Statuten 1665
(Maastricht
)
-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 

Deze bewerking werd ter beschikking gesteld door Mathieu Vandenbosch.

 

 

Bron: Rijksarchief Hasselt, Bibliotheek, inv. nr. OD. 98.


 

R E C U E I L

D E R

 R E C E S S E N

W E G E N S

BEYDE DE GENAEDIGHE

Heeren ende princen , alhier geëmaneert

 Inden Jaere 1665.

---------------

TOT  MAESTRICHT,

Gedruckt by P. Boucher, Stads-Drucker, inden Jaere 1680.

 _____________________________________________________

 

Recueil der Recessen,
VOOR  DE  REGERINGE  DER  STADT  MAESTRICHT,

 Tusschen de Heeren Arnold Baron de Kerckhem, Camer-Heer van Syne Cheurf: Hoogheyt van Keulen, Bisschop ende Prince van Luyck, Heere van Wyer, Muysen, Cosen, Moperingen, Hoogh Balliu des Amps Bilsen: ende Heer Carel de Mean Ridder , Heere van Atrin, Raedt van Syne hoogh-gemelte Hoogheydt in syne Raden van State, Geheymen ende Ordinaris, Oudt-Borgemeester der Stadt Luyck, Commissarissen Deciseurs van weghen Syne hooghgemelte Hoogheyt, ter eenre: Ende den Heere Marinis van Crommon, Ridder , etc. ende Godart Adriaen, Baron de Reede, Heer van Amerongen, Ginckel, Elst, etc., Ridder van de Conincklycke Deensche Ordre vanden Oliphant, beyde mede Gedeputeerden inde Vergaderinge vande Hooge Mogende Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden, van wegen de Provincien van Zeelandt ende Utrecht, oock der selve jonghst-gewesene Commissarissen Deciseurs binnen de voorsz. Stadt Maestricht, ter andere zyde; in krachte van der selver respective Heeren Committenten ende Princen authorisatie, ende plein Pouvoir, beyde hier naer geinsereert, den 13 September 1664 gearresteert, ende den 12 Martii 1665, van wegen Syne hoogh-gemelte Hoogheyt, ende den 5 Januarii des voorsz. Jaer, by de hoogst-gemelte Heeren Staten Generael geapprobeert, geratificeert, ende in eene positive wet bekeert.

MAXIMILIAN HENRY, par la grace de Dieu, Archevéque de Cologne, Prince Electeur du Saint Empire Romain, Archicancellier par l’Italie, et du Saint Siege Apostolic Legat né,  Evéque et Prince de Liege, et Hildesheym, Administrateur de Bergtesgade et Stavelot, Duc des deux Bavieres, du Haut Palatinat, Westphale, Engeren et Bouillon, Comte Palatin du Rhin, Lantgrave de Leuchtenbergh, Marquis de Franchimont, Comte de Looz, Horne, Loigne, etc.

Atous ceux qui ces Presentes verrront, Salut. Comme ainsi soit, que leurs Hautes Puissances, les Seigneurs Etats Generaux des Provinces Uniës du Pais-bas, auroient donné Commission à leurs Commissaires Déciseurs à Maestricht, de visiter et examiner, avec les Nôtres, certains Recez ci-devant faits par les Commissaires des deux Princes, avec un concept de Reglement avancé, tant ausdits Seigneurs Etats Generaux, qu’à nous, de la part des Commissaires Instructeurs et Pensionaires de laditte Ville, concerter et ajuster le tout, et en faire rapport à leurs Principaux, pour, sous leur bon plaisir, et approbation, êtablir là-dessus une Loi. Nous avons bien voulu, à même effet, que dessus, aussi commettre et deputer, comme Nous commettons et deputons, par cette, nosdits Commissaires Deciseurs, presentement à Maestrecht, leur donnant pareil pouvoir, en ce regard, que lesdits Seigneurs Etats Generaux ont donné à leursdits Commissaires, voire à condition de nous en faire rapport. Donné sous nôstre Seel secret en nôtre Cité de Liege le 5 d’ Aoüt 1664. Etoit vidimé à l’ original, Rosen. Signé I.L. de Creeft. Et y étoit imprimé le Seel secret de Son Altesse Serenissime.

 

Extract uyt ‘t Register der Resolutien vande Hooge Mogende Heeren Staten
Generael der Vereenighde  Nederlanden.

Lunae den 21 Julij 1664.

Is gehoort het rapport vande Heeren van Braeckel, ende andere hare Ho: Mo: Gedeputeerden tot de saecken vande Landen van Over-Maze, achtervolgens der selver Resolutie vanden negenden Junii lestleden, gevisiteert ende geëxamineert hebbende de Missive vande Commissarisen Instructeurs ende Pensionarisen der Stadt Maestricht, geschreven aldaer den lesten der selver Maendt, mitsgaeders seecker Concept van Reglement in forme van een positive Wett, van wegen  beyde de Princen der Stadt Maestricht, te emaneren, raeckende de Regeringhe in ’t stuck vande Politie, Justitie, ende Finantie der selver Stadt: Waer op gedelibereert zijnde, is goet gevonden, ende verstaen, dat de voorsz. Missive, met, ende neffens de Bylaghen, daer toe specterende, gesonden sal werden aende Heeren hare Ho: Mo: Commissarissen Deciseurs, jegenwoordich   zijnde tot Maestricht, met authorisatie ende versoeck, om over ’t voorz. Concept van Reglement te concerteren met de Heeren Commissarissen Deciseurs vande Luycxe zyde, mede aldaer zijnde, ende alles te adjusteren, op approbatie van wederzijts Princen ende Souverainen, daervan, aende selve, t’syner tijdt rapport sal werden gedaen, om by hen, alsdan, tot een Wett, in ’t toecomende, gearresteert te werden. Was geparapheert, I. DE   MERODE. Onder stont, Accordeert met ’t voorsz. Register. Was geteeckent, N. RUYSCH.

Wy Maximiliaen Henrick, byder Gratie Godts, Aerts-Bisschop van Keulen, des Heylighen Roomschen Rycx, door Italien EertsCantselier ende Cheurfurst, Bisschop tot Luyck, ende Hildesheym, Administrateur tot Berghtesgaden, ende Stavelot, Hertoch van Over ende Neder-Beyeren, vanden Over-Palts, van Westphalen, van Engeren, ende Bouillon, Paltsgrave by Rhyn, Lantgrave tot Leuchtembergh, Marckgrave tot Franchimont, Grave van Loon, Horne, ende Loigne, etc. Allen den genen die desen sullen sien oft hooren lesen, Saluyt. Doen te weten, alsoo Wy, by rapport van onse Commissarissen Deciseurs, bevonden hebben, dat binnen onse Stadt Maestricht, van tijt tot tijdt, wel vele goede ende salutaire Reglementen, ten besten vande Policie, Justicie, ende Finantie der selver Stadt; zijn ter neder gestelt, maer dat de executie ende observantie aen vele vande selve manqueert, de welcke nochtans de ziele is van alle goede Wetten. Ende dat de selve Reglementen, sedert den Jaere 1580, menigmael vernieuwt, geamplieert, ende vermeerdert zijnde, tot een groot Volumen sijn geëxcresceert, ende, mits dien, beswaerlyck by de Magistraten der voorsz. Stadt, ende by andere, die sulcx aengaet, connen geincorporeert werden, behalven dat vele, ende onderscheyde veranderingen, daer inne voorgevallen, de naecominghe ende parcticque der selver, seer difficil, ende onseecker maecken; Omme, waer tegens, in ’t toecomende, naer behooren te voorsien, Onse, ende de Heeren Commissarissen Deciseurs van hare Ho: Mo: de Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, hadden gelast, ende geauthoriseert de respective Commissarissen Instructeurs, Meesters Claude Ernest de la Montaigne, Servaes van Cauwenbergh, Johan Ruse, ende Martin de Quade: ende Pensionarisen der voorsz. Stadt, Meesters Anthoni Vaes, ende Johan Pesters, dat sy alle de voorsz. Recessen, met malcanderen, hadden te resumeren, de materien ende ingredienten der selver, onder distincte Hoofden ende Capittelen, te reducerenn ende de selve op te stellen by forme van een positive Wet, applicabel op den tegenwoordighen tijdt ende constitutie van de Regeringhe onser voorsz. Stadt. SOO IST, dat Wy, doorsien ende geëxamineert hebbende alles, wes by de voorsz. Commissarissen Instructeurs, ende Pensionarisen, in desen, gebesoigneert, geformeert, ende opgestelt is, naedat de opgemelte hare Ho: Mo: de Heeren Staten Generaal der Vereenichde Nederlanden, daervan, deel of kennisse hebben gehadt, het selve in eene vaste ende positieve Wat hebben geconverteert, ordonnerende ende statuerende, dat, van nu voortaen, de naevolgende Poincten ende Articulen, in ’t stuck vande Policie, Justitie, ende Finantie, metten aencleven van dien, binnen de voorsz. Onse Stadt Maestricht, soo by de gemeene Magistraeten, als alle andere Subalterne Regenten, Borgeren ende Inwoonderen, Politycquen, ende Militairen, jeder soo veel hem aengaet, sullen gebruyckt, geobserveert, ende naegecomen worden, want Wy sulcx, ten dienste van de voorsz. Onse Stadt Maestricht, bevonden hebben alsoo te behooren.

De Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, Allen den genen die desen sulen sien, ofte hooren lesen, Saluyt. Doen te weten, Alsoo Wy, by rapport vande Heeren onse Commissarissen Deciseurs, bevonden hebben, dat binnen Onse Stadt Maestricht, van tijdt tot tijdt, wel vele goeden ende salutaire Reglementen, ten besten vande Politie, Justitie, ende Finantie der selver Stadt, zijn ter neder gestelt, maer dat de executie ende observantie aen vele vande selve manqueert de welcke nochtans de ziele is van alle goede Wetten. Ende dat de selve Reglementen, sedert den Jaere 1580, menichmael vernieuwt, geamplieert, ende vermeerdert zijnde, tot een groot Volumen zijn geexcresceert, ende, mits dien, beswaerlyck by de Magistraten der voorsz. Stadt, ende by andere, die sulcx aengaet, connen geincorporeert werden, behalven, dat vele ende onderscheyde veranderingen, daer inne, voorgevallen, de naecominghe, ende practicque der selver seer difficil ende onseecker maecken; Omme, waer tegesn, in ’t toecomende, naer behooren te voorsien, Onse, ende de Heeren Commissarissen Deciseurs van Synee Hoogheyt, den Heere Bisschop ende Prince van Luyck, hadden gelast ende geauthoriseert de respective Commissarissen Instructeurs, Meesters Johan Ruse, Martin de Quade, Claude Ernest de la Montaigne, ende Servaes van Cauwenbergh:  ende Pensionarisen der voorsz. Stadt, Meesters Johan Pesters ende Anthoni Vaes, dat sy alle de voorsz. Recessen, met malcanderen, hadden te resumeren, de materien ende ingredienten der selver, onder distincte Hoofden ende Capittelen, te reduceren, ende de selve op te stellen by forme van een positive Wet, applicabel op den tegenwoordighen tijdt, ende constitutie van de Regeringe onser voorsz. Stadt. SOO IST, dat Wy doorsien, ende geëxamineert hebbende alles, wes by de voornoemde Commissarissen Instructeurs, ende Pensionarisen, in desen, gebesoigneert, geformeert, ende opgestelt is, nae dat opgemelte Sijne Hoogheydt den Heere Bisschop ende Prince van Luyck, daer af deel of kennisse heeft gehadt, het selve in een vaste, ende positive Wet hebben geconverteert, ordonnerende ende statuerende, dat van nu, voortaen, de naevolgende Poincten, ende Articulen, in ’t stuck van Pollitien Justitien ende Finantie, metten aencleven van dien, binnen de voorsz. Onse Stadt Maestricht, soo by de gemeente Magistraten, als andere Subaltern Regenten, Borgeren ende Inwoonderen, Politycquen ende Militairen, yder soo veel hem aengaet, sullen gebruyckt, geobserveert, ende naegecomen worden, want Wy sulcx, ten dienste vande voorsz. Stadt Maestricht, bevonden hebben alsoo te behooren.

