Plakkaat inzake het huwelijk van jongeren die zijn weggelopen van hun ouders of voogden 1751 (Holland)
-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 

 

 

Algemeen Rijksarchief Den Haag, Johannes Allart, 'Groot Placat boek, Inhoudende de placcaten ende Ordonnantien Van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Verenigde Nederlanden ....[etc]', deel 8 (Amsterdam, 1795), blz. 535-537, bibliotheeksignatuur H 21 E-1.

 

 

 

Placaat van de Staaten van Holland, raakende de Huwelyken van jonge luiden, die buiten kennis hunner Ouders of Voogden wegloopen en doorgaan. Den 25 February 1751.

De Staaten van Holland en Westvriesland, Allen den geenen die deesen zullen zien of hooren leesen, salut: Doen te weeten: Alsoo wy in ervaaringe zyn gekoomen, dat zeedert een geruymen tyd herwaards veele ongetrouwde jonge Luyden buyten kennisse en in weerwil van derselven Ouderen, de langstleevende van dien en Voogden, met den anderen wegloopen en doorgaan, alles in veragtinge van de Ordonnantie Gods, en strydig met de pligt van gehoorsaamheid en eerbied, die Kinderen aan Ouders of die over haar gestelt zyn, verschuldigt zyn: En dewyl zoodanig doen niet alleen is strekkende tot groote droefheid van de Ouders, Voogden en Naastbestaanden, maar ook allesints oneerbaar en onbetamelyk is, doorgaans ook agtervolgt van een slegte en quaade uytkomst.
Zoo is 't, Dat wy teegens zulke ongereegeldheden en quade practycquen begeerende te voorsien, na ingenoomen advis van den President en Raaden van onsen Hove, tot rust en welvaaren van de goede Ingezeetenen deeser Landen goedgevonden hebben te statueeren, gelyk wy statueeren by deesen:

