Plakkaat met nadere verklaring inzake het ordentelijk trouwen van priesters 1644 (Staats-Brabant)
-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 


 

Algemeen Rijksarchief Den Haag, Cornelis Cau, 'Groot-placaetboek, vervattende de placaten, ordonnantien
ende edicten van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden ....[etc]', deel 1 (Den Haag 1655),
kolommen 361-362, bibliotheeksignatuur H 21 D-1.

 

 

Placaten vande Staten Generael.
Jegens het onordentelijck Trouwen der Priesteren in Brabandt, in date den achsten April 1644.



De Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, Allen den geenen die dese sullen sien ofte hooren lesen, Saluyt. DOEN TE WETEN, dat wy den derden Februarij in den voorleden Jare sethien-hondert drie-en-veertich, hebben doen emaneren seecker Placaet, ende daer by gheordonneert ende gestatueert, dat van doen voortaen geen Inwoonders vande Stadt ende Meyerije van 's Hertogen-bosch, midtsgaders van Breda, Bergen opten Zoom, Grave, Steenbergen, Willemstad, ende de respective Landen daer onder ghehoorende, het sy jonge ofte oude Luyden, meerder ofte minderjarige, onvrye oft onder Beneficie van Paspoort ofte Sauveguarde het Platte Landt frequenterende, hun souden hebben te vervorderen voor eenige Roomsche Priesteren, oft die geene die macht hebben trouwe te solemniseren, alsulcke solemnisatie te laten doen sonder alvoorens by Wettelijcke Attestatie oft vande Kercken-Dienaers vande Plaetse hunner residentie te doen blijcken, dat nae voorgaende behoorlijcke aen-teeckeninge van heure oprechte namen ende toe-namen drie Sondaechsche Proclamatien t'haerer Woon-plaetse of inde Kercken of vande Raedt-huysen naer ordinaris gewoonte voor gegaen souden zijn, ende dat geene verhinderinge en is, op pene van andere solemnisatie indirectelick verkrijgende, dat de selve soude gehouden worden voor onwettelick, nul ende van onwaerden, ende dat tegens den Priester oft den geenen die sich soude onderstaen hebben sulcken pretensen trouwe te doen, sonder het voorsz Wettich blijck, daer over by den Officier, des competerende, soude worden geprocedeert tot arbitrale correctie, sonder conniventie. Ende alsoo Wy nu bericht worden dat de Roomsche Priesters, die noch getollereert worden inde Plaetsen ofte Landen van Brabandt onder desen Staet ghehoorende, heur ondernemen Persoonen, die heur in Houwilicken Staet willen begeven, al is 't dat een van hun beyden in een vande voorsz Steden oft onder de Poorterije van dien zijn woonende, voor hun ondertrouw te laten doen, ende haer daer van verleenen een Biljet van Attestatie, daer mede sy dan komen ende begeeren dat men de gheboden inde voorsz Steden soude aenteeckenen, daer door als dan ontgaende het ondersoeck  voor den ondertrouw oft de Persoonen vry ende sulcks zijn, datse sonder bedencken met malkanderen totten Houwelijcken Staet konnen treden. SOO IST, dat Wy gehoort hebbende het advijs vanden Raedt van State deser Vereenichde Nederlanden, als oock van danden Raedt van Brabandt residerende alhier inden Hage, ende blijvende inhereren ons voornoemde Placaet vanden derden Februarij 1643 goet ghevonden hebben, tot dilucidatie van dien, midts desen te verklaren, dat wy de ondertrouwen, in voegen als vooren verhaelt, voor de Roomsche Priesters geschiedende, houden, oock begeeren dat gehouden sullen worden voor nul ende van onwaerden, Interdicerende ende verbiedende over sulcks de selve Roomsche Priesters sulcks voorts aen meer te doen, oft voor heur te laten geschieden, veel min daer van Attestatie te verleenen, als zijnde directelick strijdende met onse goede meeninge ende intentie, op peyne dat tegen den Priester, oft den genen die sich sal onderstaen hebben soodanigen pretensen indertrouwe te doen, by den Wereltlicken Officier des competerende, gheprocedeert sal worden na behooren, ende gecontendeert tot arbitrale correctie. Ende op dat niemandt hier van ignorantie en pretendere, so ordonneren Wy dat deze onse nadere Verklaringe ende Ordonnantie in de voorsz Steden ende Landen sal worden ghepubliceert ende geaffigeert. Lastende oock allen Officieren, Justicieren, ende allen anderen, dien 't aengaen mach, desen als oock ons meer-genoemde Placaet vanden derden Februarij 1643 onverbreeckelick te onderhouden ende doen onderhouden, procederende ende doende procederen, in conformité van dien, tegens den Overtreders, sonder eenige conniventie oft verdrach, alsoo Wy sulcks bevonden hebben te behooren.

Gedaen ter Vergaderinge vande hooch-gemelte Staten Generael, in 's Graven-Hage den achtsten April Sesthien-hondert vier-en-veertich. Was gheparapheert, Wigb: Aldinga, vt
Onder stondt, Ter Ordonnantie vande selve. Ende was onderteeckent, Cornlis Musch. Zijnde op't spatium ghedruckt het Cachet der selver Heeren Staten in rooden Wassche.

 

 

© 2001 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net