Reglement op de politie en de manier van procederen
in het Land van Cuyk (1683)

-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 


Bron: Streekarchief Brabant-Noordoost (Grave), Dorpsarchief Cuyk, inv.nr. 238.

 

 

 

R E G L E M E N T

By Syne Hoogheydt ge-

maeckt op de Policie ende maniere van Procederen; als mede op het drijven van de Schouwe over alle Straten ende Stegen in Onsen Lande van Cuycq.

 

I N   'sG R A V E N H A G E,
B
y Jacobus Scheltus, ordinaris Drucker van sijne Hoogheydt
den Heere Prince van Orange, wonnende op het
Binnenhof. Anno 1683

 

 

 

Wilhem Henrick, by der gratie Godts Prince van Orange ende Nassau / Grave van Catzenellebogen / Vianden / Dietz / Lingen / Meurs / Bueren / Leerdam / etc. Marquis vander Veere en Vlissingen / heere en Baron van Breda / der Stadt Grave / en Landen van Cuyck / Diest / Grimbergen / Harstal / Cranendonck / Warneston / Arlay / Noseroy / St. Vith / Daesburgh / Polanen / Willemstadt / Niervaert / Ysselsteyn / Steenbergen / St. Maertensdijck / Geertruydenbergh / Turnhout / Sevenbergen / de hooge ende Lage Swaluwen / Naeldtwuyck / Soest / Baren / Ter Eeem / Immenes binnen en buyten / etc. Erf-Burgh grave van Antwerpen en Besanēon / Erf-Maerschalck van Hollandt / Erf-Gouverneur en Stadthouder van Gelderlandt / Graeffschap Zutphen / Hollandt / Zeelandt / West-Vrieslandt / Utrecht / Overyssel / en Landschap Drenthe / Erf-Capiteyn en Admirael-Generael der Vereenighde Nederlanden / etc. Allen den geenen die desen sullen sien of hooren lesen salut / Doet te weten: Alsoo Ons voorgekomen is / dat'er veele onordentelijckheden in train gebraght / ende gepractiseert werden in de maniere van procederen ende politie / als mede op het drijven van de schouwe over alle Straten ende Stegen in Onsen Lande van Cuycq; SOO IST, dat Wy daer inne willende voorsien / ende in 't toekomende alles in goede ordre te doen geschieden / noodigh ende goetgevonden hebben vast te stellen / ende te statueren dese naervolghende Articulen ende Instructie

I.

Dat de Gerichts-dagen in de Dorpen en Dingh-bancken vanden Landen van Cuyck / na voorgaende uytschrijvinge van den Hooft-Officier / ende publicatie aen de Kercken / gehouden sullen werden present Scholtus / seven Schepenen / ende den Landtschrijver met den Richterbode / als Kamerbewaerder / sonder dat yemandt van deselve / sonder wettige oorsake sal mogen absent blijven / op poene / dat in cas voor des selfs absentie gebreck mocht vallen in de execitie van de Justitie / alsulcken sal moeten betalen de kosten ende schade / die de partyen daer omme souden mogen komen te lijden.

II.

Dat de Gerichts-dagen van veerthien tot veerthien dagen haren voortgangh sullen hebben / sonder andere Vacantien aen te sien / of op andere tijden met de Proceduyren stil te staen / als in de Vacantien / die in den Rade van Brabandt geobserveert werden / oock niet aen te sien eenige Jaermarckten / noch eenige tijden voor of na de selve / of ten ware dat den Gerichtsdagh juyst op den Marcktsdagh quame te vallen / in welcken cas het Gerichte tot den naesten sale werden gevorst / gelijck oock in cas van Ysgangh in de Reviere / ofte overloop van Wateren / op dat niemandt in sijn recht magh verkort worden.

III.

Dat / in cas van wettige absentie van Scholtus / het zy opde ordinarische Gerichts-dagen / ofte als'er andere Schabinale acten te passeren zijn / altijdt den oudtsten presenten Schepen in yeder Bancken des selfs plaets sal hebben / ende des selfs Jura ontvangen / oock aen hen t'syner komste 't gepasseerde sal aendienen / hem gevende de helfte van 't geen hy van des Scholtus wegen ontfangen heeft / ende de andere helfte voor sijne moeyten behoudende.

IV.

Dat / in cas van gelijcke absentie / de Landtschrijvers den oudsten en bequamsten aldaer present wesende / Advocaet ofte Procureur in alle publique saken / de penne sal vermogen te voeren ende Rol te houden / daer voor oock profiterende de helft van des Landtschrijvers gerechtigheyt voor syne moeyten / ende de andere helft latende onder de Schepenen / ten behoeve des Landtschrijvers / met oock de Menuyten ende Concepten van 't geen aldaer gepasseert sal zijn.