Eerstelyk, dat zoo eenig Manspersoon, eenig jonge Dogter, Vader en Moeder hebbende, of een van deselve, zonder onderscheyd van welke jaaren of ouderdom die Dogter zy, quame te ontvoeren, of met deselve door te gaan, of dat de voorschreeve jonge Dogter zig aan haare Ouderen, of de Langstleevende van dien quame te onttrekken, of uyt haare Woonplaats of Huysinge te absenteeren, omme de voorschreeve Ouders of de langstleevende van dien daar door dies te eerder tot consent van het Huwelyk te constringeeren, zoodanig Manspersoon en jonge Dogter beyde aanstonds en de facto, uyt kragte van deese Wet, zullen inhabil zyn om te konnen disponeeren onder de leevenden of ter zaake des doods van de Goederen, dewelke zy ten tyde van het committeeren van het voorschreeven fait zullen besitten, geene van dien uytgesondert, en zulks zonder onderscheyd uyt wat hoofde of van waar deselve aan haar zouden moogen opgekoomen zyn; zoo als zy meede niet zullen kunnen disponeeren van zoodanige Goederen, als zy daar na van haare Ouders of Nabestaanden, waar aan zy ab intestato zouden moeten succedeeren, op eenige wyse zullen koomen te acquireeren; en zal het ook aan de voorschreeve Manspersoon en jonge Dogter niet weesen gepermitteert eenige voorsieninge, in cas van minderjaarigheyd haarer Erfgenaamen, omtrent de voorschreeve Goederen te moogen doen, zullende de voorsorge daar van gelaaten moeten worden aan de dispositie van de Wet, of het goedvinden van den Regter, onder welkers Juridictie hun zoodanige minderjaarige Erfgenaamen zouden moogen bevinden, of tot welkers Jurisdictie zy zouden mogen gereekent werden te behooren.
Vergunnende wy egter uyt eene zonderlinge gratie aan de voorschreeve doorgegaane Persoonen, indien tusschen deselve een wettig Huwelyk zal zyn gecontracteert, en daar uyt Kinderen mogten zyn geprocreŽert, de vryheyd om over de voorschreeve Goederen onder deselve Kinderen by uyterste Wille te mogen disponeeren, gelyk ook, om, in gevalle geen Kind of Kinderen mogten nablyven, onder derselver respective Erfgenaamen ab intestato zoodanige Testamentaire voorsieninge te doen, als zy zullen koomen goed te vinden.
Des zal tusschen den voorschreeven Manspersoon en jonge Dogter geen gemeenschap van Goederen of van winst of verlies plaats hebben, en zullen deselve ook ten geenen zyde van den anderen uyt de voorschreeve Goederen moogen neemen of heffen eenige Douarie, Lyftogt of andere gaaven, het zy uyt kragte van Huwelyksche Voorwaarden, by Testamente, Gifte, Overdragt, Cessie of andersins, in wat maniere het ook zoude moogen weesen; alles niettegenstaande de voorschreeve jonge Dogter zoude moogen verklaaren den Manspersoon tot het vervoeren of doorgaan versogt en aangeport te hebben, of van zelfs en zonder eenige inductie zig haare Ouders of de Langstleevende van dien onttrokken, of in dier voegen zig uyt haare Woonplaatse of Huysinge geabsenteert te hebben, al waar het schoon dat diergelyke verklaaringe bevonden wierde antenterieurlyk de voorschreeve vervoeringe of doorgaan gedaan te zyn.
Voorts ordonneeren wy, dat al het geene hier bevoorens is gestatueert omtrent de jonge Dogters, ook zal plaats hebben in het reguard van de Jongmans, Ouders hebbende of een van dien, zonder onderscheyd van welke jaaren of ouderdom de voorschreeve Jongmans zullen weesen.
Ten derde, willen en ordonneeren wy, dat al het gunt voorschreeven is ook zal stant grypen in het geval dat minderjaarige Ouderloose onder Voogdy staande Mans of Vrouwspersoonen koomen door te gaan.
In gevalle, daar het voorschreeve wegvoeren of doorgaan van jonge Luyden die Ouders hebben of onder Voogdy staan, zoude moogen weesen gecommitteert door een Manspersoon of jonge Dogter, geene gebooren Onderdaan of gestabilieert Ingezeeten van de Republicq zynde, zoo ordonneeren en statueeren wy, dat teegen deselve zal mogen worden geanimadverteert tot ontsegging van het Land, by zoo verre de Regter na ondersoek van zaaken en exigentie van dien zulks zal oordeelen te behooren.
Ten vierde, willen en ordonneeren wy, op dat onse salutaire intentie te zeekerder haar effect sorteere, dat de Goederen en Effecten, welke zoodanige Persoonen, die na deese met den anderen zullen komen door te gaan en weg te loopen, alsdan zullen werden ter Weeskamer van de Steeden of Plaatsen waar onder deselve ressorteeren, of wel, in gevallen daar de Weeskamer is uytgeslooten, onder zoodanige andere vertrouwde Persoonen, als het Hof of de respective Geregten ter naaster intentie van de Testateuren van welke de Goederen gekomen zyn, dienstig en raadsaam zullen oordeelen, zoo als insgelyks alle Erffenissen en Besterffenissen, die haar in het vervolg zouden moogen opkomen van haare Ouders of andere Nabestaande, waar aan zy ab intestato zouden moeten succedeeren; om alle deselve Goederen aldaar zoo lange bewaard en geadministreert te werden, tot dat deselve, na de dood van de voorschreeve Persoonen zullen werden uytgekeert aan die geene, die ab intestato of volgens de dispositie van deese Wet daar toe geregtigt bevonden zullen worden. Laatende niet te min uit een zonderlinge gratie aan de voorsz. Persoonen, zoo veel van de vrugten en inkomsten haarer Goederen, als den Regter in ieders reguard competent, na ondersoek van zaaken, zal oordeelen te behooren, den welken wy daar toe qualificeeren by deese, met verdere magt, om, in gevalle met consent van de Ouders, de langstleevende van dien of van de Voogden, tusschen de voorsz. weggeloopen Persoonen een wettig Huwelyk zoude mogen weesen gecontracteert, en daar uyt een of meer Kinderen zouden mogen zyn gebooren en in leeven bevonden worden, tot beeter alimentatie en educatie van deselve Kinderen zoo veel meer van de vrugten en inkomsten der voorsz. Goederen aan de Ouders uyt te keeren, als de staat en geleegentheyd derselve Goederen zal toelaaten, als meede om de voorsz. Kind of Kinderen, hen met consent van haare Ouders ten Huwelyk begeevende, ofte zig in de Negotie of eenige ander Beroep stabilieerende, uyt de Goederen zelfs na reedelykheyd te doteeren of een zeekere somme toe te voegen, de bepalinge of vergrootinge van al het welke wy meede overlaaten aan het oordeel en goedvinden van den Regter.
Ten vyfden, ordonneeren en statueeren wy, dat alle de geenen die aan het voorschreeve vervoeren of doorgaan, het zy de Jongman, het zy de jonge Dogter daar van de oorsaak zoude moogen weesen, de behulpsaame hand zal of zullen geleent hebben, het zy met raad of met daad, daar over ieder met een pecunieele mulcte zelfs tot twee duisend guldens toe zal of zullen werden gecorrigeert, na exigentie van zaaken.
En byaldien de voorschreeven behulpsaamheid zoude mogen geschied weesen door het middel van list en bedrog; zoo ordonneeren en statueeren wy by deesen, dat booven de voorschreeve pecunieele mulcte, teegens alle zulke Persoonen zal geprocedeert werden tot confinement, bannissement of zoodanige andere straffen, als de Regter na omstandigheyd van de zaak, in goede Justitie zal vinden te behooren.
Ten zesden, verbieden wy ook wel scherpelyk, dat niemand van onse Ingezeetenen de voorschreeve persoonen, die hy zoude moogen weeten alsoo weggeloopen en doorgegaan te zyn, in zyn Huys ontfangen, logeeren of onderhouden zal, op een boete van een duysend guldens.
En dit alles, booven en behalven de straffen en poenen by de beschreeven regten op het stuk van de geweldaadige vervoeringen gestatueert, die wy niet willen dat hier door in eenigen opsigt zullen werden gederogeert, als deselve houdende in haare volkoomen kragt.
Laatende daar by aan de Regteren in onsen Lande, omme na omstandigheeden van zaaken, in dewelke de voorschreeve vervoeringen of doorgaan moet louteren en bedrog voltoogen zyn, booven de straffen en poene hier bevoorens gemeld, verder zoodanig arbitralyk, het zy tot bannissement of confinement te procedeeren, als zy in goede Jusititie zullen bevinden te behooren.

En op dat niemand hier van eenige ignorantie zoude kunnen pretendeeren, zoo begeeren wy dat deese alomme zal werden gepubliceert en geaffigeert, ter plaatse daar het behoord en te geschieden gebruykelyk is: Lastende ook alle Regteren en Officieren deeser Provincie, deesen onsen Placaate na te koomen en te doen nakoomen, procedeerende teegens de Contraventeurs, zonder eenige oogluykinge, dissimulatie of verdrag, want wy zulks alsoo ten dienste van den Lande en ten beste van de goede Ingezeetenen van dien bevonden hebben te behooren.

Gedaan in den Hage onder het kleyn Zeegel van den Lande den 25 February 1751.

    (Onderstond)

    Ter ordonnantie van de Staaten,

            (Was geteekent)

                        C. BOEY.

 

 

© 2001 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net