Ordonnantie op het klein zegel 1624 (1626) 
(Holland en West-Friesland)
-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 


Nationaal Archief Den Haag, Cornelis Cau, 'Groot-placaetboek, vervattende de placaten, ordonnantien
ende edicten van de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden ....[etc]', deel 1 (Den Haag 1655),
kolommen 1996-2001, bibliotheeksignatuur H 21 D-1.

 

Zie ook: Plakkaat op het middel van het klein zegel 1624

N.B.: In deze ordonnantie is een aantal malen verwezen naar een latere ordonnantie;
deze ontbrekende gegevens zullen over enige tijd worden aangevuld.

 

 

Ordonnantien vanden 13 Augusti 1624, ende 13 Julij 1626, volgens 
welcke inden Landen van Hollandt ende West-Vrieslandt, het recht van 't kleyne Zegel gheheven ende betaelt is geweest.

 

I.

Dit Recht sal betaelt moeten werden, van alle Sententien, Vonnissen, Verlyen, Acten, Testamenten, codicillen, Huwelijckse Voorwaerden, Contracten, Charte-partyen, Huys-cedullen, Cognoscementen, Procuratien, Attestatien, Certificatien, Authentisatien, Recollementen, Extracten uyt Boecken ofte Registers, ende alle andere, hoe die genaemt souden mogen werden: Te weten, als de selve voor Wette, Wees-kamer, Notairs, ofte andere publijcque Collegien ofte Persoonen zijn verleden, ofte ghedaen: Ende boven dien, van alle Requesten, Octroyen, ende andere gratieuse Concessien: uytgesondert alleen Protesten in matier van Wissel, van weygeringe, van acceptatie, ofte van betalinge te doen, die om sonderlinge consideratie, d'Ordonnnatie van 't kleyn Segel niet subject en sullen zijn op peyne van ses gulden te verbeuren op yeder Acte ofte Instrument dat ongesegelt gevonden sal worden, ende dat daer en boven op de selve een recht en sal worden ghedaen, met interdictie van alle Rechteren ende Justicieren, op de selve geen recht mogen doen, ofte ghedoogen dat in Rechten geproduceert ofte over geleyt werden, op een boete, tot laste vanden geenen die sulcke Documenten voortaen sal over leggen, sonder op gedruckt te hebben het kleyn Segel, van ses gulden op elck Document, te decreteren inde Vonnissen ofte Sententien, daer de selve anders over gheleyt sullen worden: Boven, dat daer op geen reguard en sal mogen werden ghenomen, ter tijdt toe het Segel daer op sal wesen ghestelt. Ende sullen de respective boeten in dese Ordonnantie begrepen, zijn tot profijte vanden Officier ende sal den Aenbrenger genieten een derde part.

II.

Dit voorsz Recht sal noch betaelt moeten worden van alle Mandamenten, Provisien ofte Acten, van Citatien, Arresten ofte Dagementen, oock op versoeck van partyen te doen by eenige Boden tot wat saecke dattet oock zy mitsgaders van alle Sententien diffinitive ofte interlocutoire verklaringen, ofte decisien van alle Hoven, Collegien van Regieringe, Justicie ofte Reeckeninge, mede op peyne voorsz. Behoudelick dat vande Dagementen ende Citatien, die op versoeck van partyen, by eenige Boden gedaen, de saecke eerst ter Rolle sal moeten werden gepresenteert, al eer het recht van 't Segel sal verschijnen, 't welck den Secretaris, neffens de presentatie ter Rolle te stellen, sal moeten aenteeckenen, al eer de presentatie in Rechten sal mogen werden gelesen, sulcx dat de Boden getekende Acte van Citatie sullen moeten over leveren, met het kleyn Zegel daer op ghedruckt, al eer de saecke sal mogen dienen.

III.

Het voorsz Recht sal oock betaelt moeten werden van alle Requesten, die aen eenige Collegien, hoedanich de selve souden mogen wesen, ghepresenteert sullen worden, tot twee stuyvers. Ende in ghevalle eenige Requesten sonder het Segel te hebben, aen eenige Collegien werden ghepresenteert, soo sal daer op niet worden ghedisponeert, maer wederom uyt ghesonden, ten ware daer op ware gestelt pro Deo. Ende dat by het Collegie aen het welck de selve ghepresenteert is, gheoordeelt word, de selve om Godts-wille aengenomen te mogen werden.

IIII.