 

I. CAPITTEL.

Vande Stadt Maestricht, ende hare Genadige Heeren ende Princen

  1. De Stadt van Maestricht zijnde, van oudts, een Rycx-Stadt, behoort aen Ons, ende de Heeren Staten Generael der Vereenigde Nederlanden, als representerende de Hertogen van Brabandt, met soodanighe Hoogheyt, Recht, ende Gerechtigheyt, als onse Voorsaeten, met de Hertogen van Brabant, de selve beseten ende geregeert hebben.
  2. Ende wort, dit gemeene ende indivise Recht, ende Regeringhe, van oude tyden, herwaerts, binnen deselve Onse Stadt te kennen gegeven, met dese oude maniere van spreken, in die materie gebruyckelyck:
                                      Een Heer,  geen  Heer:
                                    Twee Heeren, een Heer.
                                             In ’t Latijn,
                      Trajectum neutri Domino, sed paret utrique.
  3. De voorsz. Stadt sal dienvolgens, voortaen, gelijck voor desen, by Ons ghesamentlyck met de Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden, geregeert ende gegouverneert worden als eenen Staet ende Procincie particulier, verscheyden van andere onser beyder Staten ende Provinvien, sonder dat eenige Ordonnantien, Statuyten ofte belastingen, anders als met onderlinghe communicatien ende gemeen advis van Ons, ofte onse Ghecommitteerde aldaer ingevoert sullen werden, oft plaetse hebben. 
  4. Tot welcken eynde sullen Wy, van twee tot twee Jaeren, of binnen soodanigen anderen tijdt, als Ons goet duncken sal, deputeren of senden twee Heeren, dewelcke als Commissarissen Deciseursn met ende neffens de Heeren Commissarissen vande Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden, gesaementlyck sullen afhandelen, ende termineren alle saecken van Politie ende Finantie, ende afsonderlyck, ofte gesamentlyck de saecken van Justitie, nae de nature ende vereysch vande selve respectivelyck.

 

II. CAPITTEL.

Vande Persoonen ende Borgers deser Stadt in ’t gemeen.
  1. De Borgers, Poorteren, ende Inwoonderen der voorsz. Stadt, worden gereputeert, ende zijn of Luycksche of Brabantsche Persoonen. 

  2. Luycksche Persoonen zijn, ende worden gereputeert, alle soodanige, die binnen de voorsz. Stadt, van Luycksche Moeders geboren zijn, ofte die buyten de selve Stadt, onder onse temporele Jurisdictie als Bisschop ende Prince van Luyck, of van onse tegenwoordige Vasallen, de welcke possideren soodanige Leenen, als voor dato van het Tractaet vanden Jaere 1579, tusschen onsen Voorsaet, als Bisschop ende Prince van Luyck, ende den Prince van Parma den vijf-en-twintichsten Octobris opgerecht, ende by den Heer Coningh van Spagne, den twintichsten Martii 1584, geratificeert, voor hooghgemelte onse Voorsaet zijn gereleveert  geweest, gheboren zijn sonder onderscheyt, of de Moeders Luycx, of Brabandts mogen wesen.

  3. Brabandtsche persoonen zijn, ende worden gereputeert, alle soodanige, die binnen de voorsz. Stadt ghebooren zijn, van Brabandtsche Moeders, oft die buyten de selve Stadt, onder andere Rycken of Staten, als onder onse temporele Jurisdictie ende gebiedt, als Prince van Luyck, geboren zijn. 

  4. Maer buyten de voorsz. Stadt worden alle  Borgers, in ’t stuck van Officien ende Digniteyten, indifferentelyck aengesien ende erkent als Luycksche, of Brabandtsche Persoonen, nae dat henlieden wel gevalt, of te passe comt. 

  5. Ende op dat men preciselyck moge weten de voorsz. qualiteyt ende geboorte der Kinderen, soo sullen, voortaen, de Pastoors, ende Predicanten, respectivelyck, punctueluck ende exactelyck aenteeckenen den naem, ende toenaem, van alle die ghene, die by haer gedoopt worden, ende vande Vader ende Moeder der selver, met byvoeginge, of de Moeder Luycx of Brabandts is, daer af, sy, twee bysondere Registers sullen houden, ende de dubbelen, van Jaer tot Jaer, op de lesten December, overbrengen aende respective Hooge Gerechten, om ter Griffie geseponeert te worden: en sal een yder, des versoeckende, acces hebben tot de voorsz. Registers, soo wel by de Pastoors ende Predicanten, als by de voorschreven Hooghe Gerechten. 

  6. Alle Borgers end Inwoonders, van wat nature, ende conditie de selve zijn, soo Politicquen, als Militairen, dewelcke comen te trouwen binnen de voorsz. Stadt, sullen hare namen overbrengen aende respective Hooge Gerechten, ende laten aenteekenen of hare Vrouwe is van Luycksche of Brabandtsche geboorte, sonder dat nochtans, den eenen ende den anderen Prince, ofte hare Hoogh-Schouten sullen verkort wesen, om, in cas van dispuyt over de qualiteyt oft geboorte van ymanden, haer te dienen van andere preuven ende bewysen. 

  7. Alle Persoonen, die haer binnen de voorschreve Stadt, metter woon, comen te begeven, zijn gehouden te acquireren het Borgerschap der selver Stadt. 

  8. Doch niemant en sal tot Poorter, ofte Borgerrecht worden ontvangen, ofte daer van Attestatie erlangen, dan die ses Maenden buyck-vaste wooninge, binnen de voorsz. Stadt, en sal hebben gehouden. 

  9. Noch en sal ymant tot het voorsz. Poorter, of Borgerschap worden geadmitteert, ofte ingelyft, ten zy hy, met wettige Attestatien van het Gerecht, ofte plaets sijner residentie, docere van sijne goede ende eerlycke comportementen: ende dat hy bekent maecke sijn Handt-werck, of andere middelen, daer mede hy, buyten belastinge van andere Borghers ende Inwoonders, can subsisteren. 

  10. Gelyck oock alle aencomende Borgers tot hare keure, sich sullen moeten begeven onder eenich Ambacht, ende door de Meesters van het selve Ambacht gepresenteert worden aende Hooch-Schouten, ende Borgemeesteren respective, om, by d’eerste, af te leggen den Eedt van getrouwicheyt, ten aensien van Ons, ende de Heeren Staten Generael: Ende aende Borgemeesteren by Eede te staven, dat sy de gemeene Politie ende Regeringe deser Stadt sullen observeren, nacomen ende gehoorsaemen, volgens het formulier van de Eedt, daer over by de Heeren Commissarissen Deciseurs, van wederzyden, gearresteert, luydenden als volght:
    Ick belove ende sweere onse Genadige Heeren, den Bisschop ende Prince van Luyck, ende de Heeren Staten Generael der Vereenichde Provincien: de Heeren Staten Generael der Vereenichde Provincien, ende den Bisschop ende Prince van Luyck, gehouw ende getrouw te zijn, ende dat ick niet en sal doen, of toelaeten voorgestelt te worden eenige saecken contrarie den dienst, ende onderdanicheyt van beyde onse Princen. Dat ick deser Stadt nut, ende welvarensal helpen vervoorderen, ende alle conspiratie, verraderye, ende Onheyl, die tegens de selve gemachineert soude mogen worden, sal aenbrengen, ende naer mijn vermogen, helpen weeren. Dat ick onse Hoogh-Schoutten, Borgemeesters, Schepenen, ende Raedt sal gehoorsamen, ende my gedragen als een vroom Borger ende Onderdaen toestaet ende behoort te doen. Soo helpe my Godt Almachtich, ende alle sijne Heyligen. 

  11. Eenen Borger, die Jaer en dach, met sijne Familie, buyten de voorschreve Stadt gewoont heeft wort gehouden voor Vremt of Forain: 

  12. Uytgenomen nochtans de vyf Adelycke buyten-Borgers der voorsz. Stadt, dewelcke, hoe wel daer buyten geseten, ende woonachtich, het Borger Recht, ende Privilegien genieten, soo wanneer sy hun Borgerschap hebben gereleveert, ende zijn dese: De Vry-Heer van Petershem, de Heer van Gronsvelt, de Heer van Nederharen, de Heer van Hoensbroeck, den Heer vanden Bergh, ghenaemt Trips. 

  13. De voornoemde vijf Adelycke buyten-Borgers staen oock te Recht, in personalibus, voor den Lagen Gerechte der voorsz. Stadt, ende vermogen eenen Camerlinck te presenteren, om aldaer hunne saecken te verrichten, ende gehouden te werden voor Poorter. 

  14. De Kinderen, die geboren zijn van Ouders, die noch geene Borgers en waren, henbben geen recht van Borgerschap, noch van Ambachten.

  15. Militaire Persoonen, doende Borgerlycke Neeringe, behooren ter Judicature vanden Politicquen Rechter, in alle saecken, die niet en specteren tot de Militaire plichten.

  16. Geene Borgers Kinderen, beneden hare twee-en-twintich Jaeren zijnde, sullen, sonder consent van hare ouders, of Momboirs, sich mogen in Militairen dienst begeven; ende sulcx onderstaen hebbende, sullen, op het reclame vande Ouderen, of Momboirs, ende ’t blyck vande selve minder-jaerigheyt, aenstonts vanden dienst moeten worden ontslagen: Ende sullen de Contracten, ten regarde vande voorsz. Militie, hoedanich die oock genoemt mogen wesen, onder schijn van de selve hunne emancipatie gemaeckt ende opgerecht, ipso facto, nul zijn, ende staen ter cassatie vanden Politicquen Rechter, daer sulcx behoort.

  17. Gehouwde Vrouwen staen onder de voochdye van haren Man, noch en mogen contracteren, of den Man obligeren, ten zy dat het zijn Koop-Vrouwen, ende professie doende van waren te coopen, ende te vercoopen, in welcke materie van coop, ende vercoop, sy den Man verobligeren, ende verders niet.

  18. Geen Luycksche Persoon en sal vermogen te prorogeren, noch te contesteren voor den Brabandtsche Rechter, ende vice versa, op peene van nulliteyt der proceduyren.

 

III. CAPITTEL.

Vande Policie ende Regeringe der Stadt Maestricht in ’t gemeen.

