Consent tot introductie van het familiegeld 1715
(Holland)

-

Genealogisch domein

menu.gif (929 bytes)

Overzicht van historische bronnen

menu.gif (929 bytes)

E-mail

text.gif (926 bytes)

 


Afschrift van het origineel in particulier bezit.

 

CONSENT
tot introductie van een
FAMILIEGELDT
in de Provincie van
HOLLANDT en WESTVRIESLANDT,
tot verval van de schulden en lasten van
den laetsten oorlogh,
Gedragen den 19. April 1715.

 

IN 's GRAVENHAGE,
by Paulus Scheltus, ordinaris Drucker van de
Edele Groot Mog. Heeren Staten van Hollandt en West-
Vrieslandt. Anno 1715. Met Privilegie.

 

 

Extract uyt de Resolutie van de Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, in haer Edele Groot Mog. Vergaderinge genomen op

Vrijdagh den 19. April 1715.

By resumptie gedelibereert zynde op het Advis van de Heeren haer Edele Groot Mog. Gecommitteerden, hebbende, in gevolge ende tot voldoeninge van voorgaende Resolutie commissoriael, nader geŽxamineert ende overwogen het Project van een Familiegeldt, onder de Notulen van haer Edele Groot Mog. van den drie en twintighsten Februarii voorleden breeder gementioneert: Hebben de Heeren van de Ridderschap ende Edelen, mitsgaders de Gedeputeerden van de respective Steden, uyt den name ende van wegen Burgermeesteren ende Vroedtschappen van de selve Steden, geconsenteert ende bewillight, gelijck haer Edele Groot Mog. consenteren ende bewilligen mits desen, in een Familiegeldt, soo ende in voegen het selve hier na is geinsereert.

Familiegeldt over de Ingezetenen van Hollandt ende West-Vrieslandt, soo tot verval van de schulden van den Staet, gedurende den laetsten oorlogh gemaeckt, als om een proef te nemen, of men door het introduceren van het selve in het toekomstige niet soude konnen doen cesseren en ophouden de reŽle honderste penningen.

Dat het voorschreve Familiegeldt tot een proef sal werden geintroduceert voor een jaer.
Dat voor een Familie, Huyshouden of contribuabele Persoonen gerekent sullen werden,
1.   Alle de Hoofden van een Familie, sonder onderscheydt, of de selve minder of meerderjarigh zyn, getrouwt, of
      ongetrouwt.
2.   Item alle Persoonen by andere inwoonende, indien de selve getrouwt sullen zijn.
3.   Item alle Persoonen, onder voogdhye of curatele staende, ende by hare Vooghden of andere inwoonende.
4.   Item alle onbestorvene Persoonen, soo minderjarige, als meerderjarige, die by hare Ouders of andere
      inwoonen sullen, indien de selve eenige Goederen buyten haer Ouders besitten sullen, eenige Ampten of
      Officien bekleeden sullen, of oock eenige Neeringen, Professie of Hanteringe sullen doen, en alsdan na mate
      van de selve Goederen, Ampten of Neeringen.
5.   Insgelycks meer Broeders of Susters, of andere buyten het Huys, of kosten van haar Ouders, met den anderen
      woonende en huyshoudende.
6.   Insgelycks alle Commensalen, by andere inwoonende, soo in Herbergen, als in Burgers Huysen.

Dat van de voorschreve taxatie verschoont sullen werden,
1.   Alle Persoonen, die geen Onderdanen nogh Burgers zyn, maer Vreemdelingen, ende alleen voor een geringe
      tyd tot het dryven van hare Negotie, of om andere oorsaken sigh hier te Lande onthouden sullen, sonder
      intentie, omme sigh alhier neder te setten, doch dat de voorschreve exemptie geen plaets sal hebben, indien de
      selve Persoonen, na verloop van ses maenden, alhier gevonden mogten werden.
2.   Alle Predikanten, voor soo veel haer Ampt aengaet.
3.   Alle subalterne Officieren, soo te water als te lande, tot Lieutenants incluys, ten ware de selve uyt andere
      hoofde gegoet waren, of oock Ampten besitten mochten.
4.   Alle Ambaghts- of Handwercks Gesellen gewoon in daghloon te dienen, de vrye Meesters en Werckbasen
      daer onder niet begrepen.
5.   Alle Persoonen van de Godtshuysen, Armhuysen, of andere publicque Aelmoessen, in het geheel of ten deele
      levende.
6.   Insgelycks alle arme Gildebroeders van de Gildtbussche eenige subsidie ofte alimentatie genietende.

Dat van de voorschreven Familien of taxable Persoonen geformeert sullen werden, negen distincte Classes.
Dat de eerste Classe sal getaxeert werden op 200 - 0 - 0
De tweede op ...................................................  150 - 0 - 0
De derde op .....................................................  100 - 0 - 0
De vierde op ......................................................  80 - 0 - 0
De vyfde op .......................................................  60 - 0 - 0
De sesde op .......................................................  40 - 0 - 0
De sevende op ..................................................  20 - 0 - 0
De achtste op ....................................................  10 - 0 - 0
De negende op ....................................................  5 - 0 - 0

Dat onder de eerste Classis genoomen sullen werden alle huyshoudende of taxable Persoonen, in manieren als voorschreven is, die tien duysent guldens, en daerenboven 's jaers inkomen hebben, winnen of verteeren, en dat van alle Goederen waer die souden mogen zyn gelegen.
Onder de tweede Classis alle van seven duysent vyf hondert tot tien duysent guldens 's jaers.
Onder de derde Classis alle van vyf duysent tot seven duysent vyf hondert guldens.
Onder de vierde Classis alle van vier duysent tot vyf duysent guldens.
Onder de vyfde Classis alle van drie duysent tot vier duysent guldens.
Onder de sesde Classis alle van twee duysent tot drie duysent guldens.
Onder de sevende Classis alle van vyftien hondert tot twee duysent guldens.
Onder de agste Classis alle van duysent tot vyftien hondert guldens.
Onder de negende Classis alle van vyf hondert tot duysent guldens.