V.

Maer in 't reguarde van Secrete Schriften / als daer zijn van Getuygen te verhooren / Testamenten / ofte Codicillen / ende diergelijcke / sal de pene moeten gevoert werden by den oudtsten Schepen daer present zijnde / die ooch in syne teeckeninge van des Landtschrijvers absentie sal mentie maken.

VI.

Ende op dat alles ordentelijck sal toegaen / ende een yeder des versocht zijnde / sonder uytstel sal konnen gereven werden / soo sal den Landtschrijver alle de Protocollen / soo van Vesten / Transporten / Beswaernissen / ende andere gerechtelijcke Actens / als oock de Protocollen van de Dinghtalen / ende daer benefens alle de Stucken van de Processen / oock alle Menuyten van Judiciele Acten / de Quohieren van de Verpondinge / ende voorts wat yeder Gerichtsbanck in het particulier concerneert / moeten brengen / ende voor het toekomende laten berusten in den Comme op yeder Gerichts-banck / waer onder de selve Stucken behooren / waer toe een yeder / sulcks versoeckende / in 't reguarde van publycque Acten / altijdt acces sal mogen gegeven worden / mits aen Schepenen / voor het openen der Comme / en 't selve acces betalen / ses Stuyvers eens / soodanigh dat niemant om sijne expeditie ofte Copyen buyten sijne Dinghbancke sal behoeven te gaen / en sullen de respective Klercquen des Landschrijvers / die op yeder Gerichtsbanck ordinaris het Register houdt / sonder uytstel alle versochte Copyen aen de gerequireerde partyen voor hun ordinaris loon moeten afschrijven ende uytleveren.

VII.

Dat den Landtschrijver alle Vest-brieven van Erf oft goedt uyt die Minuyten binnen den tijdt van ses eerstkomende weecken / sal moeten opgemaeckt ende geprothocolleert hebben / gelijck als van de partyen die oock sullen moeten lichten / op poene van in sijn prive voor alle schade responsabel te wesen.

VIII.

Dat den Scholtus / of den geenen / die by syn absentie de banck sal komen te spannen / sulcks sal  mogen doen met twee Schepenen / ende oock met twee Schepenen alleen sal vermogen op te dingen / ende preciselyk yeder Gerichts-dagh sal moeten opdingen; dat is / op te dingen / soo dickwils als hy de banck sal komen te spannen.

IX.

Ende als om merckelijcke ende suffisante redenen het gedingh sal dienen gevorst te werden / welcke redenen moghtans den Scholtus / des versocht wesende / op de klaghten van de eene ofte andere partye aen den Amptman sal moeten verantwoorden / ende dien-aengaende onder des selfs dispositie staen / soo sal den Scholtus des morgens vroegh ten negen uyren / sulks vorsten een yeder met den klocken-slagh moeten doen bekent maecken / wanneer oock egeen Rolle ofte Notulen gehouden sullen werden / omme partyen niet te brengen op vergeeffsche kosten / ende op dat de Schepenen ende partyen yeder konnen t'huys blijven en haer werck niet versuymen.

X.

Den Amptman sal aen yeder een / die sulcks komt te versoecken / ende als hy de redenen daer toe suffisant oordeelt / vermogen te accorderen extraordinaris Gericht / ofte onvertogen Recht / edoch sulcks by provisie / aleen op des Requirants kosten; te weten / dat den Requirant het recht van Banck-spanninge sal moeten verschieten / ende sulcks met drie Ducatons / ofte negen gulden negen stuyvers / sonder dat Scholtus / Schepenen / of Landt-schrijver / tot kosten van partyen / eenige verteeringe sullen mogen brengen / maer sullen buyten ende boven het voornoemde Recht van Banck-spanninge met dubbelde Jura / voor 't geene gedient ofte verhandelt werdt / haer moeten contenteren / ende sullen tot dien eynde de extraordinaris Gerichts-dahen des morgens ten langhsten ten thien uyren moeten werden aengestelt / op dat een yeder des middaghs genoeghlyck na huys kan gaen / ende de Schepenen langer als twee uyren moeten besoigneren / sullen voor Vonnissen ofte Decreten in 't selve extraordinaris gedingh noch eenigh redelijck rapport geldt mogen eysschen / sonder effenwel hooger te mogen gaen / als in Decreten tot eenen Ducaton / ende in diffinive Vonnissen tot twee Ducatons / waer van yeder partye de helfte sal betalen.