  1. De ordinaris Regeringe, ofte Magistrature der Stadt Maestricht, bestaet in twee Hooch-Schoutten, twee Borgemeesters, veerthien Schepenen, acht Geswooren Raden, ende twee Pay-Meesters; daer by komen twee Pensionarisen, ende twee Secretarisen vanden Lagen gerechte, van welckers bysondere functien, ende bedieningen, hier nae, sal gesproken werden: Ende moeten de voornoemde Leden, voor d’eene helfte, zijn van Luyksche geboorte, ende voor d’andere helfte, van Brabandtsche geboorte. 
  2. Onse Commissarissen Deciseurs sullen, met die van de Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, van twee tot twee Jaren, gelyck voor desen, aenstellen, ende veranderen den voornoemden Magistraet; sulcx nochtans, dat ten minsten vier Schepenen, ende  twee Geswoorens, die langhst in bedieninge zijn geweest, vande Luycksche zyden voor de eerste reysen ende die dry andere Schepenen, ende twee Geswoorens, voor de tweede reyse, ende alsoo successivelyck, sullen verandert worden. 
  3. De voorsz. veranderinge, ende aenstellinge sal moeten geschieden uyt Persoonen van wettige geboorte, ende uyt de notabelste, ende gequalificeerste Borgers der voorsz. Stadt, niet sittende in openbaer Overspel, noch besmet met woecker, ballinghschap, of diergelycke merckelycke vlecke.
  4. Ende en sal niemandt tot de voorsz. Magistrature mogen gevordert, of aengestelt worden, dan die twee Jaren bevorens buyckvast, ende gedomicilieert Borger geweest is. 
  5. Gelyck oock niemandt daer toe en sal admissibel wesen, die, om daer toe te geraecken, eenich gelt, giften, ofte gaven sal gegeven, ofte belooft hebben, door hem selven, of door andere, directelyck, of indirectelyck, of die andere importune recommandatien sal hebben ghebruyckt. 
  6. De boven-genoemde Raedt, der voorsz. Stadt, sal gehouden wesen te vergaderen alle Maendagen, s’morgens, ten negen uren precysn op het Stadts ofte Raedthuys, om aldaer te tracteren, te delibereren, ende resolveren over alle saecken, specterende tot het meeste nut, ende welvaeren der selver Stadt, ende tot d’ administratie van alle goede Policie, daer af sich niemant, ter voorsz. gesetter ure, en sal mogen onthouden, sonder kennisse, ende voorweten vande Hooch-Schoutetten, of Borgemeesteren, op peene, dat die gene, die, nae de voorsz. ure, sal verschynen, ofte in’t geheel absent blyven, of oock present zijnde, sonder goetvinden vande Borgemeesters, sich uyt den Raedt sal vertrecken, sal verbeuren, d’eerste, een halven, ende andere, eenen heelen Rijcxdaelder, die, sonder eenighe remissie, of dissimulatie sullen betaelt, ende in eene Casse, ten behoeve van ’t gemeen, door de suymige geconsigneert worden, of by de Beurssarisen vande Collegien der respective Justitien, daer van de Defaillanten dependeren, in inslanti betaelt, ende aen hare rechten gedefalqueert worden, ende sullen de Hooch-Schoutten, ende Borgemeesters, de Sleutels hebben vande voorsz. consignatie Casse.
  7. Ende op dat de selvetydelycke Vergaderinge gefaciliteert, ende geensints verhindert en werde, soo en sullen, ten selven dage, noch de Hooge, noch Lage Gerechten eenige extraordinaris Vergaderinge mogen leggen des voormiddachs of by haer, of by Commissarissen Instructeurs eenige Processen gelesen, of termynen gehouden mogen worden, anders als voor negen uren. 
  8. De voornoemde Magistraet en sal niet mogen delibereren, oft resolveren, als ten bywesen, ten minsten, van twee derde parten der Raedts-Verwanten.
  9. De Borgemeesters voorstemmende inde Raedts-Vergaderinge, sullen alle saecken, tot de Magistrature gehoorende, voordraghen, ende ter deliberatie brengen vanden Eersamen  Raedt, oock de stemmen van alle de Leeden op yeders rang distinctelyck hooren, ende colligeren, ende met de pluraliteyt der selver concluderen, ende daer af een Raedts-verdrach doen formeren.
  10. Welck Raedts-Verdrach, op dien voet genotuleert zijnde, ter naester Raedts-Vergaderinge sal moeten geresumeert worden, omme cracht te hebben, ende binnen dry dagen, daer nae, ten langhsten, ende geensints voor de resumptie, door den secretaris, nae voorgaende registratie te worden uyt-gegeven.
  11. De voorsz. Raedts-Vergaderinge, ende deliberatien sullen gehouden, ende door de respective Raedts-Verwanten bygewoont werden met alle stilligheyt, respect, ende modestie, sonder eenige protesten, expostulatien, of andere exorbitantien voor te wenden, op peene, dat die geene, die sulcx comen te doen, de facto, sullen verbeuren, ende moeten consigneren eenen Rycxdaelder inde voorsz. gemeene Casse, executabel, als vooren.
  12. De secrete Deliberatien, ende Resolutien vanden Eersaemen Raedt, en sullen, door niemant, gereveleert, ofte ontdeckt worden, op peene, dat die gene, die binnen s’Jaers bevonden sal werden sulcks gedaen te hebben, inhabil sal wesen tot de voorsz. Magistrature.
  13. Den voornoemden Eersamen Raedt sal hebben ende behouden het recht van stellinge der Munten, daer af den cours te hooch, ende tot schade, ofte verderf vande Ingesetenen sal comen te loopen, of vande Nabuyren gedrongen te worden; ende sullen de Hooch-Schoutten tegens de Contraventeurs procederen als naer Rechten.
  14. Ende sullen voorts, doch niet sonder interventie, wetenschap, of communicatie vande Hooch-Schoutten, opstellen, ende maecken soodanige Reglementen, Keuren, ende Ordonnantien, als sy, naer voorval, ende vereysch van saecken, ten besten, ende tot meesten rust, ende welvaren vande Stadt, in ’t stuck van Forfaicten, ende Mesusen, Brandt, Voorkoop, ende diergelycke saecken van Politie, sullen vinden te behooren.
  15. Gemeyne enquesten genomen zijnde by ’t Hooge, of Lage Gerecht, in saecken, die niet indisputabelyck, ende, uyt haer eygen nature, en zijn Crimineel, of Civyl, sullen, inden Eersamen Raedt, gelesen, ende geëxamineert worden, of het delict in Civyl, of Crimineel: ende ingeval het bevonden wert Crimineel te zijn, sullen de selve enquesten gestelt worden in handen vanden Hooch-Schout des Man des ban: ende soo het Civyl gevonden wert, sal gestelt worden in handen vande Borgemeesters, ende Geswoorens.
  16. Ofte wel sal den Eersamen Raedt, in instanti, het civile delict, by amende, of andersints, straffen ende corrigeren, gelyck alle Forfaicnten, mitsgaders Keuren, ende Mesusen aldaer gepunieert worden.
  17. Civile delicten worden gehouden, die gene, daer geene hoogheyt in en is gelegen, ende bestaen in transgressien van Magistrale Ordonnantien ende Statuten, vechteryen, lascivie, ende petulantien by dach ende nacht gepleecht, mitsgaders van injurieuse woorden ende diergelycke.
  18. De Borgemeesters sullen schuldigh ende gehouden wesen, alle Raedts-verdragen, Keuren, ende Ordonnantien, binnen dry dagen, na de publicatie, tot laste vande Schuldige, ter executie te stellen, sonder eenige remissie, moderatie, dissimulatie, of uytstel, of sullen de Hooch-Offivieren, andersints, geauthoriseert, ende bevoeght zijn sulcx te doen.
  19. Alle Brieven, comende vande Princen, ende anderen, addresserende aende voorsz. Magistraet, sullen in volle Vergaderinge gelesen, ende de Resolutien ende Antwoorden, daer op, gearresteert worden, de welcke door de Pensionarisen geëxtendeert zijnde, ten minsten by de Hooch-Schoutten, Borgemeesteren, ende de beyde Eerste Schepenen sullen moete, gelesen ende geadvoueert worden, aleer de Secretarisen de selve sullen mogen teyckenen, ende afsenden.
  20. In alle Deliberatien , ende Resolutien, die, directelyck, of indirectelyck, souden mogen raecken yemandt vanden Raedt, nomine Personae vel officii, sal den Geinteresseerde sich hebben uyt den Raedt te ontrecken.
  21. Soo wanneer eenige saecken, van grooter gewicht, ende importantie, betreffende den staet der voorsz. Stadt, of den dienst der Princen, souden comen voor te vallen, soo sal den voornoemden Raedt versterckt worden met de Notablen der Stadt, de welcke zijn de vier commisarisen Instructeurs, ende, voorts, alle de gene, die, op andere tijden, geweest sullen zijn in offitie van Schouttet, Borgemeester, Schepen, Geswooren, ofte Pay-meester, met de welcke, ter exclusie van alle andere, sy sullen representeren het geheele Lichaem, ende Gemeynte der voorschreven Stadt, van oudts, genaemt, den Breeden Raedt.
  22. Ende sullen de voornoemde Commissarisen Instructeurs, waer af, hier nae, breeder sal gesproken worden, oock particuliere toesicht dragen op de gemeene Policie ende Regeringe deser Stadt, ende, in cas, sy bevinden eenige excessen, oft defecten, den Eersamen Raedt, van tijdt tot tijdt, daer af verwittigen.
  23. Mede sullen, van Jaer tot Jaer, aende Heeren Commissarisen Deciseurs geven goede informatie vande gesteltenisse der voorsz. Stadt.
  24. Tot welcken eynde, syluyden sullen hebben acces tot alle Raedts-Vergaderingen, ende Raedts-verdrachtboecken, omme, daer uyt, de observantie, ofte dis-opservantie der selver te metieren.
  25. Den eersamen Raedt en sal niet vermogen eenige Besendige, ofte Commissie te decerneren, de welcke sonderlingen tijdt, oft costen souden van nooden hebben, hetzy aen beyde Princen, of aen anderen, ten zy met voorgaende kennisse, ende goetvinden vande respective Princen.
  26. Ende sullen gehouden wesen hare Commissien, ende Besendingen te restringeren op veerthien dagen, of ten langhsten, op dry weecken, sonder meer als twee Persoonen te committeren, die geen particuliere saecken en sullen vermogen aen te nemen, tot verachteringe van Stadts-saecke, ende in dach-gelden sullen getracteert worden, naer dat sy met, of sonder Dienaer zijn gewoon te reysen, gelyck dus lange geschiet is.
  27. Den Eersamen Raedt, of der selver Gecommitteerden, sullen gehouden wesen, in cas de saecke langher train vereyschte, daer toe de permissie vande respective Princen, als vooren, te versoecken, sonder de welcke, aende selve Gecommitteerde, geene dach-gelden en sullen worden goetgedaen, noch in rekeninge geleden.
  28. Ende sullen de voorsz. Gecommitteerden, ten langhsten, binnen acht dagen, naer hare wedercomste, pertinent rapport doen, by geschrifte, over alle Poincten, haer, by instructie, aenbevolen op poene, als boven.
  29. Den Eersamen Raedt sal hebben te bevorderen, dat alle Persoonen, van wat conditie de selve mogen zijn, de welcke men can, of mach gelooven, dat eenige Papieren, Bescheyden of Documenten in Originali, of by Copie, onder haer hebben, specterende tot de Archieven der voorsz. Stadt, binnen dry Maenden, naer dato deses, de elve overbrengen, ofte sich, bij Eede, expurgeren, dat sy geene, der selver, onder aher, of gedemanueert hebben, noch en weten wie de selve soude mogen hebben.
  30. Ende sal een Registern van de voorsz. Archiven, inde respective Griffien geseponeert worden, op dat een yegelyck, des van nooden hebbende, sich, daer af, moge dienen, of, daer van, inspectie hebben.

 

IV. CAPITTEL.

Aengaende Stadts Fabrycque.

  1. De afgegane Borgemeesters, dewelcke inde Magsitrature blyven, of, andersints, de eerste Schepenen vande Luycksche, ende Brabandtsche zyde, sullen zijn Opper-Fabrycquen der voorsz. Stadt; ende en sal den Bouw-meester geenderhande Weercken mogen ondernemen, sonder goetvinden der selver, ende kennisse vande Paymeesters.
  2. De voornoemde Opper-Fabrycquen, ende Paymeesters sullen, ten meesten dienste, ende mesnage vande Stadt, overleggen, wat noodich, of onnoodich, dienstich of ondienstich is, ende, daer af, aenden Eersamen Raedt refereren, omme geresolveert, ende gedisponeert te worden naer behooren.
  3. Ende sullen goede sorge dragen, dat den Bouwmeester, ende Contrerolleur hare Officien wel waer nemen, ende betrachten, sonder te gedoogen, dat de selve buyten haer goetvinden, ende kennisse, eenige Cedullen van leverantie, ofte Arbeytsloon uytgeven.
  4. De voornoemde Bouw-meester ende Contrerolleur sullen, dagelycx, door de Stadt omgaen, ende op ’t stuck vande Poorten, Muyren, Torens, Straten, en andersints, behoorlyck regard nemen.
  5. Sullen oock, over alle leverantien, voor af, met kennisse, ende ten besten bywesen van de voorsz. Opper-Fabrycquen, ende Pay-meesters, nauwe ende precyse bedingen maecken, ende alle excessen, inde Arbeyts-loonen, besnyden ende voorcomen.
  6. Ende, sulcx gedaen synde, de Cedule van leverantie, ende van Arbeydts-loon hebben te separeren, ende op hare respective Registers, ende Contrerolle te brengen, alvooren de selve te teeckenen, en uyt te geven, om inden Eersamen Raedt gepasseert te worden.
  7. Geene Stadts Wercken en sullen mogen begonnen, ofte hervat worden, als met den halven Maent van Meert, ende sullen moeten ophouden, uytterlyck, in ’t eynde vande Maent October: noch en sullen hooger mogen monteren, in’t geheele Jaer, als ter somme van thien duysent guldens, op poene, dat de Opper-Fabrijcquen, ende Bouw-meester daer voor sullen werden aengesien, ende dat het surplus den Pay-meester in sijne reeckeninge sal worden geroyeert, ten ware eenige overkomende stortinge van Muyren, Poorten, of diergelycke nootwendigheden anders vereyschten, in welcken gevalle de Opper-Fabrijcquen ende Pay-meesters, metten Bouw-meester, sullen hebben goede sorge te dragen, dat de bestedinge, of dach-loonen gedaen, ende betaelt worden met de beste mesnage, nae de cortheyt der dagen, ende andersints.
  8. Geen Magsitraets-Persoonen en sullen vermoghen part, of deel te hebben inde besteedinge van Stadts-Weercken, of in den vercoop, of incoop van Materialen, op poene van inhabiliteyt.
  9. Den eersamen Raedt sal hebben te bevorderen, dat alle ledighe Huys-Plaetsen betimmert worden binnen seeckeren corten tijdt, in hare Vergaderinge, aen d’eene ende d’andere zyde, na bevindinge van Persoonen, ende van hare gelegentheden t’ordonneren, sonder dat den geprefigeerden tijdt sal mogen geluxeert worden.
  10. Ende soo wanneer d’een of d’ander in gebreecke sal blyven, soodanige Raedts-Ordonnantie nae te comen, sal het ledige Erve, of Huys-Plaetse ter proclamatie gestelt, ende vercocht worden aen de Meest-biedende, onder conditie, dat de selve, binnen anderen gesetten tijdt, het gecochte Erve, als vooren, sal betimmeren: ende sullen de coop-penningen, aenden eersten Eygenaer, overghetelt worden met de minste costen.
  11. Den Bouw-meester sal hebben sorge te dragen, dat de Straten, ofte Plaveysel wel onderhouden, ende, daer het van nooden is, vernieuwt werden op desen voet: dat de Materialen, ten laste vande Stadt, sullen moeten by-gebracht worden, ende dat de weder-zyts Proprietarisen vande Huysen, ende Erven, gehouden worden tot betalinge vande dach-loonen.
  12. Sonder dat eenigerhande Persoonen, et zy Geestelike, of Wereltlicke, daer af sullen mogen geëxempteert worden.
  13. Wel verstaende nochtans, dat, op ruyme Merckten, ende in breede Straten, sal worden gepractiseert, dat de Eygenaers van Huysen, ende Erven, ter extensie van eene Roede uyt den Drempel van de selve Huysen, de dach-loonen sullen betalen; ende dat de verdere breete, van Stadts-wegen, sal gedragen worden, waer af den Bouw-meester, ende Contrerolleur pertinente notitie sullen houden, dende distincte Cedulen opstellen, tot narichtinge vande Eersamen Raedt, ende van de respective Eygenaers, die, sulcx van nooden zijnde, door de Borgemeesters promptelyck sullen worden geëxecuteert tot betalinge van hare schuldigheyt.

