Plakkaat van de 100e en 200e penning 1751 (Holland)
-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 


 

Algemeen Rijksarchief Den Haag, Johannes Allart, 'Groot Placat boek, Inhoudende de placcaten ende Ordonnantien Van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Verenigde Nederlanden ....[etc]', deel 8 (Amsterdam, 1795), blz. 1153-1155, bibliotheeksignatuur H 21 E-1.

 

 

 

Placaat van honderdste en tweehonderdste penningen respective, te betaalen in twee termynen, de eene helft voor den vyftienden Mey toekomende, en de wederhelft voor den eersten July daar aan volgende. Gearresteert den 27 February 1751.

De Staaten van Holland en Westvriesland, Allen den genen die deesen zullen sien of hooren leesen, salut: Doen te weeten: dat wy ondervinden, dat tot support van de groote en excesive lasten, waar in den Staat door den laatst geŽxpireerden en voorige Oorlogen is vervallen, en die uyt het ordinaris inkoomen van het Land niet konnen werden gevonden, en om eenigzins goed te maaken de groote onkosten en zwaare lasten, gesprooten uit de nu laatst geŽyndigde troubles, waar meede den Staat meerder als te vooren is belast, des gemeene Lands Finantien met extraordinaris Middelen moeten worden onderschraagt.

Zoo is 't, dat wy wel hebben willen consenteeren en bewilligen, gelyk wy consenteeren en bewilligen by deese, dat van alle Obligatien en Losrentebrieven, loopende ten laste van het gemeene Land, of van eenige publique Comptoiren binnen deese Provincie, van eenige Steeden, Collegien, Heemraad of Waaterschappen, Dorpen, Societeyten, of eenigerhande andere Corpora of Gemeenschappen, geene uytgesonderd, wie deselve ook zouden moogen zyn,  zullen worden betaald een honderdste en een tweehonderdste Penning, en zulks een en een half van het honderd: Dog dat van de Obligatien, gesprooten uyt de groote Prysen van de drie Hollandsche Loteryen, van 1711, 1712 en 1713, en waar van de Interessen lopen teegen twee ten honderd, zullen werden geheeven alleen de tweehonderdste en vierhonderste Penning.

Dat ten opsigte van de Lyfrentebrieven, welke voorheen na proportie veel minder belast zyn geweest dan de Obligatien en Losrenten, zullen worden betaald twee honderdste Penningen; en dat de waarde van de voorschreeve Lyfrentebrieven, indistinctelyk op een of meer Lyven, genoomen en gereekent zal worden na advenant van tien ten honderd van het geene ter zaaken van de voorschreeve Lyfrenten jaarlyks moet betaald worden, en zulks dat de eene gulden jaarlyksche Lyfrenten gehouden zal worden in Capitaal waardig te weesen tien guldens.

Dat by Borgemeesteren en Regeerder van de respective Steeden, mitsgaders Schouten en Geregten van de respective Dorpen, als meede by de Collegien, Heemraad- of Waaterschappen, Societeyten, of eenigerhande andere Corpora of Gemeenschappen, geene uytgesondert, wie deselve zouden moogen zyn, aan de Heeren onse Gecommitteerde Raaden in beyde de Quartieren zullen moeten werden overgesonden exacte en gecertificeerde Lysten van de Capitaalen, daar meede deselve aan Obligatien, Los- en Lyfrenten zyn belast.

Dat deselve honderdste en tweehonderdste Penning insgelyks zal werden geheeven van de Actien in de Oostindische Compagnie, deselve Actien gereekent in Capitaal ter Somme van vier honderd guldens, yeder honderd guldens oud Capitaal.

Dog dat volgens onse Resolutie van den 5 Augusty 1741, van de helft van de voorschreeve tweehonderdste Penning exempt zullen zyn de Obligatien, Rentebrieven en Actien in de Oostindische Compagnie, die aan de Ordre van de Ridderschap en de respective Steeden, de Kerkelyke Comptoiren, Kerken en publique Godshuysen toebehooren. Welverstaande, dat de Obligatien, Rentebrieven, en Actien in de Oostindische Compagnie, na den 17 January des jaars 1719, by eenige Steeden, Kerkelyke Comptoiren, Kerken of publique Godshuysen geacquireert, deese exemptie niet zullen genieten. En welverstaande meede dat de Obligatien of Losrentebrieven in de voorleedene jaren 1745, 1746 en 1747 met een exemptie van meer lasten als van een enkelde honderdste, tweehonderdste, of een en een halve tweehonderdste Penning, respectivelyk, voor een termyn van jaaren, en de groote Prys-Obligatien, gesprooten uyt de Loterye van den jaare 1746, en de Jaarrenten, mitsgaders de Obligatien, gesprooten uyt de vyf laatste Loteryen, welke met exemptie van alle Lasten zyn genegotieert geworden, van die exemptie zullen moeten jouÔssceeren.