Van alle Instrumenten, Huyr-cedullen, Contracten, Charte-parthyen, Cognoscementen, Attestatien, Certificatien, Provisien, Mandamenten, Arresten, Dagementen, Autentisatien, Extracten uyt Boecken ofte Registers, Verificatien, Recollementen, ende alle andere Wettelijcke ofte Notariale Acten, hoe die ghenaemt souden mogen wesen, sal voor 't recht betaelt worden, van elck twee stuyvers.

V.

Van alle Sententien, Vonnissen diffinitive, ofte interlocutoire verklaringen, Interdispositien van Decreten, ofte anders, ofte andere decisien van Rechters, van saecken waerdich wesende ses hondert gulden, ende daer beneden, van elck vier stuyvers. Doch van alle Vonnissen houdende xij gulden, en daer beneden, sal alleen betaelt worden half gelt.

VI.

Van alle Transporten, Giften, Cessien, Collatien van Beneficien, investiture van Leenen, midtsgaders van alle Verlyen voor Rechters. Item, van alle vertichtingen voor Wees-meesters ghedaen, ende anders, mede waerdich ses hondert gulden en daer beneden, sullen betaelt worden vier stuyvers.

VII.

Van alle Sententien, Vonnissen diffitive, ofte interlocutoire verklaringen, interpositien voorsz, decisien van Rechters. Item, van alle Transporten, Giften, Cessien, Collatien van Beneficien, ende andere Verlyen voor Schepenen: mitsgaders vertichtingen voor Wees-meesters gedaen, investiture van Leenen, ende andere, van saecken waerdich boven de ses tot twaelf hondert guldens toe, sal moeten betaelt worden van elck ses stuyvers.

VIII.

Ende wat daer boven is, van elck acht stuyvers, mitsgaders van Huwelijcxe Voorwaerden, Testamenten, ende andere uyterste Willen, ghelijcke acht stuyvers.

IX.

Van Paspoorten, naer, ende vanden Vyandt, elcks acht stuyvers.

X.

Van alle Octroyen, Brieven van gratie, Remissien, Pardonnen, mitsgaders Commissien van Officien, Seuretés du Corps, ende vande continuatie van alle dien, sal moeten betaelt worden xxx. stuyvers.

XI.

Dit recht sal moeten betaelt worden half ende half, daer twee partyen zijn, ofte by partye Requirante, ende alleen by partye Triumphante, in Sententien ofte Vonnissen.

XII.

Ende op dat dit Middel met den meesten dienst vanden Lande, &c. als Art. 18. vanden Placate des Jaers 1638. staende hier onder.

XIII.

I  Dat alle de Secretarissen, &c. als Artickel 19. ibidem.

XIIII.

Den Commissaris van 't kleyne Zegel, en sal aen niemant eenige kleyne Zegelen uyt reycken, dan aen de respective Steden, op privatie van sijn Officie.

XV.

De Griffiers vande Hoven van Justicie, Rekenkamer ende de Leen-kamer van de Graeffelijckheyt van Hollandt, de Heeren ende Ambachts-Heeren, de Secretarissen vande Steden, ende alle andere Collegien, mitsgaders alle Persoonen die tot de Collecte zijn gestelt, eenige gesegelde Pampieren ende Francijnen, van den Commissaris van 't kleyne Segel ontbiedende ofte ontfangende sullen gehouden zijn daer voor aenden vornoemden Commissaris te geven heure Recipissen, voor ende al eer sy de voorsz ghesegelde blancken uyt sijn handen sullen mogen ontfangen, om daer mede aen hem comptabel gemaeckt te worden, de gene die haer eygen Franchijnen ende Papieren over gesonden hebben, voor het recht van het Segel alleen: Ende die gheen Papieren ende Franchijnen over gesonden hebben, boven 't recht van 't Segel, oock vande waerdye vande Papieren ende Franchijnen diese gesegelt sullen ontfangen hebben.

XVI.

De Griffiers, Secretarissen ende andere Collecteurs, hunnen ghesegelde Papieren ende Franchijnen ten deele ofte in 't geheel geconsumeert hebbende, sullen niet vermogen eenige nieuw ghesegelde Papieren ende Franchijnen van den Commissaris van 't kleyne Segel te ontbieden ende te ontfangen, voor ende al eer sy hem sullen behandight hebben quitantie vanden Ontfanger van des gemeene Lants Middelen in haer quartier, inhoudende hoe veel penningen sylieden over hunne gecomsumeerde blancken, aen den selvigen betaelt hebben: Ende daer neffens haer eygen Recipisse vande ghesegelde blancken, aen den selvigen betaelt hebben, ende op nieuw versoecken, op datse over de ghesegelde blancken die noch onder haer zijn, ende die haer op nieuw gesonden of gelevert werden, comptabel ghemaeckt, ende vande betaelde penningen ontlast mogen worden.