 

V. CAPITTEL.

Policie van Huysen ende Straten.

  1. Alle huyren, of tousten van Huysen deser Stadt, moeten in, ende afgaen den tweeden Dinsdach in April, ende in October, ende de Huysen, Donderdaegs daer aen volgende, wesen ontruymt, op poene van nulliteyt der Huyren of Toust-Cedullen: ende dat den Huyrder, ende Verhuyrder sullen, yeder, vervallen inde Amende van vyftigh guldens, tot behoeve vande Armen.
  2. Alle opbouw, ende vernieuwinge van voor, ende achter Gevels, gelyck mede van Sijd, of Brand-gevels, sal, voortaen, geschieden in steene Muyren, sonder eenighe Houte, ofte Leeme Wanden: ende en sullen, voortaen, geene Huysen, Schuyren, Stallen, of andere Gebouwen, hoe groot, of cleyn deselve mogen wese, met Stroy mogen gedeckt worden, op poene, dat de Contraventeurs, de facto, ende sonder eenich vertreck, of dissimulatie, met den afbreeck der Houte ende Leeme Wanden, ende vande Stroyen Daecken sullen gestraft worden, ende, daer-en-boven, arbitralyck geamendeert.
  3. Alle uyt-bouw van Huysen moet mede in Steen, ende op eene rechte Linie gedaen worden, daer af de visitatie sal geschieden by de twee Hooch-Schoutten, twee Schepenen uyt yder Collegie, met assumptie vanden Bouw-Meester, Stadts-Timmerman, ende Stadts-Metselaer, des noot zijnde.
  4. Ende, in cas van eenigh dispuyt tusschen de Nabuyren, op ’t stuck van royinge, soo sullen de voornoemde Hooch-Schoutten, ende Schepenen, naer ingenomen advys vande voorsz. geassumeerde by oculaire inspectie, de plano, ende sommarie ordonneren.
  5. Welcke Ordonnantie hare executie sal hebben, onder suffisante cautie de demoliendo, niet tegenstaende eenich appel ter contrarie, ten ware dat eenige merckelycke redenen nader ondersoeck, ende verdere kennisse van saecken quamen te vereysschen, als wanneer den ordinaris wech van Justitie, voor de Hooge Gerichten, sal werden ingegaen, dewelcke, of de plano, ofte andersints, daer over, sullen judiceren, soo als, naer vereysch van saecken, sullen oordelen te behooren: blyvende de voorsz. Hooch-Schoutten onverkort in hare recognitien, volgens oudt gebruyck.
  6. Ende soo wanneer de voorsz. Royinge, ende uytbouw sal komen te gebeuren op Vroenhofschen grondt, binnen de voorsz. Stadt, soo sal den Schout, ende twee Schepenen, vanden Vroenhof, de selve by-woonen, ende daer over, metten aenkleven van dien, mede kennen, ende, de plano, ordonneren, neffens den Hooch-Schout, ende de Schepenen der Stadt, als voorsz.
  7. De tegenwoordige Stroye Daken sullen, tot verhoedinge van Brant, sonder langer vertreck, afgebroken, ende verandert worden, op poene van prompte executie, ten laste vande onwillige of gebrekige.
  8. De Sijd of Brandt-Gevels moeten geleyt worden half en half, op gemeyne Erve, ende tot gemeyne kosten vande Reyn-genooten, of Nabuyren, ter dickte van twee Bricken, ten minsten, in de Aerde, ende onderhalve Bricke buyten d’Aerde, zijnde aenden willigen Opbouwer gepermitteert de helfte der kosten, tot laste van des Nabuyrs Huys promptelyck te verhalen, of de selve daer op te laeten gichten, ende affecteren.
  9. Ten ware des Nabuyrs Huys in tocht wierde beseten, als wanneer d’Erfgenamen, of Proprietarissen, eerst naer doodt der Tochtenaers, tot de helft der voorsz. kosten, sullen gehouden zijn op de voorigen voet, ende sal, interim, den Tochtenaer de interessen, van dien, hebben te betalen.
  10. De Scheyds-muyren, die man noemt Luyck-Muyren, tusschen Hoven, Steen-wegen, ofte opene Plaetsen, moeten oock, half en half, op gemeene Erve, ende tot gemeene kosten geleyt worden, ter hoochte van negen voeten, boven d’Aerde, dewelcke, tot laste vande onwillige sullen gevonden worden, soo, ende gelyck van de Brandt-Gevels is geseyt.
  11. Des sullen de selve Scheydts-Muyren, op goede fondamenten gemetselt worden, om oock tot hooger timmer, aen d’een of d’andere syde, te kunnen dienen. 
  12. Soo wanneer eenen Brandt-Gevel geleyt wort tusschen een Huys, van d’eene zyde, ende eende ledige Plaetse, van d’andere zyde, soo en sal den Eygenaer, ofte Besitter vande ledige Plaetse, niet verder, daer toe, contribueren, als ter hoochte van een Luyck-muyr, of van negen voeten boven de Aerde.
  13. Dan als de selve Nabuyr de voorsz. Brant-Gevel hooger sal willen gebruycken, soo sal hy, nae rate van het gebruyck, de helfte der kosten moeten dragen, ende betalen met eenen voet Muyrs boven het dack.
  14. Indien Yemant eenen Gangh heeft neffens sijn Nabuyrs Erve, ende dat de selve Gangh niet meer als vier voeten, of daer omtrent, breet en is, sonder meerder, soo en sal hy, in cas van opbouwinge van eenen Muyr, niet meer als de breete van eenen halven Brick behooren te ontbeeren.
  15. Maer indien die gene, die de Gangh toekomt, noch eenich Erf daer hadde, ende den Gangh begeert te over-timmeren, soo sal den voorsz. Muyr, half en half, moeten geleyt werden op gemeyne Erve.
  16. Die gene die een Mest-kuyl, Poel, of diergelycke vuylicheyt heeft, ende gebruyckt tegens eens anders bebouwde Erve, daer door een Kamer, of Keucken komt schade te lyden, is gehouden deselve vuylicheyt te ruymen, ende synen Nabuyr buyten schade te stellen.
  17. Alle Secreten, staende onder een ander Mans Erve, moeten gereynicht werden vande zyde daer die gebruyckt worden, ten ware dat bleecke van servituyt ter contrarie.
  18. Die geene die een Secreet maeckt, omtrent sijns Nabuyrs Water-put, of Regen-back, soodanich dat deselve daer door soude beschadight worden, is gehouden ’t selve Secreet te verleggen, of sijnen Nabuyr eenen anderen Put, of Regen-back te leveren, tot sijne commoditeyt.
  19. Alle uytstekende Gooten sullen werden wechgenomen, ende sal het Regenwater, met Gooten, langhs de Huijsen ende Muyren worden afgeleyt, tot onder op den gront.
  20. Alle Winckeliers, van wat hanteringe die zijn, moeten hare Leufkens, ofte uytstekende Dackjens hebben van gelycke breede, ende soodanige Stoepen, ofte neerslaende Vensters, dat de passage vande Straten daer door niet en werde belemmert, ende dat d’eene, door des anderts uytsteeck, niet en worde geblint.
  21. Zeepsieders, Vel-bereyders, Leer-touwers, Huyvetters, Stijfsel-maeckers, sullen in Sijd-straten, ende niet in’t midden vande Stadt, mogen woonen, ende hare Neringe, ofte Hanteringe exerceren.
  22. Eene Oly-Moolen moet veertich voeten staen vande Huysen, of andere Luyden Timmer.
  23. Koperslagers en sullen, mede, niet in ’t midden van de Stadt, maer in Syd-straten mogen woonen.
  24. De Eygenaers van Steen-wegen, of Plaetsen lydende de servituijt van stillicidie, en mogen de selve niet betimmeren, soo verre de droppen vallen,genaemt den Osingdrop.
  25. Die ghene die eenich Servituyt heeft, tot laste van sijns Nabuyrs Erve , van Riool, Goote, ofte Waterloop, en vermach, daer door, anders niet te laten loopen als Hemels, ende Put-water, ende geensints stinkende water, dreck, of vuylicheyt. 
  26. De prescriptien zijn, inde voorsz. Stadt, gedirigeert tot dertich Jaren, ende de servituten worden geprescribeert, of niet geprescribeert, nae dat die zijn continuel, of discontinuel, als nae Rechten.

Voorts worden alhier gehouden voor geïnsereert:
De Ordonnantien van questien van Huys-huyren, tussche Borgers en Soldaten.
De Veldt-Ordonnantie.
D’Ordonnantie tegens d’infectie vande Lucht.
D’Ordonnantie op ’t stuck vanden Brandt.
D’Ordonnantie op ’t stuck van ’t reynigen der Straten.
D’Ordonnantie op ’t stuck van het merckten van alderhande Waren, ende vande Verkoop, ende diergelycke, dewelcke den Eersamen Raedt, naer gelegentheyt, ende vereysch van saecken, sal veranderen, vermeerderen, ende verminderen, soo als den meesten dienst der Stadt sal komen te vorderen, doch in alle poincten preciselyck ende exactelyck doen observeren, ende naerkomen, sonder eenige traegheyt, ofte dissimulatie, daer inne, te plegen, ofte toe te laten.

 

VI. CAPITTEL.

Aengaende de Ambachten, ende Gilden.

  1. De Meesters, vande respective Ambachten, zijn gehouden, den eersten dach, nae de creatie vande Magistraet, aenden selven te presenteren een dubbelt getal, van goede ende gequalificeerde Luyden, van yder Ambachte, half van Luycksche geboorte, ende half van Brabandtsche geboorte, ende dese vande Gereformeerde Religie, soo doenlijck, om, daer uyt, nieuwe Ambachts-meesteren te kiesen.
  2. Dewelcke, als dan, sullen moeten gekosen worden binnen veertien daer aen naestvolgende dagen.
  3. De Meesters vande Ambachten sullen, van Jaer tot Jaer, doen behoorlycke, ende pertinente reeckeninge, aende Ouderlingen van den selven Ambachte, van alle hare administratie, sonder dat de selve, voortaen, eenige maeltyden,of andere teeringe, ten laste van de selve Ambachten, of uyt de Ambachts-gelden, sullen mogen aenstellen, op poene, dat de selve geroyeert, ende op de Rendanten, ende hare goederen, sullen verhaelt worden.
  4. De voorsz. Reeckeningen, van Jaer tot Jaer by de Ouderlingen opgenomen, ende gesloten zijnde, sullen, van twee tot twee Jaeren, ten dage te prefigeren, aenden Eersamen Raedt werden overgebracht, om in der selver Vergaderinge, of door hare Gecommitteerden te werden oversien, ende gecorrigeert, ofte gelaudeert, ende geapprobeert; naer bevindinghe van saecken: Ende sal den Eersamen Raedt, van het surplus der Emolumenten, ende Ambachts-gelden, disponeren, soo, ende gelyck deselve sullen bevinden te behooren.
  5. Ten voorsz. eynde sullen de Ambachts-boecken, ende Statuten, Jaer om Jaer, ende bij beurten, by den Luyckschen, ende Brabandtschen Meester bewaert, ende de voorsz. Ambachts-gelden, ende Emolumenten ontfangen, ende geadministreert worden.
  6. De voornoemde Ambachts-Meesteren sullen, alle overkomende disputen ende misverstanden, de Keuren, Statuten ende Gewoonten vanden Ambachten aengaende, in d’ordinaris Maendaegsche Vergaderingeaenden Eersamen Raedt, schriftelyck, representeren, ende met allen bescheydenheyt der selver Resolutie afwachten, ende naerkomen.
  7. Ende, by soo verre, de vergaderinge van tijdt, ende andere omstandigheden, eenige nieuwe Keuren, ofte Statuten quamen te vorderen, soo sullen, de selve, met interventie vande Ambachts-meesters, ende Ouderlingen, door den Magistraet werden opgestelt, ende by Ons, ende de Heeren Staten Generael, of Onse, ende des selfs Gecommitteerde, nae voorgaende examinatie, werden gheconfirmeert, blyvende alle interpretatie, vande ghemaeckte Keuren, aende voorsz. Magistraet: ende, in cas van voorder dispuyt, aen Ons, ofte onse voorsz. Gecommitteerden.
  8. De Wynkoopers, Wyntappers, ende anderen, die met Wynen handelen, sullen haer punctuelyck reguleren volgens d’Ordonnantie, ende Reglement, op dat stuck, geëmaneert inden Jare 1610, dat, alhier, gehouden wort voor geïnsereert, dewelcke den Eersamen Raedt, naer de tegenwoordige, of toekomende constitutie van saecken, sal mogen veranderen, sulcx, als ten meesten dienste vande Handelinge, ende vande goede Ingesetenen sal convenieren.