Dat van de Actien in de Westindische Compagnie zal werden geheeven een honderdste Penning, deselve Actien gereekent ter waarde van dertig guldens, elke honderd guldens oud Capitaal.

Dat voorts van alle Huysen in de Provincie van Holland en Westvriesland geleegen, zullen werden geheeven tweehonderdste Penningen. En zulks niet alleen ten aansien van de Huysen, welkers veertienjaarigen vrydom albereyds is geŽxpireert, en daar van dienvolgende de Verpondingen effectivelyk betaald werden, maar ook ten laste van die Huysen, welkers veertienjaarigen vrydom nog niet is geŽxpireert, en daar van dienvolgende alsnog geen Verpondingen betaalt werden, als meede ten laste van die Huysen, die teegenwoordig op de Quohieren van de Verponding nog niet zyn bekent; en dat mitsdien van de respective Steeden en Dorpen een Quohier van deselve Huysen door de Magistraaten gemaakt zal moeten werden, met expressie tot wat prys deselve haars oordeels in de Verpondingen gesteld te werden, om daar van na advenant van dien, en op den voet hier na vermeld, de voorschreeve honderdste Penningen geheeven te werden.

Dat een honderdste en een tweehonderdste Penningh zal werden geheeven van alle Heerlykheeden, Tienden, Visscheryen en andere in de Verpondinge gequotifeerde of contribueerende Goederen, maar ook van die geene, die door speciaale Octroyen daar van zouden zyn geŽximeert.

Dog dat van de Landen alleen geheeven zal werden een tweehonderdste Penning; dat ook een tweehonderdste Penning zal werden geheeven van alle afgesande Landen, en andere die voor alsnog met de voorschreeve Verpondinge niet zouden moogen weesen belast.

Dat, zoo verre van zoodanige Landen als nog geen Quohier zal zyn gemaakt, houdende taxatie waar op deselve in de Verpondingen behoorden te werden gesteld, de Schouten en Geregten zoodanige Quohieren zullen moeten formeeren.

En zullen de Heeren onse Gecommitteerde Raaden in de respective Quartieren werden gelast en geauthoriseert, zoo als deselve gelast en geauthoriseert werden mits deesen, om te besorgen, dat van de nieuw Getimmerde en Melioratien volgens onse Resolutie van den 5 November 1726, en onse naadere Resolutien van den 6 September 1729, en 26 October 1741, waar van aan de Magistraaten van de Steeden en Geregten van de Dorpen alsdoen Missive kennisse is gegeeven, als meede van de afgesande Landen pertinente Lysten effective geformeert en overgesonden, mitsgaders de voorschreve honderdste en tweehonderdste Penningen respective, dien conform ingevordert en ten Comptoire Generaal overgebragt werden, en by gebreeke van dien daar toe zoodanige ordres te stellen, als deselve tot naakoominge van onse goede meeninge des aangaande bevinden zullen te behooren.

Dat, nademaal de begrootinge van de waarde van de voorschreeve Huysen en Landen van groote difficulteyt en onkosten is, derhalven, om voor te koomen de moeylykheeden, die daar uyt zouden koomen te ontstaan, een honderdsten Penning zal werden gereekent te importeeren een heele, en een twee honderdste Penning een halve Verpondinge, waar op de voorschreeve Huysen en Landen zyn gequotiseert, en dat mitsdien, yemand een heele of halve Verpondinge betaald hebbende, verstaan zal werden daar meede een honderdsten of tweehonderdsten Penning te hebben betaald.

Dat wyders alle de geenen, dewelke besitten eenige Ampten, op de Quohieren van den tweehonderdsten Penning van de Ampten bekent, daar van zullen betaalen twee honderdste Penningen. Welverstaande dat, zoo veel eenen honderdsten Penning aangaat, zal moogen werden gekort het geen weegens de heele extraordinaris Verpondinge, en op den tweeden honderdsten Penning het geen weegens een halve extraordinaris Verponding, waar meede die selve Ampten zyn belast, zal weesen betaald.

