redenen anders gheraden dochte / oft dat yemandt vanden Weesen eenige merckelicke Schult buyten anderen maeckten / sover Regement hielde / oft ter Scholen oft anders merckelick meer verteerden ende behoefden / d'welck zy gehouden sullen wesen / selver en alleen tot haren laste te draghen.

XLIV.

Ordonneeren voorts dat soo wanneer eenich Wees-kint / den tijdt van sesthien jaren continuelicken / aen malcanderen buyten Slandts gheweest sal zijn / sonder te weten oft alsulcken kindt noch in levende lijve is / soo sullen die naeste vrienden / die hem vermeten Erfghenamen te wesen / by rade ende consente vanden Wees-Meesteren doen bereysschen ter plaetse / daer de selve persoone laest mael woonachtich is gheweest. Ende indien men bevint den selve overleden te wesen / oft dat men niet en can bevinden waer hy bevaren is / soo salmen den voorsz. Vrienden ende Erfghenamen / mits daer van dorerende by Certificatie oft ghetuyghen / mogen consenteeren des Wtlandighen goeden te mogen deelen / mits eerst stellende suffisante Borghe / elcx voor soo vele dat behoort / omme te restitueren t'gunt zy lieden op beurē ende ontfanghen sullen.

XLV.

Item datmen geen questien van Wees-kinderen voor recht betrecken sal mogen / dan by voorgaende advijse ende consent vanden Borgemeesteren / ende Wees-Meesteren / op de boete van ses Carolus guldenen te verbeuren by den genen die ter contrarie dede.

XLVI.

Item waert dat yemant eenige weesen te Boecke staende wilde beclagen vā costgelt / schulden oft anders / die sal gehouden wesen t'selve eerst te doene voor den Wees-Meesteren.

XLVII.

Item soo wat gheschille dat voor den Wees-Meesteren / tusschen partijen sal vallen mogen / sal getermineert werden summatie / ende sonder gheschrifte / al eer partijen dat betrecken sullen moghen voor Schepenen. Ende of t'selve voor Schepenenen ghetoghen / ende t'appoinctement / oft verclaringe vā Wees-Meesteren by Schepenen gheapprobeert worde / soo sal de betrecker verbeuren drie Karolus guldenen. Ende soo wie hem by den appoinctements van de Wees-Meesterē bevonde beswaert / sal die Saecke binnen veerthien wercke daghen daer aen volghende / ende datmen Recht houdt moghen betrecken voor Schepenen / ende niet daer na: ende de veerthien daghen gheleden zijnde sonder betreck / sal t'selve appoinctement stede houden / ende voortganck hebben in allen schijne / oft met Vonnisse van Schepenen ghewesen ware.

XLVIII.

Item sal t'Registre vande Wees-Camere by den Wees-Meesteren secreet ghehouden ende ghesloten werden / sonder t'selve yemandt te moghen vertoonen buyten consent vanden Wees-Meesteren / die overlegghen sullen die saecke ende t'Recht vanden gheenen die openinghe oft extract begeeren sullen. Ten ware dat by den Gherechte omme redenen anders gheordonneert worde.

XLIX.

Item dat soo wie in eenighe saecken byden Wees-Meesteren ontboden werdt / omme by hemluyden op de Wees-camere te comen / sal ghehouden wesen te compareren ten daghe hem by den Bode ghepresigeert / op de verbeurte voor d'eerste reyse een Schellinck Vlaems / voor de tweede reyse twee Schellingen / ende voor die derde reyse drie Schellingen Vlaēs / waer van d'executie by den Bode vande Wees-Camere die daer toe by desen gheautoriseert werdt / ghedaen sal werden: Ende daer en boven na die derde reyse by den Gerechte gecorrigeert te werden.

L.

Ende sullen mijne Heeren die Borghemeesteren inder tijt / so wanneer zy by den Wees-Meesteren versocht werden / den selven voorstaen ende helpen raden. Ende soo wieden Wees-Meesteren ooc misdede met woorden oft wercken / sal ghestraft worden in allen schijne / oft dien vanden Gherechte ghedaen ware.

LI.

Ende sullen alle die voorschreven boeten gheappliceert werden / een derde paert tot profijte vanden Heere / een derdedeel tot behoef deser Stede / ende een derdendeel tot profijte vanden Wees-Meesteren.


 

2003 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net