 

VII. CAPITTEL.

Vande Raedts-Persoonen, ende hare bysondere bedieningen: Ende eerste aengaende de Hooch-Schoutten.

  1. De respective Hooch-Schoutten sullen hebben den aentast, ofte apprehentie van alle Misdadigers, in Crimine flagranti.
  2. Sonder onderscheyt van Luycksche, of Brabandtsche geboorte.
  3. Behoudelyck, dat den Deliquant, nae de apprehensie, sal gelaten worden inde macht, ende bedwanck van sijnen Competenten Richter; welcke competentie geëxprimeert wort met dese woorden: Des man des ban.
  4. Dan, by soo verre den Misdadiger niet op de daer, of in flagranti en wert geattrapeert, soo sullen de respective Hooch-Schoutten, de Gerechten van Schepenen des man des ban manen, informatien preparatoir doen beleggen, ende, daer op, Decreet van apprehensie verwachten, soo verre den Delinquant Borger zy.
  5. Welck Decreet de respective Hooch-Schoutten sullen ter executie stellen.
  6. De Hooch-Schoutten sullen de Gerechten van Schepenen respectivelyck manen, soo in Civile, als Criminele saecken, sonder dat de selve Schepenen, buyten soodanige manisse, sullen mogen vergaderen, als op de ordinaris dagen, ofte dan, als de selve, met voorweten vande Hooch-Schoutten, eenigen anderen dach, tot het hooren van Getuygen, of andere Acten judicieel, sullen hebben gestelt.
  7. Ende sullen de selver Hooch-Schoutten mogen tegenwoordich zijn in alle Gerechtelycke Vergaderingen, ende alle termynen van Rechten, oock het lesen vande Processen, ende het interloqueren, of decideren der selver, ten principalen mogen bywonen, sonder nochtans eenige deciderende stemme te hebben.
  8. Behalven in saecken daer sy, Offitie-wegen, of in haren eygen name Partye zijn, als wanneer sy haer, van het verhooren der Getuygen, in cas van ordinaris thoon, ende van lecture, interlocutie, of decisie der saecken, sullen moeten onthouden.
  9. De voornoemde Hooch-Schoutten sullen, aen Schepenen, ende Secretaris, betalen hunne behoorlycke vacatien, in saecken van informatien preparatoir, ende vande Criminele Processen, hier boven genoemt, soo, en gelyck sy van oudts, respectivelyck, hebben gedaen.
  10.  De executie van Civile, ende Criminele Vonnissen, by de Hooge Gerechten gegeven, behoort aende Hooch-Schoutten, des man des ban, ende moet geschieden sonder eenige moderatie, dissimulatie, ofte vertreck.
  11. De Hooch-Schoutten verleenen, indifferentelyck, door de respective Roey-Boden, alle Arresten binnen de voorsz. Stadt, op vremde Persoonen, ende Goederen, daer af den Auditeur des Guarnisoens sich sal hebben te onthouden: maer en vermogen de selve niet te ontslaen sonder voorgaende Decreet van Schepenen des man des ban, ofte consent van Partyen arrestanten. 
  12. Ende by absentie van de Roey-Boden, de saecke sulcx, vereyschende, sal oock een Schepen vermogen arrest te interponeren, gelyck mede de respective Hellebardiers, mits, daer toe, ad singulos actus, geauthoriseert werdende door de Hooch-Schoutten.
  13. Welcke Arresten gedaen werden ter keure, ende pericule des Arrestants, of by gyselinge, of met het opleggen vande Roede, blyvende den Gearresteerde binnen de Stadt in liberteyt.
  14. De Hooch-Schoutten, of hunne Stadthouders, ontfangen den Eedt, Geloften, ende Stipulatien die voor de Hooge Gerechten geschieden.
  15. De Goederen, ende Penningen, die met, of sonder Decreet, onder de Hooge Gerechten worden gesequestreert, ofte geconsigneert, worden vertrout aende Hooch-Schoutten, die, voor consignatie gelt, genieten den sestighsten Penninck, eens. 
  16. De Hooch-Schoutten sullen met malkanderen voor den dienst van beyde de Princen, corresponderen, ende in vriendschap leven, ende, op dat deselve hare offitien, ende exploicten, met meerder respect, ende nadruck, mogen uytvoeren, sullen, yeder van hun, gedient worden met twee Hellebardiers, ende gehouden zijn, elckanderen, met de selve, in voorvallende exploicten te assisteren: daer toe, oock, de Borgemeesters, des noodich, ende versocht zijnde, hare Boden sullen voegen.
  17. De respective Hooch-Schoutten, ende Gerechten, sullen, yeder, gedient worden van twee Roey-Boden, dewelcke, by versterf, of andersints, hunne Commissien sullen nemen van de selve Hooch-Schoutten, in conformité vanden twaelfden Articul van ’t Reglement vanden Jare 1580.

 

VIII. CAPITTEL.

Vande Borgher-Meesters.

  1. De Borgemeesters voorstemmende inde Raedts-Vergaderinge, proponeren, colligeren de Stemmen, ende concluderen, gelyck hier vooren is geseyt.
  2. Dan en vermogen geene Propositie te doen, dewelcke repugneert aen dese Ordonnantie, ende Recessen, op poene van inhabiliteyt.
  3. Oock hebben de Borgemeesters de manisse, ende eerste stemme by de Geswoorens, ende vande audientie sommair, colligeren de vota, ende concluderen in alle saecken, soo interlocutoire, als ten definitiven.
  4. Noch en vermogen de Geswoorens, sonder hare manisse, buyten de ordinaris Recht daegen te vergaderen, ten zy dat, met hare kennisse, ende goet vinden, eenigen dach daer toe gestelt is.
  5.  Ende  zijn gehouden ter executie te stellen, ofte te doen stellen, alle Raedts-Vergaderingen, Keuren, ende Ordonnantien, sonder eenige gratie, moderatie, remissie, dissimulatie, ofte dilay.
  6. Ende tot voorderingh, ende beneficie van Stadsmiddelen, soo sullen de Borgemeesters de Vonnissen vande Pachters ter executie stellen, ten langhsten, binnen veerthien daghen, nae de pronuntiatie, ofte, andersints, het Gewijsdom self voldoen.
  7. De Borgemeesters hebben, in flagranti Crimine, oock den aentast van Delinquaten, ende Crimineele Persoonen, mits deselve overleverende aen den Hooch-Schout des man des ban, ende moeten van hare Rechten betaelt worden, tot laste vanden Gevangen.
  8. De Borgemeesters hebben het recht, om te verleenen alle Verbotten, aen Borgers, over Borgerlycke Penningen, ende Meubelen, om deselve niet te laten volgen, of uyt te keeren aende Eygenaers, ten zy dat het Recht daer toe consentere, of dat Partye, tot wiens versoeck het Verbot is geschiet, voldoeninge hebbe ontfangen.
  9. Alle Eeden,Geloften, ende Stipulatie, deweelcke in ’t Lage Gerechte geschieden, worden gestaeft, ende afgenomen by Borgemeesters, onder de Rechten daertoe staende.
  10. De Goederen, ende Penningen, die onder ’t Lage Gerechte werden gesequestreert, ende geconsigneert, worden vertrouwt aende Borgemeesteren, onder het genot vanden sestichsten Penningh, vande geconsigneerde gelden, eens. 
  11. De Borgemeesters moeten insonderheyt mede tot haer devoir houden alle Keur-meesters, Yck-meesters, Roey-meesters, ende alle andere die eenige subalterne opsicht hebben over die deelen vande Policie.
  12. Ende sullen particuliere sorge dragen, dat den Merckt van Rogge, ende Terwe, alle Saterdagen, wel, ende oprechtelyck werde aengebracht, ende het Broot, tot soulagement vande gemeyne Ingesetenen, op sijn waerde berekent ende gestelt.
  13. Sullen oock besorghen, dat alle Maenden het Broot, inde Backers huijsen, behoorlyck werde gevisiteert, gewaeght, ende, naer bevindinge, tegens de Contraventeurs van Stadts Ordonnantien, promptelyck, naer exigentie van saecken, geprocedeert.
  14. Soo wanneer eenen Borger twee, of drymael, op ordre van een Borgemeester, door eenen Bode geroepen zijnde, om in Persoon te verschijnen, niet en compareert, soo mach den selven by gyselinge, of met eene pecunaire Amende gestraft werden, ende wort genoemt de poene van ongehoorsaemheyt.
  15. Yeder Borgermeester heeft vier Dienaers, ofte Boden, daer mede sy elckanderen, in occurentien, daer het van nooden is, gehouden zijn te assisteren.

 

IX. CAPITTEL.

Vande Schepenen der Hooge Gerechten.