XI.

Op de Rolle sullen de Procureurs ende Advocaten op de vallende Incidenten egeene lange ofte gelibelleerde Dictamina mogen maecken / maer stellen hun / versoeckende conclusie met antwoordt ende contrarie conclusie / voorts persisterende voor replicq en duplic / in 't kort gelijck op de Rolle van den Raede van Brabandt sulcks gepractiseert / sonder verder te mogen gaen / als by duplicq / maer alle beweeghredenen sullen mondelinge by Pleydoye wederzijdts voortgebracht mogen werden / met byvoeginge (des noodt) van een korte deductie tot Justificatie van hunne intentie.

XII.

Van de respective Officiers agerende ratione officil, en sal men egeene vermogen te eysschen voor de kosten van de Processen / alsoo haer Persoon en Officie daer voor gepresumeert werden suffusant te wesen.

XIII.

De saecke gebraght zijnde in staet van Wijsen / ende als die Schepenen hun des niet vroedt noch wijs genoegh en zijn / sullen sy die saecken wel vermogen te feynden op de advijs van onpartydige Rechts-geleerden / tot welcken eynde de Notulen ende Dinghtalen voor den Landtschrijver sullen werden afgeschreven / ende de saecken in presentie van partyen / ofte der selver Procureurs gefourneert ende gesloten; maer sal men partyen op egeene verdere onnodige kosten mogen brengen / om het geheele Proces te doen afschrijven / ofte daer voor met den Landtschrijver te moeten accorderen.

XIV.

Als Schepenen een versteck tegens d'een of d'andere partye mogen gedecreteert hebben / 't zy voor non-comparitie van den gedachten Gearresteerden ofte Opposant / of diergelijcke Verweerdere / ofte oock op  faute van antwoorden / soo en sal de sake daer met niet ten eynde gebraght wesen / maer sullen Schepenen / decreterende sulck versteck den Aenbrenger moeten admitteren / om synen intendit tegens den gecontumasceerden Rechtdagh over te leggen met eene nieuwe Citatie / om den selven intendit te sien verifieren.

XV.

Egeen Schepenen van eenige Bancken / ofte oock den Landschrijver / en sullen de eene ofte de andere partye als Advocaten ofte Procureurs mogen bedienen in egeene hande wijse / maer willende Advocaet ofte Procureur worden / ende de Luyden publicquelijck bedienen / sullen hare Schepenschap ofte officien moeten ter neder leggen / en sal den Amptman in der selver plaetse een ander Schepen aenstellen.

XVI.

Als van eenige Onderbancken des Landts van Cuycq aen de Hooft-banck geappelleert werdt / sal den Appelant binnen behoorlijcken tijdt van rechten / dat is binnen dertigh dagen na geinterjecteerde appelatie / Beschrijf-brieven met inhibitie / en den dienenden dagh van rechten van de selve Hooft-banck by Requeste moeten versoecken ende lichten / die voor ordinaris Loon / sonder uytstel / alleen by twee Schepenen sullen mogen geaccordeert ende uytgelevert werden / ende die den Appelant ter goeder tijdt sal moeten doen exploicteren / op dat het Proces ten dienenden dage gevoeghlijck kan werden overgebraght / alles op poene van defectie van de appelatie / by Schepenen van de Hooft-banck na de gelegentheydt van de saecken / te decreteren / sonder dat den geappelleerden eenige appellatie-penningen / of andere onkosten voor 't fourneren / sluyten / ofte over-brengen van Proces / sal behoeven te lasten; sullende/ gelijck van oudts / den Appellant tot Appelpenningen moeten leggen drie Ducatons / waer voor 't Proces gefourneert ende overgebraght werdt / en daer-en-boven sal den Appellant voor de Beschrijf-brieven van de Hooft-bancke / met het Zegelen van dien / moeten betalen een Ducaton  daer van een derde-part sal wesen voor den Scholtus / en een derde-part voor den Landt-schrijver / sonder meer en specialijck sonder eenigh expeditie-geldt / ofte voor het minderen der Beschrijf-brieven / ofte voor de Requeste te appostilleren / en Notulen te forneren / yets verders te mogen eysschen.

XVII.

