Plakkaat tot aanmoediging van de slavenhandel
in de West-Indische koloniŽn 1789

-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 

Deze bewerking werd ter beschikking gesteld door Jeroen-Martijn Hangoor.

 

 

Zeeuws Archief Middelburg, mr. Joannes van der Linden, 'Groot Placaatboek, vervattende de placaten, ordonnantien ende edicten van de Hoogh Mogende Heeren Staten Generaal der vereenighde Nederlanden: ende van de Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt; mitsgaders van de Ed. Mog. Heeren Staten van Zeelandt (...)', negende deel (Amsterdam 1796), fol. 1291, bibliotheek: 107 K3

 

Placaat van de Staaten Generaal, tot aanmoediging van den Negerhandel in de West-Indische Colonien. Den 24 november 1789.

 

De Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden: Alle de geenen die deese zullen zullen (sic!) zien, ofte hooren leesen, Salut: Doen te weeten. Nademaal den handel op de Westindien een der aanzienlykste takken uitleeverd van het bestaan voor de Ingeseetene deeser Landen, en het zeeker is, dat zoo lang 'er geen nieuwe middelen zyn uitgedagt, om de Colonien in de Westindien van de noodige handen te voorsien, tot het verrigten van den Arbeid, de Negerhandel behoort aangemerkt te worden, als onaffscheidelyk van den bloey en voorspoed dier Colonien, en van de geheele Commercie.
Zoo is 't, dat wy, bedagt zynde geweest, op middelen tot aanmoediging van den Negerhandel, by provisie tot het uiteinde van het tegenwoordig Octroy voor de Westindische Compagnie, en om zulks te beeter tot effect te brengen, hebben goedgevonden, te statueeren, zoo als wy statueeren by deesen:

Voor eerst, dat (gelyk reeds by onse resolutie van 27 augustus 1788. is goedgevonden) het geduurende den loop van het tegenwoordig Octroy aan de Nederlandsche Schepen zal vrijstaan, hunne aangebragte Slaaven in de Landbouwende Colonien van deesen Staat, publicq of uit de hand te Verkoopen, zoo als zy te raad zullen worden.
Ten tweeden, dat een iegelyk Aanvoerder van Slaaven in de Colonien van den Staat zal kunnen en mooogen maaken, alle zoodanige bedingen en verdere schikkingen tot zyne securiteit omtrent de betaaling der Kooppruys van de verkogte en geleeverde Slaaven, als naar regten geoorloofd, en niet verboden zyn, en hy naar de omstandigheid van de geenen, met wien hy contracteerd, zal te raade worden, mits niet aanloopende tegens de dispositie der gemeene rechten.
Ten derden, dat egter aan de Aanvoerders en Verkoopers van Slaaven niet zal vry staan, aldaar in de Colonien van de Planters te vorderen, en in hunne Schepen, tot betaaling der verkogte Slaaven, te laden Producten van zoodanige Plantagien, welke gehooren tot eenig generaal Fonds, of tot eene particuliere Negotiatie, of die met de last van Hypotheecq eenigermaate zyn bezwaard, ten zy daar toe van het consent van den Agendaris of Agendarissen van deselve Fondsen van Negociatie in de Colonien, of wel andersints, indien deselve Plantagien ten behoeven van particulieren mogten zyn verhypothequeerd, van het Consent van de Hypothecairen Crediteur of desselfs Gemagtigden in de Colonien, aan deselve Aanvoerder en Verkoopers van Slaaven mogt komen, te blyken, in welke gevallen, en anders niet, het aan deselve Aanvoerders en Slaavenhandelaars zal vrystaan van de Planters zoo veele Producten, en in geheele betaaling hunner verkogte en geleeverde Slaaven te ontfangen, als daar voor tusschen de respective Agendarissen of andersints, tusschen de Particulieren en Hypothecairen Crediteur, of wel zyn Gemagtigden in de Colonie ter eenre, en deselve Aanvoerders en Verkoopers van Slaaven, ter andere zyde, onderling zal worden gereguleerd; met dien verstande, dat door daadelyke acceptatie dier producten alle regt van Eigendom van deselve verkogte en geleeverder Slaaven geheel en al aan den Kooper onder het generaal Hypothecair verband, op zyn Plantagie gevestigd, zal overgaan, zonder eenige reserve hoe ook genaamd.
Ten vierden, dat, by aldien de Agendarissen in de Colonien zullen hebben geodgevonden op den voet zoo even gemeld, aan de Aanvoerders en Verkoopers van Slaaven in vollen betaaling der verkogte en geleeverde Slaaven, te geeven zoo veele Producten, als tusschen henlieden onderling zal worden geconvenieerd, de Directeuren dier respective Negociatien hier te Lande, zullen gehouden zyn, met zoodanige in de Colonien gemaakte Conventien, ten aansien van den verkooper der Slaaven, of regthebbende, genoegen te neemen, behoudens egter de verantwoording der daar omtrent gehoudene directie van deselve Agendarissen aan hunne Principaalen.
Ten vyfden, dat, by aldien de volle betaaling der Slaaven niet zal geschied zyn in Producten, maar gedeeltelyk in Wisselbrieven, of ook wanneer de geheel betaaling zal gedaan zyn in Wisselbrieven, het zal vrystaan den Agendarissen ten behoven en tot securiteit der Wissels, die tot betaaling der Slaaven getrokken zyn, af te zenden een genoegsaame quantiteit Producten en te Consigneeren ter voldoening van deselve wissels in europa, mits van deselve Versendingen tydelyk advis geevende, ten einde voor de assurantie zoude kunnen gezorgd worden, als meede, dat de gemelde Producten zullen worden, gelyk alle andere, aan de Comptoiren, welke Houders van de Hypotheecquen zyn, en dat de Cognossementen komen in handen van de Comptoiren, waar op de Wissels getrokken zyn, of by weigering van acceptatie tot onderpand blyven voor den Verkooper der Neegers of derselver Gequalificeerdens, om de goederen zelfs te moogen verkoopen, of te doen verkoopen.

En op dat niemand hier van eenige ignorantie kome te pretendeeren, begeeren wy, dat deesen onse Placaate alomme in de Colonien van den Staat gepubliceert en geaffigeert zal worden ter plaatse daar men gewoon is zoodanige publicatie en affictie te, alsoo wy het zelve ten dienste van den Lande bevonden hebben alsoo te behooren.

Aldus gedaan en gearresteert ter Vergadering van hooggemelde Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden. In 's Gravenhaage den 24 November 1789.

(Was geparapheert,) J.W. v. WELDEREN, vt.


(Onderstond,) Ter Ordonnantie van deselve.

(Geteekent,) H. FAGEL.


Zynde op het spatium gedrukt het cachet van haar Hoog Mogende op eenen roode Ouwel, overdekt met een papiere ruyte.