  1. De Schepenen, waer af seven zijn Luycksche geboorne, ende seven Brabandtsche geboorne, gequalificeert, ende aengestelt, gelyck, hier vooren, onder het derde Capittel is geordonneert, sullen alle weecken, met de respective Hooch-Schoutten, vergaderen in hare ordinaris Gerichts-plaetse, te weten: onse Luycksche Schepenen des Woensdaeghs, ende de Brabantsche Schepenen des Vrydaeghs, tydelyck, voormiddach, sonder dat d’een, of dander, der selver Schepenen, sich sal vermogen te absenteren buyten de Stadt, ofte te ontrecken aende voorsz. Vergaderinge, buyten kennisse, ende goet-vinden vanden Hooch-Schout, op poene van een quart Rijcxdaelders in Civile saecken, ende van dry guldens, Brabandts, in Criminele saecken: Sullende den Hooch-Schout, op poene van onse indignatie, hebben te besorgen, dat, t’allen tyde, het meerder getal der selver Schepenen, binnen de Stadt, ende aen de handt zy, om, in voorvallende saecken, de heylsame Justitie te doen voortganck gewinnen.
  2. De voorschreve ordinaris Gerichts-dagen sullen niet moghen gediffereert, ofte gecontinueert worden.
  3. Ende soo wanneer eenige Criminele saecken, of saecken van Arrest, ende diergelycke, eenige extraordinaris Vergaderinge sullen vereyschen, soo sullen de Schepenen, des gemaent zijnde vande respective Hooch-Schoutten, ofte de Stadt-Houders, gehouden wesen te vergaderen op alle extraordinaris dagen, behoudelyck des Maendachts, voormiddach, nae negen uren, welcken tijdt voor de Raedts-Vergaderinge gereserveert is.
  4. De Schepenen sulllen kennisse hebben van alle Reële saecken, van Gronden, van Erven, Rechten van Successien, soo Testamentaire, als ab intestato, van Tractaten van Houwelyck, constitutie van Chinsen, of Renten, Luykingen, Royingen, servituyten van saekcen van Arrst, ende van alle andere saecken, begrepen inde stichtinge vanden Jare 1560n die, wy willen, dat preciselyck sal achtervolcht worden; soo nochtans, dat, by soo verre eenige interpretatie, op ’t stuck vande Judicature, tusschen den Hooch-Schout, ende Schepenen, ter eenre, ende de Borgemeesteren, ende Geswoorens, ter andere zyde, gerequireert wort, Wy, deselve, aen Ons henbben gereserveert, sonder dat Wy begeren, dat de voornoemde twee Gerechten eenige Protestatien, Contestatien, of conflicten sullen voorwenden, of voortsetten, sulcx wel expresselyck verbiedende, midts desen.
  5. Alle Delicten, Misbruycken, ende Criminele saecken behooren, mede, ter kennisse, ende Judicature vande Schepenen, uytgenomen het Crimen laesae Majestatis Divinae, et Humanae, zijnde saecken van Oproer, Rebellie, ende Wederspannigheyt, ende diergelycke, daer af de kennisse, ende Judicature verblyft by de Genadige Heeren, ende Princen, of by hare Commisarisen Deciseurs.
  6. In geene Criminele processen en sal mogen ghevonnist worden by interlocutie, of ten diffinitiven, met minder getal als van vyf Schepenen. 
  7. In saecken van Civile Justitie, ofte van Politie, en sal niet mogen werden gedisponeert by interlocutie, als ter presentie, ende overstaen van vier Schepenen, in cas van Interlocutie ende van vyf Schepenen, ten Diffintiven.
  8. Schepenen, dewelcke Advocaten zijn, sullen, in ’t aenkomen van haer officie, verklaren, ende laten aenteyckenen, in wat saecken, voor het Gerecht ventilerende, sy dienen, of geadviseert  hebben, omme haer, inde loopende termynen, in het Decreteren op incidenten, ende in het Vonnissen, daer van t’onthouden: Ende en sullen, oock, soodanige Saecken niet vermogen te recommanderen aen hare Confratres, of deselve, daer van, te imbuëren, gelyck sy, oock, voor den Gerechte, geduyrende jare functie, niet en sullen mogen aennemen, ofte bedienen eenige saecken, of door eenich ander Advocaet doen bedienen, directelyck of indirectelyck, alles op peene van suspensie van hun Officie, ende van inhabiliteyt voor ’t toekomende. 
  9. In Saecken, daer Schepenen, op ’t versoeck van Partye, of uyt eygen beweginge, sullen begeren Advys van rechts-Geleerde, sullen haer dienen vanden Pensionaris, of Pensionarisen, mondelingh, ende schriftelyck, soo als het Gerecht sal oordelen te behooren.
  10. Geene Vroenhoffsche Schepenen en sullen, tot suppletie van het getal, hier boven uytgedruckt, mogen geassumeert worden, noch vice versa.
  11. Alle Commissariale besoignes, van Schepenen, sullen op het Stadt-Huys gehouden worden, sonder eenige verteeringen tot laste van Partyen.
  12. Schepenen sullen gehouden wesen alle Arme ende onvermogene Persoonen, gratis te expedieren, ende, voor anderen, met korte termynen, te prefereren, soo veel doenlick.
  13. Alle Gichten, Goeyenissen, ofte Transporten, die binnen dese Stadt, of haren byvangh worden gedaen, niet Vroenhofs zijnde; misgaders alle affectatien, ende verbintenissen van Huysen, ende Erven, bekentenissen van Servituyten, ende extinctien van dien, constitutien van Renten, ende afquitingen der selver, Verpandingen, ende diergelycke reële Gerichts-wercken, moeten, om effect te hebben van Realiteyt, geschieden ten overstaen van twee Schepenen, den eenen Luyckschen, ende den anderen Brabantschen, of voor meerder getal, indien het Partyen gelieft, behoudelyck dat den nomber egael zij, hinc inde, dewelcke deselve moeten onderteeckenen, ende aen den Secretaris, van ’t een, of t’ander Gerecht, overreycken, om binnen dry dagen, nae die overreyckinge, ende, uytterlyck, binnen ses dagen, nae de teyckeninge, ten Registre gebracht te worden: op poene, dat de lydende Partye haer interest, tegens de respective Secretarisen, sal mogen verhalen.
  14. Maer, by soo verre, Huys, of Erve; die verkocht, verset, ofte beswaert worden, binnen de voorsz. Stadt, op, onderscheyde, ende onverdeelde Stadts, ende Vroenhoffsche gront gelegen, ende gesitueert zijn, soo sullen alle Transporten,Gichten, Goedingen, Realisatien, ende andere belastingen daer af, ende over geschieden, ende gepasseert worden voor de Schepenen vande Stadts, ende Vroenhoffsche Gerechten, om op d’eene, en d’ander Griffie geregistreert te worden, op poene,als boven, tegen de gebreeckige Secretarisen: Ende dat den dach, van het Beschut, niet eerder en sal beginnen te loopen, als nae dat de voorsz. Registratie, op d’eene, ende d’andere Griffie vande Stadt, ende vanden Vroenhof sal wesen gedaen: Des sullen de Contrahenten de Rechten, niet hooger als ordinaris, betalen, daer af de verdeelinge sal geschieden in dry egale gedeelten ten behoeve vande Presenten der voorsz. Collegien.
  15. Soo wanneer eenige saecken voorvallen, betreffende meerder getal van Persoonen, daer af d’eene Luycx, ende d’andere Brabandts is, die, uyt hare nature, moeten gedisputeert worden voor het Hooge Gerecht, soo sal, sulcs, geschieden coram utroque Collegio, gelyck, van oudts, gebruyckelick is: 
  16. Sonder dat nochtans meer als eenen, ende den geprevenieerden Secretaris, daer inne, sal worden gebruyckt.

 

X. CAPITTEL.

Vande Momboirschap, ofte Vooghdye.

  1. De Schepenen zijn Opper-Momboirs over de onbejaarde Kinders der voorsz. Stadt, zijnde Weesen, onder de vyf-en-twintich Jaren, dewelcke Vader, ofte Moeder verlooren hebben, ende over meerder-jarige Sotten, ende simpele Persoonen, ende moeten alle Aengeboorne, ende Testamentaire Momboirs, ende Voochden approberen, ende inden Eedt stellen, dewelcke, tot dien eynde, binnen dry weecken, nae ’t afsterven, ende nae ’t openen van ’t Testament, ende d’aenneminge respective daer op gevolght, haer moeten bekent maecken, op poene van ses Gout-guldens te verbeuren.
  2. Ende soo wanneer de Weesen, of andere Persoonen, niet en zijn versien vande voorsz. Aengeboorne, of Testamentaire Momboirs, soo sullen de Schepenen, daer toe, committeren twee, of dry vande naeste Vrienden, indien deselve bequaem zijn, of, andersints, eerlycke, ende suffisante Borgers, dewelcke gehouden sullen zijn het Momboirschap, ende Vooghdye aen te nemen, ende in cas van weygeringe, daer toe reëlyck, ende metter daet kunnen bedwongen worden: ten ware eenige merckelycke redenen, by haer, te allegeren, ende by den Schepenstoel, voor soodanige te keuren, hun, daer af, quamen te dispenderen.
  3. De voornoemde gecommitteerde, of geconstitueerde Momboirs sullen gehouden wesen suffisante Borgen te stellen, voor goede administratie.
  4. Alle soo Aengeboorne, Testamentaire, als geconstitueerde Momboirs, sullen, binnen dry weecken, nae dat sy de Momboirdye aenveert hebben, gehouden wesen te maecken Inventaris van alle Goederen, soo Meubele, als Immeubele, dewelcke inden Sterf-huyse bevonden worden.
  5. Ende sullen, de geconstitueerde Momboirs, gehouden wesen, van hare administratie, yder Jaer, aende Schepenen over te brengen pertinente Reeckeninge, met aenwysinge vande Gelden, ende Revenuës, omme, met kennisse, ende goet-vinden der selver Schepenen, tot meeste seeckerheyt, ende voordeel der Pupillen, of anderen, bekeert, ende uytgeset te werden.
  6. Geene vaste Goederen der Pupillen, of anderen en sullen mogen verkocht, ofte beswaert worden, als door de voorsz. Momboirs, met kennisse ende goet-vinden vande Schepenen.
  7. Dewelcke, vande redenen haer moverende, door haren Secretaris, sullen doen notitie houden, om, in tijden, ende wylen, aende Pupillen, meerder-jarigh geworden zijnde, ende aen anderen, onder Voogdye staende, soo wanneer sy daer af ontslagen worden, te kunnen dienen tot hare narichtinge.
  8. Ende, sulcx, voorgegaen zijnde, sullen deselve, by publycque Proclamatien, aende hooghsten Bieder, by ’t uytgaen der brandend Kaerse, worden verkocht, op poene van nulliteyt, ingevalle anders quame te ghebeuren.
  9. De Gelden, vande voorsz. Goederen procederende, sullen, met kennisse, ende goet-vinden van het Schepen Gericht, aengelecht worden, ten meesten nut vande Pupillen, ende anderen.
  10. Indien de Aengeboorne, ende Testamentaire Momboirs haer niet, naer behooren, en quyten inde administratie vande Goederen, ende inde opvoedinge vande Persoonen, haer aenbevolen, sullen de Schepenen, als Opper-Vooghden, daer inne versien, naer gelegentheyt van saecken.

 

XI. CAPITTEL.

Vande Geswooren Raden.

  1. De Geswooren Raden, acht in ’t getal, waer van vier zijn Luycx geboorne, ende vier Brabants geboorne, gequalificeert, ende aengestelt, gelyck, hier voren, onder het derde Capittel is geordonneert, sullen alle Dinsdagen, tydelyck, voor middach, met de Borgemeesters, in hare Kamer, op den Stadthuyse, vergaderen, om Justitie te administreren, sonder dat den selven dach sal mogen uytgestelt werden.
  2. De selve Geswoorens sullen, met, neffens, ende ten overstaen vande Borgemeesters, kennisse, ende judicature hebben van alle Personele Cicile saecken, procederende van Koopmanschappen, ende Verkoopingen, Verhuyringen, ende diergelycke conventie, ende Contracten van Partyen, van bekende verloopen van Renten, van Injurien, civilyck geintenteert, van Meuble, ende gereede Penningen, ende generalyck van soodanige saecken, die by die stichtinge vanden Jare 1560, ende het gevolghde gebruyck aende Lagen Gerechte zijn toegevoeght; soo nochtans, dat, by soo verre eenige interpretatie, op ’t stuck vande judicature, tusschen de Borgemeesters, ende Geswoorens, ter eenre, ende de Hooch-Schoutten, ende Schepenen, ter andere zyde, gerequireert worde, Wy, de selve, aen Ons hebben gereserveert, sonder dat Wy begeren dat, de voorsz. twee Gerechten, eenige Protestatien, Contesten, ofte Conflicten sullen voorwenden, ofte voortsetten, sulcx, wel expresselyck, verbiedende, mits desen.
  3. Ende, op dat den cours van Justitie niet verhindert en werde, soo en sal niemandt vande Geswoorens sich, ten voorsz. dage, mogen absenteren, sonder kennisse, ende goet-vinden vande respective Borgemeesters, op poene van een quart Rijcxdaelder, die, op poene van Onse indignatie, sullen sorgen, dat het meerder getal der Geswooren, altijdt aende handt zy.
  4. In geene saecken sal mogen geinterloqueert, of  ten principalen gesententieert worden, als ten overstaen van dry Geswoorens, van yder zyde.
  5. Alle saecken, beneden hondert guldens, eens, sullen, ten dage, by Borgemeesters te prefigeren, mondelingh, tusschen Partyen, worden gededuceert, ende sommarie, ende de plano, afgedaen.
  6. Oock sullen alle andere saecken, by Borgemeesters, ende Geswoorens gewesen, hare executie hebben, onder cautie, soo dat eygentlick, daer af, geen appel, maer simpele reformatie komt te vallen. 
  7. Dan, in saecken beneden de hondert guldens, sal den Reformant, komende te succomberen, noch, daer-en-boven, furneren ses Goudt-guldens, promptelyck executabel, ten behoeve van de Stadt.
  8. Alle questien van injurien, civiliter geïntenteert, sullen, mede, summarie, ende de plano werdena fgedaen: dan de geene die sich gegraveert vindt, sal mogen appelleren aende Heeren Commissarisen Deciseurs. 
  9. Geswooren Raden, die Advocaten zijn, sullen, in ’t aenkomen van hare Officie, verclaren, ende laten aenteeckenen, in wat saecken, voor het Gerecht ventilerende, sy gedient, ofte geadviseert hebben, omme haer, inde loopende termynen, in het decreteren op incidenten, ende in het Vonnissen, daer van te onthouden: ende en sullen oock, soodanige saecken, niet vermogen te recommanderen aen haere Confratres, of deselve, daer af te ombuëren, gelyck sy oock, voor den selven gerechte, geduyrende hare functie, geene saecken, noch Processen en sullen vermogen aen te nemen, te bedienen, of door eenigh ander Advocaet te doen bedienen, directelyck, noch indirectelyck, alles op poene van suspensie van hun Offitie, ende van inhabiliteyt, voor het toekomende. 
  10. In Saecken, daer Borgemeesters, ende Geswoorens, op ’t versoeck van Partyen, of uyt eygen beweginge, sullen begeren advys van Rechts-geleerden, sullen haer dienen vanden Pensionaris,ofte Pensionarisen, soo mondelingh, als schriftelyck, nae dat het Gerecht sal oordeelen te behooren.
  11. Alle Commissariale besoignes, van Borgemeesters, ende Geswoorens, sullen op het Stadt-huys gehouden worden, sonder eenige verteeringe tot laste van Partyen. 
  12. Borgemeesteren, ende Geswoorens, sullen gehouden wesen, alle Arme, ende onvermogene Persoonen, gratis te expedieren, ende de termynen soo veel te bekorten, als ’t doenlyck wesen sal.
  13. Alle Verkoopingen, die inde Taeffel van Leeninge voorvallen, gheschieden, ten overstaen van Ghecommitterde uyt de Geswooren Raden. 
  14. Nae de renovatie vande Magistraet, soo committeren Borgemeesters, ende Geswoorens, uyt den haren, twee Mes-keur-meesters, ende twee Forfaict-meesters.
  15. Het Officie van Mes-keur-meesters bestaet in ’t ondersoecken, ende beleggen van informatien, ten bywesen van een der twee Secretarisen, tot last vande geene, die, tegens malkanderen, Wapenen, ofte Geweer gebruyckt, of daer mede gequetst hebben, soo nochtane dat, daer inne, geene hoogheyt en is gelegen, bestaende in punitie van Lijf, of Lidt, of andere correctie, den Hoogen Gerechte toestaende: ende vervallen, de Schuldige, in twaelf Hoorens guldens, ende, daer en boven, voor pyne, smart, ende Meester-loon, naer arbtragie vanden Rechter.
  16. Het Officie van Forfaict-meesters bestaet in ’t ondersoeck ende beleggen van informatien, tot laste vande geene die met vuyle, injurieuse, ende smadige woorden yemant hebben bejegent, die met sweeren ende vloecken, den name Godts misbruycken, die malkanderen met vuysten slaen, met voeten stooten, ende diergelycke, ofte die, versien zijnde van eenigen Stock, of ander Geweer, een ander uyt den Huijse dagen, sonder het selve Geweer te gebruycken.
  17. De voornoemde Mes-keur-meesters, ende Forfait-meesters, en vermogen met geene Partyen te composeren, noch te accorderen, directelyck, noch indirectelyck, op poene van suspensie, ende inhabiliteyt, maer zijn gehouden hare informatien, wel, ende oprechtelyck beleydt, ende genomen zijnde, te brengen inden Eersamen Raedt, om, aldaer, gelesen, ende gedisponeert te worden, als nae behooren.