En omme soo veel doenlijck door eenige poene in te toomen de lichtvaerdige Appellen / ende langh-durige Processen / daer mede partyen d'een d'ander dickwils komen te matteren / sal den Appellant alvoorens daer toe te werden gedimitteert / in handen van den Land-schrijver gehouden zijn te consigneeren drie Ducatons / of negens guldens negen stuyvers / de welcke verbeurdt verklaert sullen werden / indien 't eerste Vonnisse ofte Sententie by de volgende / in cas d'Appel werdt geconfirmeert / ende soo wanneer de selve werdt gealtereert ofte geannulleert / sullende de voorschreve geconsigneerde boeten van 't fol Appel aen den Appellant moeten werden gerestitueert.

XVIII.

Alle Vonnissen of Sententien van 't Lager-gericht / niet 'ercederende de somme van tachtigh guldens / sullen gewesen werden by arrest / sonder dat daer van sal mogen werden geappelleert of gereformeert.

XIX.

Dal alle de Decreten ende Interlocutien sullen mogen gegeven werden by vijf Schepenen / maer over alle diffinitive Vonnissen sullen seven Schepenen / ofte in der selver plaetse / Geswoorens moeten wesen.

XX.

Alle kleyne saecken / waer den eysch alleen bestaet in twintig of mindere guldens / 't zy dan in cas van Dagement / Arrest / Pandinge / of diergelijcke / sullen Schepenen / ten minsten vijf van hun / Parthyen weder-zijdts mondeling hooren / hare Documenten / soo sy eenige hebben / nasien / ende sonder de saecken te laeten beschrijven / of daer inne ordinarische termijnen te laten houden / summarie ende de plano daer inne mogen recht doen / of soodanigh disponeren / als sy nae de gelegentheyt van de saecken sullen oordeelen te behooren.

XXI.

Op een ordonarische Gerichts-dagh / als de Schepenen eenigh Decreet of Vonnisse sullen mogen beramen / sullen deselve voor yeder pręsente Schepen / tot rapport-geldt / tot laste van partyen / mogen eysschen twee Schellingen voor haer defroyement ende dagh-geldt / ende soo daer meer Decreten of Vonnissen als een beraemt werden / sullen voor yeder Schepen mogen eysschen drie Schellingen / onder de respective Partyen nae advenant te verdeelen / sonder dat den Scholtus of Landt-Schrijver / als hare gerechtigheydt / als van ouds hebbende / yets daer van sullen mogen profiteren.

XXII.

Voor het indienen van Documenten / sal niet meer mogen geeyscht werden / als van yeder Bewijs-stuck twaelf stuyvers twaelft penningen / sonder te mogen reeckenen naer de namen der Deponenten ofte Contractanten / die in een Bewijs-stuck by malkanderen staen.

XXIII.

Voor het uytmaecken der Erf-brieven ofte Vesten van Gronden van Erven / sal betaeldt worden / als volgens de Ordonnantie van Prins Maurits / de dato sestien hondert dertien gestatueert is / sonder dat daer van ge-eyscht sal mogen werden het recht van beschrijven / ende overstaen van een koop-voorwaerden / die nochtans door den Landt-schrijver niet geschreven / en waer van de Koops-voorwaerden noch voor den Berichte niet gepasseert en magh zijn.

XXIV.

De Herschouwe der gemeyne Wegen en Straten / Waterloopen / ende opruymen van alle Tocht-graven / die voor desen alle seven jaren maer eens plach te geschieden / waer door veele Wegen soo qualijck geconditioneert werden / ende ongemaeckt blyven leggen / dat deselve by de Winter-saysoenen ende regenachtigh weder onbruyckbaer zijn / sullen nu voortaen gehouden werden / ten minsten alle jaren eens / ofte soo dickwils als het den Hooft-Officier ten gemeynen besten / het zy in 't generael over den heelen Lande van Cuycq / ofte in het particulier over de een ofte d'ander Dorp / of oock over d'een ofte d'ander particuliere Straet of Straten noodigh sal oordelen.

XXV.

Ende alsoo men by experientie bevonden heeft / dat op de Landtdagen tusschen de respective Dorpen / ende oock veeltijdts tusschen het Over-ampt en Neder-ampt differenten en dispute ontstaen / willende dickwils niemandt van sijne opinie cederen / ende oock egeene overstemminge plaets geven / waer door van de Vergaderingh vruchteloos moet scheyden / ende men tot egeene conclusie en kan geraecken / het welck streckt tot confusie en verwerringe in 't Landt / ende niet minder tot zware kosten / schaden ende interessen; dat om sulcks voor te komen / van nu voortaen / in cas van diffentie van opinien of verschillen / het zy tusschen het Over-ampt of Neder-ampt / ofte andere particuliere Dorpen / alsulcke differenten sullen staen ter arbitrage des Amptmans / die de selve met communicatie van den Rentmeester ende Scholtus sal decideren / staet en regul stellen mogen / ende die oock in zware ende gewichtige saecken / daer over sal konnen versoecken de approbatie van Sijne Hoogheydt / of van die van sijnen Rade ende Reeckeninge.