Dat de voorschreeve honderdste en tweehonderdste Penningen zullen werden betaald in twee termynen, namentlyk, de eene helft voor den vyftienden Mey toekoomende, en de weederhelft voor den eerste July daar aan volgende: Alles met dien verstande, dat het vry zal staan de voorschreve honderdste en tweehonderdste Penningen te gelyk te voldoen, en dat de Ontfangers of Collecteurs gehouden zullen weesen de voorschreeve honderdste en tweehonderdste Penningen te gelyk te ontfangen, en dat die geenen, die deselve van haare Huysen, Heerlykheeden, Tienden, Visscheryen en andere in de Verpondingen contribueerende Goederen, als meede van de Landen, de eene helft voor den voorschreeven vyftienden Mey, en de weederhelft voor den voorschreeven eerste July, of wel beyde de helften, en zulks het geheel voor den voorschreeven vyftienden Mey, koomen te voldoen, van yder termyn of helft, of wel van het geheel, zoo dat voor den voorschreeve vyftienden Mey betaald werd, zullen korten een prśmie van vier ten honderd: Behoudelyk, dat de prśmien niet zullen werden genooten dan by die geenen, die de voorgaande reŽle honderdste en tweehonderdste Penningen van deselve Goederen effectivelyk zullen hebben betaald.

Dat geen Ontfangers of Rentmeesters, hoedanig selve zouden moogen weesen, eenige Renten of Interesten, in deesen loopende jaare alreeds  verscheenen, en die na de publicatie deeses zullen verschynen, zullen moogen betaalen aan de Houders van de voorschreeve Obligatien, Los- en Lyfrentebrieven, de voorschreeve honderdste en tweehonderdste Penningen respectivelyk subject, ten zy dat alvoorens deselve honderdste en tweehonderdste Penningen, zoodanig als deselve by deese geconsenteert zyn, daar van zullen hebben afgehouden.

Dat de Burgemeesteren en Regeerders van de respective Steeden, mitsgaders Schouten en Geregten van de Dorpen, zullen besorgen dat de Penningen, die op de voorschreeve honderdste Penningen, en op den tweehondersten Penning respective, onder beneficie van de voorschreeve prśmien zullen werden betaald, van tyd tot tyd, na advenant die ontfangen werden, zullen werden gebragt ten Comptoire van den Ontfanger Generaal, en de laatste Penningen uyterlyk agt daagen na de expiratie van de termynen, of dat by gebreeke van dien, de voorschreeve prśmien niet zullen werden goedgedaan of in reekening gevalideert, en dat dien onvermindert gemelde Burgemeesteren en Regeerders van de Steeden, mitsgaders Schouten en Geregten van de Dorpen, of de Ontfangers en Collecteurs, die den ontfang of collecte van de voorschreeve honderdste Penningen en van den tweehonderdsten Penning respective zal weesen aanbevoolen, voor de ontfangene Penningen zullen werden geŽxecuteert.

Dat die geenen, die in gebreeke zouden moogen blyven de voorschreeve honderdste en tweehonderdste Penningen van de voorschreeve Goederen en Ampten binnen de hier booven gespecificeerde termynen te voldoen, daar over paratelyk zullen werden geŽxecuteert, en dat dien onvermindert de voorschreeve verschuldigde honderdste en tweehonderdste Penningen respectivelyk van de Obligatien, Rentebrieven, Lyfpensioenen, Actien van de Oost- en Westindische Compagnien, mitsgaders van de Tractementen van de Ampten door de respective Ontfangers, Rentmeesters, Boekhouders en andere, die de Renten, Interessen, Lyfpensioenen, Uytgiften en Tractementen zullen betaalen, ingehouden en aan den Lande betaald en verantwoord zullen moeten worden.

Dat ook de Ontfangers, Rentmeesters, Boekhouders en andere, op welkers Comptoiren de Tractementen werden betaald, en de honderdste Penningen van de Ampten aan andere, of op andere Comptioren moeten werden voldaan, voortaan geen Tractementen zullen betaalen, ten zy haar by Quitantie koome te blyken, dat de honderdste Penningen van het voorgaande jaar van deselve Ampten zyn betaald.

En op dat niemand hier van eenige ignorantie zoude konnen pretendeeren, zoo begeeren wy, dat deese alomme gepubliceert en geaffigeert zal werden daar het behoort, en te geschieden gebruykelyk is.

Gedaan in den Hage onder het kleyn Zeegel van den Lande den 27 February 1751.

    (Onderstond)

            Ter Ordonnantie van de Staaten

                    (Was geteekent,)

                            C. BOEY

 

 

© 2001 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net