 

XII. CAPITTEL.

Vande Pay-Meesters.

  1. De Pay-Meesters, twee in ’t getal, waer af den eenen is Luyckx, ende dan anderen Brabants geboorne, gequalificeert, ende aengestelt, ghelyck, hier vooren, onder het derde Capittel is geordonneert, ende gestatueert, sullen ontfangen, administreren, ende verantwoorden de Stadts Middelen, ende Finantien, gelyck, hier onder, sal werden geseyt, ende dat, by beurten, ende Jaer om Jaer, daer af, den eenen wort ghenaemt betaelende Pay-meester, ende dan anderen vidimerende , of leerende Pay-meester.
  2. De Pay-Meesters zijn gehouden te stellen goede ende suffisante Borge, voor hare administratie, tot contentement vanden Eersamen Raedt, al eer sy tot eenigen ontfangh geadmitteert worden.
  3. De Pay-Meesters, soodanige Borge gestelt hebbende, sullen ontfangen de Stadts Middelen, bestaende in vier vyfde deelen van het provenu vande Mout, en Koren-wage.
    De Wyn-Accys.
    De Kool-Accijs.
    ’s Landts subsidie tot den Brandt vande Corps de Guardes.
    De Vet-waegh.
    Het klein Licent.
    De Boeten, ende Amenden, dewelcke aende Stadt worden toegewesen.
    De middelen vande Brugge, ende eenige kleynigheden, nader in Stadts Reeckeningen uytgedruckt.
  4. Welcken ontfangh de Pay-meesters sullen hebben te doen, ende te onthouden, soo, ende gelyck by de respective Pachts-conditien, of andere Ordonnantien sal worden gestatueert: sonder dat nochtans, de voorsz. Stadts Middelen  by eenige Magistrale Ordonnantien, buyten des Pay-meesters Comptoir, sullen worden gediverteert, ofte geadsigneert. 
  5. De betalende Pay-meester sal gehouden wesen te verantwoorden het gantsche, ende geheele Provenu van alle de Verpachtingen, soo als deselve, aenden lesten Bieder, by ’t uytgaen vande brandende
  6. Tot welcken eynde hy sal vermogen, de respective Pachters, te obligeren tot soodanige Borch-tochte, als hy, tot sijne securiteyt, sal bevinden te behooren.
  7. De Pay-meesters sullen, met, ende neffens d’Opper-Fabrycquen, ende Bouw-meester, betrachten het gemeene beste, omtrent alle Stadts bestedingen, ende leverantien, soo, ende gelyck, hier vooren, onder het Capittel vande Stadts Fabrycque, breeder is gesproocken.
  8. Ende sal, den vidimerende, of leerende Pay-meester, alle Cedulen van leverantie, ende andere, hoedanich die mogen zijn, met kennisse van saecken, moeten begrooten, ende teyckenen, al eer, deselve, aen den Eersamen Raedt sullen zijn gebracht, ende, aldaer, sullen mogen gepasseert worden, sonder dat den betalende Pay-meester, buyten de voorschreven vidimerende, eenige betalinge sal vermogen te doen, op poene van royeringe, ten ware dat den Eersamen Raedt, uyt den hoofde vande absentie des Vidimateurs, anders goet vonde: van welcke officien, ende bedieningen, hier nae, breeder sal gesproocken werden, onder het Capittel vande Stadts Financien.

 

XIII. CAPITTEL.

Vande Commissarisen Instructeurs.

  1. De Commissarisen Instructeurs bestaen in ’t getal van vier, daer af, twee van Luycksche geboorte, by Ons, ende twee van Brabantsche geboorte, bij de Ho:Mo: Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, worden aengestelt uyt de gequalificeerde, ende honorabelste  Borgers der voorsz. Stadt, die, ten minsten, twee Jaren, met het selve Borgerschap, zijn bekleet geweest, ende die, in Rechten, Coustumen, ende Practyque, zijn ervaren.
  2. De Commissarisen Instructeurs sullen, boven, ende behalven het geene, hier vooren, is gestatueert, in haer regard, Capitulo tertio, hebben, ende handelen de bereydinge, ende Instructie van Saecken van Appel, soo vanden Hoogen, als Lagen Gerechte, geassisteert vanden Greffier, op wiens Greffie de saecke, inde eerste instantie, heeft geventileert.
  3. Ende sullen, hier inne, volgen, ende punctuelyck naekomen, ende doen naerkomen de Ordonnantie, op de forme van Appellatien, geëmaneert, ende hier achter aengevoecht.
  4. Tot welcken eynde sy, alle Maendagen, ende Donderdagen, ten acht uren ’s morgens, met den voornoemde Greffier, sullen vergaderen op den Stadthuyse. 
  5. Dan, in cas dat eenen, of meerder Commissarisen Instructeurs, quame, wettelyck, gesuspecteert te worden, ofte absent te zijn, soo sullen de Pensionarisen, ende, soo noodich, meerder neutrale Rechts-geleerde, by den presenten, geassumeert worden. 
  6. De voornoemde Commissarisen Instructeurs sullen, in publycque Sessien, rang nemen na de afgaende Borgemeesters.

 

XIV. CAPITTEL.

Vande Pensionarisen.

  1. De Pensionarisen, ofte Syndici, in ’t getal van twee, den eenen Luycx gebooren, den anderen Brabants gebooren, sullen aengestelt werden by Commissie vanden Eersamen Raedt, ende by Ons, ofte onse Commissarisen Deciseurs geconfirmeert: ende sullen wesen gepractiseerde Advocaten, ende gehouden wesen, op den Stadthuyse, dagelycx, des van nooden zijnde, te besoigneren, ende te adviseren in allerhande Saecken, die den dienst vande Stadt betreffen, ende, bysonderlyck, de Raedts-Vergaderingen, op Maendaegen, by te woonen, alwaer, sy, geene andere, als adviserende stemme hebbende, met alle respect sullen adviseren, rapporteren, ende den last, ende Commissien ontfangen, die den Eersamen Raedt haer sal toevoegen, daer inne, sy, met extensensien der Raedts-verdragen, expeditien, ende andersints, de Raedts-Ordonnantien, punctuelyck, sullen naerkomen.
  2. Ende sullen haer, met alle naerstigheyt, bevlytigen, om de Processen, ende differentien, dewelcke den Eersamen Raedt, ofte het Corpus der Stadt, soude mogen uytstaen hebben, te beschrijven, te dirigeren, ende te bevorderen, soo als de behoudenis van Stadts Privilegien, de Achtbaerheyt vande Magistraet, ende het gemeene beste der Ingesetenen, sullen vereysschen.
  3. Sullen, oock, gehouden wesen haer te laten gebruycken in alle Deputatien, die buyten de Stadt, aen de beyde Princen, of elders, sullen gedecerneert werden, soo verre, sy, daer toe sullen versocht, ende haer, voorts, reguleren, soo als, hier vooren, Capitulo tertio, op ’t stuck vande Besendinge, is geordonneert.
  4. Sullen, oock, gehouden wesen, ter manisse vande Hooch-Schoutten, ende vande Borgemeesters, te vaceren tot de lecture der Processen, daer in, het advys van Rechts-geleerde, sal gerequireert worden: ende daer inne, ’t zij mondelingh, of schriftelyck, raisonneren, ende oprechtelyck adviseren.
  5. De Pensionarisen en sullen, oock, geene jura, of salaris mogen genieten, ter saecke vande lecture der Processen, of van hunne advysen, daer inne, te geven.
  6. Noch en sullen, in eenige saecken, die binnen de voorsz. Stadt ventileren, of die, sy weten, dat aldaer sullen komen aengehecht te werden, vermogen te adviseren, veele minder, daer inne, als Advocaet, te dienen, ofte te patrocineren, ten ware met voorgaende wettige permissie.
  7. De Pensionarisen hebben rang, ende sessie, neffens de Commissarisen Instructeurs.

 

XV. CAPITTEL.

Vande Secretarissen vanden Eersamen Raedt.

  1. Den Eersamen Raedt, der voorsz. Stadt, wort bedient van twee Secretarissen, den eenen vande Luycksche, den anderen vande Brabantsche geboorte, ende heeft, daer af, de dispositie, ende collatie. 
  2. De voornoemde Secretarissen moeten, in alle Maendaeghsche, ende andere Raedts-Vergaderingen, de eerste, ende laetste present zijn.
  3. De voornoemde Secretarissen zijn gehouden, alle de Presenten, ende Absenten, in yder Raedts-Vergaderinge, met naem, ende toenaemn te annoteren, ende, daer af, Extract te geven aende Heeren Commissarisen Deciseurs, t’harer aenkomste, om, daer op, gelet te worden, naer berhooren.
  4. Alle Raedts-verdragen, Decreten, ende Appoinctementen, moeten, of staende Vergaderinge, door de Secretarissen, volgens de conclusie, werden gestelt, of door de Pensionarisen, binnen vier-en-twintich uren, geëxtendeert, om, ter naester Vergaderinge, geresumeert te worden.
  5. Sonder welcke resumptie, de Secretarissen, geene Copyen, Extracten, noch Decreten, ende Appoinctementen en vermogen uyt te gheven, ten ware deselve staende Vergaderinge gelesen, ende, om redenen, gheen uytstel lydende, gehouden wierden voor geresumeert.
  6. De Secretarissen sullen, alle Raedts-verdragen, Decreten, ende Appoinctementen, binnen dry dagen, naer de resumptie, pertinentelyck te Boeck brengen, met sommaire insertie vanden inhoudt der Requesten, of andere Instrumenten, daer op, eenich Raedts-verdrach, Decreet, of Appoinctement is gegeven.
  7. ende geene, der selver, uytgeven, als die sy, met hare signature, sullen hebben becrachticht.
  8. Alle Brieven, die aende Stadt geadresseert worden, sullen, nae lecture, inde Eersamen Raedt, op haren dach, worden geregistreert, met byvoeginge van het Raedts-verdrach, daer over, genomen.
  9. lle Brieven, die, van Stadts wegen, afgesonden worden, nae dat gelesen, ende geëxamineert zijn, gelyck, hier vooren, Capitulo tertio, is geseyt, sullen, mede, exactelyck, op haren dach, en sonder versuym, worden geregistreert.
  10. Ende sullen de Secretarissen, om te faciliteren het naesoecken van de Raedts-verdragen, in margine van yder, met weynich woorden, het contenu, of subject denoteren: Dat oock, in ’t regard vande Missiven, ende van andere Resolutien, sal worden gepractiseert.
  11. Sullen, mede, alle Recessen, of Ordonnantien, vande Heeren Commissarisen Deciseurs, pertinentelyck registreren.
  12. Ende geenderhande saecken reveleren, noch bekent maecken, voor dat de selve, nae de resumptie, mogen gepubliceert, ofte bekent gemaeckt worden.
  13. Ende, voorts, alles oprechtelyck, ende met alle respect, soo buyten, als binnen de Vergaderinge, maniëren, ende naekomen, dat haer, door de Raedts-Vergaderinge, sal werden aenbevolen.