XVII.

De Magistraten vande respective Steden, sullen vermogen soo veele, ende soodanige Persoonen, het zy dan de Secretarissen vande selve Steden, of andere Persoonen, tot de collectie ende administratie van dit Middel inden beuren te stellen, als de selve dienstich sullen oordeelen, mits blyvende comptabel als vooren, ende voor de collecte caverende nae behooren.

XVIII.

De Griffiers, Secretarissen ende andere Collecteurs sullen versorgen, datse t'allen tyde alderley soorten van gesegelt Papier ende Francijn in voorraet hebben, omme de Notarissen inde Steden, ende de Secretarissen op de Dorpen daer mede wel te konnen voorsien, aende welcke sy die sullen distribueren, mits datse daer vooren betalen het recht van 't kleyne Segel, ende daer boven de waerde van 't Papier ende Parcquement: Soo dat de voornoemde Collecteurs geene restanten vande selvige sullen mogen in reeckeninge brengen, maer selfs comptabel blyven van alle de gesegelde blancken, die sylieden ontfangen sullen hebben: Welverstaende, dat het den Heeren ende Ambachts-Heeren vry gelaten wert, de ghesegelde Papieren ende Franchijnen te halen vande Secretarissen van de Steden, ofte vande Commissaris van het kleyne Segel selve, midts datse sullen comptabel zijn als vooren, ende de penningen daer van betalen aen den Ontfanger van des gemeene Lants Middelen in heuren resorte.

XIX.

Alle Griffiers, Secretarissen ende Notarissen, oude ende oock nieuwe aenkomende, sullen op eere, trouwe ende vroomigheyt beloven, gheen Instrumenten te teeckenen, als alleen op't Papier ende 't Parquement daer op het kleyne Segel is gestelt, elcx naer sijnen prijs ende natuyre, op peyne soo anders bevonden werde, te verbeuren voor de eerstemael op yeder Instrument vijf en twintich gulden, ende voor de tweedemael vijftich gulden, ende de derdemael arbitrale correctie.

XX.

I  d'Voorsz Griffiers, &c. als Art. 25. van d'Ordonnantie des Jaers 1638. staende hier onder.

XXI.

I  De Griffiers vande Hoven, &c. als Artijckel 26. ibidem.

XXII.

Ende op dat niemant hier door, &c. als Artijckel 27. ibidem.

XXIII.

Ende op dat alle fraude te beter voor gekomen werde, soo sullen alle Griffiers, Secretarissen, ende andere Collecteurs, op eere, trouwe ende vromigheyt belooven, datse geenderley gesegelde Papieren ofte Franchijnen van haer gheven, noch distribueren en sullen, voor ende al eer datse neffens, ofte aen yeder Segel haren naem gheparapheert, ende met haer gewoonlijcke Signature gestelt ende gereeckent hebben, op peyne soo anders bevonden werde, te verbeuren op yder Instrument voor de eerste reyse xxv. gulden, voor de tweede mael vijftich gulden, ende de derde mael arbitrale correctie.

XXIIII.

Welcke voorsz Collecteurs inde kleyne Steden alle drie Maenden, ende inde groote Steden, mitsgaders de Griffiers inde Hoven van Justicie, Reecken-kamer ende Leen-kamer vande Graeffelijckheyt, ende vande Vasallen ende andere, ende de Collecteurs van andere Collegien, alle Maents de gecollecteerde penningen sullen moeten leveren in handen van den Ontfanger vande ghemeene Lants Middelen van haer Quartier, ende alle ses Maenden daer van pertinente reeckeninge, bewijs ende reliqua doen, in handen vanden Commissaris, tot de directie van dit middel alreede ghestelt, ofte die naemaels ghestelt soude mogen worden: Ende sullen de voorsz Collecteurs, neffens andere Documenten, tot haer reeckeninge noodigh, oock mogen by af-slach in liquidatie over brengen alle vuyle, bekladde ofte verdurven ghesegelde Papieren ende Francynen, die men klaerlijck sal konnen oordeelen, dat tot naedeel van 't Landt niet misbruyckt zijn gheweest.

XXV.

De voorschreven Collecteurs sullen ghenieten voor hare moeyte vande Collecte, den veertighsten penningh.

 

Aldus ghedaen ende ghearresteert den dertienden Julij sesthien hondert ses en twintich. Onder sont, Ter Ordonnantie vande Staten. Onderteyckent, C. vander Wolff.

 

I  d'Ordonnantie is met het derthiende, veerthiende, twintichste, en een en twintichste Articulen Anno sesthien hondert ses en twintich geamplieert.

 

 

© 2003 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net