XXVI.

Alle jaren sal op ordre van den Hooft-Officier eenen specialen Landtdagh uytgeschreven ende gehouden werden / om daer een yeder te doen inbrengen sijne Ampts-lasten / die staen sullen tot laste van den gemeenen Lande van Cuyck / ende daer van doen formeren staet ende repartitie / om de selve Ampts-lasten niet te laten loopen van het eene jaer in 't ander / ende eyndelijck met kosten van Processen ende Erecutien / van wegens de Pretendenten niet bezwaert te mogen werden / ende van allen het selve alle jaren te doen maecken een slot van reeckeningh / ende tot de Collecte van dien voor belooninge van vijf van het honderdt / by forme van een op-stuyver / een bequaem Person te mogen authoriseren / ende alle gebreeckige voor middel van parate executie te doen constringeren.

XXVII.

Dat yeder Dorp in 't particulier gehouden sal zijn / ten minsten eens in 't jaere reeckeninge te doen / soo van Dorps-lasten als anderen ontfangh ende uytgaef; ende sal den dagh van reeckeninge veertien dagen te vooren door Billietten moeten werden verkondight / op dat de Ge-erfdens / die het aengaet / deselve Reeckeninge konnen bywoonen / ende helpen dirigeren nae het gemeene beste; ende of verschillen mochten vallen tusschen Buyten-ge-erfdens / ende de Inwoonders der Plaetse / sal sulcks mede als vooren tot de decisie van de Hooft-Officieren werden gebraght / om met de minste kosten alles te modereren ofte af te doen.

XXVIII.

Item / alsoo op sommige Dorpen gebeurt / dat egeen Maender en konnen bekomen / om de Schat- of Verpondingh-ceelen in te vorderen / als wel met extraordinaris belooningh / het welck tot groote bezwaernisse van de Ge-erfdens is / in sulcken gevalle sal den Hooft-Officier een bequaem Persoon / oock suffisant daer toe vermogen te authoriseren voor een redelijck Salaris ad vyf a ses van het hondert ten hoogsten / ende de Penningen uyt te keeren / volgens den last ende ordres / die hem by specificatie sal werden gegeven / voor welcken ontfangh ende uytgaef alsulcken alle jaer oock sal gehouden wesen te doen reeckeninge ende reliqua / aen welcke Maenders oock sal verleendt werden / door den Hooft-Officier / tegens alle quade ende onwillige Betaelders / de reale ende parate executien / dogh alles op approbatie van Syne Hoogheyt, of die van sijnen Rade ende Reeckeninge.

XXIIX. [moet zijn: XXIX]

Dat mede in alle uytsettingen / ofte het doen van reeckeninge / egeene verteeringen of onkosten sullen gedaen werden / als alleen by de presente Ge-erfdens / ende die de selve Reeckeninge bywoonen / welcke onkosten oock die Ge-erfdens alvoorens sullen moeten hebben ingewillight ende geconsenteert / en dat met meeste menagie / soo veel mogelijck is.

XXX.

Blijvende in sijn geheel ende volle vigeur de Statuyten / geordonneert by tijden van den Grave van Buyren / van dato den achttienden December 1536 / als mede de Landt-kaerte / uytgegeven by keyser Carel de vijfde / van dato den achttienden Augusti 1550.; Item de Ordonnantie van Prince Maurits hooghl. memorie / voor soo veel deselve / nae gelegentheydt van tijdt en saecken / geene veranderingen en requireren / of hier voor en werden gealtereert.

Lastende ende ordonnerende den Amptman / Schout / Schepenen / Landt-schrijver / ende alle anderen / die desen eenighsints soude mogen aengaen / sich hier naer pręciselijck te reguleren: Ende dit alles by provisie / ende tot dat Wij goedtvinden sullen anders te verstaen. Actum tot Hooghzoeren den een en dertighsten Augusti 1683.

Was getekent / 
         G.H. Prince d'Orange.

                Onder stomdt / 
                Ter ordonnantie van sijne Hoogheyt.

                            Gecontrasigneert / 
                                       Ph.Th. Tollius

Zijnde op 't spatium gedruckt het Cachet van hoogh-gemelte sijne Hoogheyt, op een rooden Ouwel, overdeckt met een Paperen Ruyte.

 

 

© 2003 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net