 

XVI. CAPITTEL.

Vande Secretarissen, van Schepenen, ende van Borgemeesteren ende Gesworens.

  1. De secretarissen, der Hooge Gerechten zijn twee in ’t getal, den eenen van Luycksche geboorte, ende, den anderen, van Brabantsche geboorte: ende worden, by de Genadige Heeren ende Princen, respectivelyck, aengestelt.
  2. De selve Secretarissen sullen wesen Luyden, die, ten minsten, ervaren zijn inde Practicque, indien geene Rechts-geleerde.
  3. Ende en sullen raedt, daet, noch instructie vermogen te geven, in eenigerhande Saecken, ofte Processen, hangende op hunne Greffien, veel minder, daer inne, vermogen te dienen, ofte patrocineren, op poene van inhabiliteyt.
  4. De selve Secretarissen sullen gehouden zijn, alle Geding-dagen, soo ordinarise, als extraordinarise, te observeren, ende by te woonen, oock in Persoon (of by sieckte, ende noodige absentie, door eenen geswooren Klerck, de Hooch-Schoutten, ende Schepenen aengenaem zijnde) de Rollen te houden, ende sonder weeten, ende goetvinden vanden Hooch-Schout, haer niet mogen absenteren buyten de Stadt.
  5. Sullen alle notulen, ende extensien, die haer aenbevoolen worden, getrouwelyck opstellen, ende houden. 
  6. Sullen geenderhande Transporten, Gichten, noch Goyingen, of diergelycke Acten judiciel, ten Registre brengen, veel minder by Copie uyt geven, als nae dat de selve, met kennisse, ende ten overstaen, ten minsten, van twee Schepenen, gepasseert zijn.
  7. Ende sal de voorsz. regsitratie moeten geschieden binnen dry dagen, nae dat de Acten, voor Schepenen, gepasseert, of neergeleyt, ende gerecognisceert zijn, op poene, als vooren, dat Partye geinteresseerde haer verhael sal hebben tegens den gebreeckigen Secretaris.
  8. De Secretarissen en sullen geene Schrifturen, noch andere Acten reveleren, noch door hare Klercken laten reveleren, soo lange de selve behooren secreet te blyven.
  9. Ende sullen geen Extracten, of  Copyen uytgeven, als onder hare signature.
  10. Sullen, mede, schuldich zijn, in haer Register, of Rolle, in margine, aen te teeckenen de Rechten die Partyen betalen, om, in het taxaet, daer op gelet te worden.
  11. Noch en sullen, in ’t stuck van informatien, depositien, ende recollementen van Getuygen, niet simpelyck stellen affirmat, maer sullen de depositie in ’t lange extenderen. 
  12. Welcke Puncten, ende Articulen, oock, sullen naegekomen worden by de Secretarissen van het Lage Gerecht, wesende de selve, daer af, hier vooren, ten aensien vanden Eersamen Raedt, is gesproocken.

 

XVII. CAPITTEL.

Vande Stadts, en Gerechts-Boden.

  1. Den Eersamen Raedt committeert acht Boden, die, soo wel de Borgemeesters, in ’t bysonder, ende het Lage Gerecht, als den Eersamen Raedt bedienen, daer af, vier zijn van Luycksche, en vier van Brabantsche geboorte, en sullen moeten kunnen lesen, en schrijven.
  2. De selve Boden moeten, by beurten, of andersints, door een, of meer vande haren, alle dagen, aen het Stadthuys, opwachten; des voormiddachs van negen tot twaelf, en des naemiddaeghs, van drie, tot ses uren, ofte soo veel vroeger, ende laeter, als haer belast worden, omme, in Stadts dienst, gesonden, ende geëmployeert te worden, by de geene, die, aldaer, sullen hebben te besoigneren: waer af sy niet suymich sullen mogen wesen, op poene, dat den gebrekige, op de eerste aenklachte, sonder dissimulatie, sal worden gesuspendeert, ofte gecasseert.
  3. En sullen, de selve Boden, alle Jaren, ter eerster Vergaderinge vanden Raedt, nae half Vasten, hare Mantels, ende Degens, inde selve Vergaderinge, neder leggen, ende, of gedimitteert, of wederom aengestelt worden, nae dat, van hare comportementen, sal worden getuycht. 
  4. De Boden, van het Hooge, ende Lage Gerechte, sullen hare Principalen, met alle respect, bejegenen, op poene van suspensie, of cassatie. 
  5. De selve Boden sullen, hare Exploicten van Arresten, Pandtschappen, Guarandissementen, Verbotten, ende diergelycke, binnen dry dagen, aende respective Greffien, overbrengen, om geregistreert te worden, op poene van arbitrale correctie: Ende by den Secretaris niet geregistreert zijnde, sullen nul wesen, Partye geinteresseerde, tegens den selven, in haer geheel voor haer interest, sonder dat de selve Boden, in hare rechten, eenichsints de Lyste te buyten sullen gaen, ofte exorbiteren, op gelycke poene.
  6. Ende sullen alle Decreten, getrouwelyck, aen Partyen intimeren, ende, ten volgende dage, daer af, relaes overbrengen aende respective Greffien, neffens de Rechten daer toe, staende.
  7. De Roey-Boden, vande Hooge Gerechten, sullen omtrent de Collegien van Schepenen, ende in ’t doen van hare Exploicten, de Roede publickelick dragen, ende de Ban-klocke trecken, op de gewoonlicke dagen, op poene van dry Gout guldens.
  8. D’eene, ende d’andere Boden sullen, alle ordinaris, ende extraordinaris Vergaderinge vande Gerechten, opwachten, ende haer, in alles, vlytich, ende getrouwelyck quyten wat tot het doen van Dagementen, Exploicten, Relatien, end andersints, tot hare Ampten specteert, op poene, als boven.

 

XVIII. CAPITTEL.

Vande Advocaten.

  1. Alle Advocaten, dewelcke, in dese Stadt, sullen willen patrocineren, ende Advocature exerceren, sullen, alvooren, by de respective Gerechten, moeten doceren, met hare Brieven, dat sy in eene voorneme, ende geauthoriseerde Universteyt gepromoveert zijn, ten minsten ad gradum Licentiae.
  2. Ende, sulcx, betoont hebbende, sullen den Eedt doen, dat sy, getrouwelyck, hunne Partyen sullen voorstaen, raden, ende defenderen, onder redelycken salaris, ende dat, sy, der Stadts Gerechtigheden, Privilegien, ende Statuten sullen observeren, ende bevorderen, ende geensints, met haren weten, of toedoen, de selve tegengaen, of infringeren.
  3. Alle Schrifturen, dewelcke komen te dienen voor de respective Gerechten, sullen moeten gemaeckt, ende geteeckent wesen by een Advocaet, op poene van rejectie.
  4. Ende sullen, d’Advocaten, haer onthouden, in de selve Schrifturen, gelyck, oock, in mondelinge Playdoyen, van alle injurien, ende invectiven, op poene van twaelf Gout guldens, voor d’eerste reyse: voor de tweede reyse, van suspensie, voor den tyt van ses Maenden: ende voor de derde reyse, dat, de selve, niet meer en sullen geadmitteert worden door den Gerechte, daer het exces gepleecht is.  
  5. Geene Advocaten en sullen mogen patrocineren voor de Collegien, daer sy Rechters zijn: ende sullen haer voorts reguleren, volgens ’t geene, hier vooren, onder de Titulen van Schepenen, ende Geswoorens, is geordonneert in haer regard.

 

XIX. CAPITTEL.

Vande Procureurs.

  1. De tegenwoordige Procureurs, die veel in ’t getal zijn, sullen versterven tot het getal van achten, ende, daer naer, by de Heeren Commissarisen Deciseurs, met beurten vande Religie, in gelyck getal, gesuppleert worden, ter nominatie vanden Eersamen Raedt.
  2. De Procureurs sullen, aende respective Gerechten, daer voor sy sullen occuperen, den Eedt doen, dat sy het Recht, van hare Partye getrouwelyck, ende behoorlyck sullen waernemen, ende voorstaen, onder redelycken salaris, daer toe staende: welverstaende, dat sy geene onrechtmatige saecken, malitieuselyck, en sullen voortsetten, of defenderen, op poene, van arbitrale correctie. 
  3. Dat sy de ordinaris Rollen, ende Geding-dagen, tydelyck, ten negen uren, ende punctelyck, sullen observeren.
  4. Ende dat sy, Stadts Privilegien, Statuten, ende Gerechtigheden, sullen helpen bevorderen, sonder de selve tegen te gaen, of eenige indracht daer aen te doen.
  5. De Procureurs, zijnde Militaire, of andere Suppoosten, sullen, voor den aenvangh van hare bedieninge, haer onderwerpen, de Politicque, ende Civile Rechtsspraecke vande Magistraten, ende Gerechten der voorsz. Stadt, in alle Saecken die niet Militair en zijn, of die niet en dependeren van andere hare Functien 
  6. Soo wanneer eenigen Borger, of Vremden, sich dient van een Procureur, om sijne Saecken aen te hechten, of te defenderen, sal, deselve, sich, ter respective Greffien, doen versien van behoorlycke Constitutie, ende Procuratie, met den aenvangh der Saecke: of, in cas sijn Meester absent is, sal ten derden gedinge suffisante Procuratie overleggen, met ratificatie by faulte van welcke Procuratie, Partye advers sal de keure hebben, om de Saecke, ten eynde toe, te laten voortgaen, tot laste vanden Procureur, die deselve aengevangen heeft, of om absolutie vande instantie te versoecken. 
  7. Indien eenigen Procureur, door negligentie, of versuym, sijns Meesters Recht verachtert, ende verwaerloost, sal deselve daer voor recherchabel, ende responsabel wesen. 
  8. De Procureurs sullen haer, in Saecken, voor de Hooge Gerechten te ventileren, pertinentelyck informeren, over de qualiteyt der Persoonen, die aengesproocken worden, ofte Luycksche, of Brabanders zijn, om, by dien middel, alle incompetente proceduren te verhoeden, op poene van dry Gout guldens.
  9. De Verbalen, ter Rollen sullen soo kort, ende nerveus gehouden worden, als doenlik is, ende alle extensien, in scriptis, worden overgegeven, sonder den train vande Rolle, met lange Verbalen, te verhinderen, op poene, dat de Procureurs sullen worden geamendeert, naer bevindinge van saecken.
  10. De Procureurs sullen, van alle termynen, houden contre Register, tegens de Rolle vande Secretarissen: ende geene Schriftueren indienen, dan die van een Advocaet geteeckent zijn, op de poene, hier boven, gestatueert. 
  11. De Procureurs en sullen niet vermogen eenige onderlinge Vacantien te practiseren, buyten de ordinarise, op poene van vyf Gout guldens, ten laste van yder van haerluyden executabel.
  12. Ende sullen, neffens yder Propositie, furneren de Rechten vande loopende Rolle, ende van andere rechtelycke Acten, op poene van parate executie: ende haer, voorts, in ’t verbaliseren, ende bedingen der saecken, in tegenwoordigheyt vande Rechters, comporteren in alle modestie, respect, ende met ongedeckten hoofde, sonder elckander in, of buyten bywesen, als vooren, te injurieren, of  onbehoorlyck tegens malkanderen te declameren.

 

XX. CAPITTEL.

Vande Notarissen.

  1. De Notarissen, dewelcke binnen dese Stadt sullen willen exerceren haer Ampt, sullen moeten aengestelt wesen by Ons, ende by de Ho:Mo: Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, of by onse Commissarisen Deciseurs, nae dat deselve wel, ende exactelyck sullen wesen geëxamineert, ende capabel bevonden. 
  2. De tegenwoordige Notarissen, die te veel in getal zijn, sullen versterven tot het getal van twaelven, ende sal, alsdan, de plaetse vande verstorven, by beurten van Religie, op de nominatie vanden Eersamen Raedt, door de beyde Princen, of hare Commissarisen, worden gesuppleert