Dat voorts alle neeringhdoende Luyden, het zy de selve onder eenige Gildens sorteren sullen of niet, Werckbasen, Meesters of Vrouwen wercken sullen, ende onder de bovengemelde Classes niet behooren moghten, echter mede getaxeert sullen werden, doch niet hooger als tot vyf guldens, welverstaende dat de Magistraten en Gerechten daer van sullen vermogen te excuseren de Personen, dewelcke sy sullen bevinden buyten staet te wesen om dese taxatie te konnen voldoen.
Dat om de voorschreve proportie en begrootinge te vinden de taxatie of opschryvinge gedaen sal werden, 
1.   Na de gegoetheyt, neeringen en apparentste winsten of inkomsten van de huyshoudende of contribuable
      Personen, te rekenen sonder aftreck of verminderingh wegens de extraordinaris consenten, dit jaer geheven
      werdende.
2.   Daer het selve onseker moghte zyn na den omslagh en train van de selve Personen, het zy in Huysen,
      Buytenplaetsen, Koetsen of Domesticquen. 
Dat de nagemelde Personen wel hooger, maer niet lager gebraght of getaxeert sullen werden als hier onder volgen sal, nametlijck,
1.   Alle Personen, eenige Buytenplaetsen van plaisir, Koetsen of andere Speelrytuygen met vier Wielen ende vier
      Paerden gebruyckende, onder de tweede Classis, en sulcks op hondert vyftigh guldens.
2.   Alle Personen, geen Buytenplaetsen hebbende, maer echter Speelrytuygen met twee Paerden hebbende of
      gebruyckende, of oock eenige Huysen bewoonende boven duysent guldens aen huyre doende, met of sonder
      de Kelders, Packhuysen of Stallen, soo veel Amsterdam, Rotterdam en den Hage betreft, ende in andere
      Steden boven de vyf hondert guldens, onder de derde Classis, ende sulcks op hondert guldens.
3.   Alle Personen, Huysen bewoonende binnen Amsterdam, Rotterdam en den Hage van vyf hondert tot duysent
      guldens aen huyre doende, ende in andere Steden van twee hondert vyftigh guldens tot vyf hondert guldens,
      onder de vierde Classis, en sulcks op tachtigh guldens.
      Dat de Huysen, by de Eygenaers bewoont werdende, door haer sal moeten werden opgegeven hoe veel haer
      Huysen jaerlijcks in huyre behoorden te doen, blyvende echter subject een nader begroottinge, in dier voegen
      als ten opzichte van de opgevinge door de respective Hoofden der Familien, hier na gereguleert.
4.   Alle Personen, als boven geen Buytenplaetsen hebbende, en echter Speelrytuygen, Sleeden of andere met een
      Paerdt of Rypaerdt hebbende, of gebruyckende, of oock meer als twee Dienstboden of Dienstmaeghden
      hebbende (die tot de neeringen noodigh zyn, ende daer toe effective werden geŽmployeert, zyn hier onder niet
      begreepen) onder de vyfde Classis, en sulcks op sestigh guldens.

Dat de voorschreve omschryvinge en taxatie aenbevolen sal werden aen de Heeren haer Edele Groot Mog. Gecommitteerde Raden, voor soo veel de Edele en Suppoosten aengaet, ende aen de Magistraten in de Steden, ende aen de Schouten ende Gerechten ten platten Lande, voor soo veel de verdere Ingezetenen van den Lande aenbelanght.
Dat de voorschreven Gecommitteerde Raden, Magistraten ende Gerechten daer toe gebruycken en tot hun assumeren sullen de Burger Officieren, Dekens en Overluyden van de Gildens, neffens soodanige andere Personen, als zy daer toe de bequaemste sullen oordeelen.
Dat de voorschreve Gecommitteerde Raden, Magistraten en Gerechten door de respective Hoofden van de Familien aen hen sullen doen opgeven onder wat Classis de selve sullen meenen gerangeert te moeten werden, ende dien onvermindert by de selve Hoofden van de Familien sullen mogen vorderen al het geene tot het doen van de voorschreve taxatie noodigh sal wesen, ende dat de Onwillige daer toe gehouden ende geconstringeert sullen werden op een boete van drie guldens voor yeder dagh, dat de selve in gebreecke sullen blyven, de gerequireerde informatien te geven.
Dat aen de voorschreve informatien ende opgevingen door de respective Hoofden der Familien te doen niet anders nogh verders gedefereert sal werden, als voor soo verre de voorschreve Gecommitteerde Raden, Magistraten ende Gerechten daer mede genoegen sullen nemen, ende dat de gemelde Gecommitteerde Raden, Magistraten ende Gereghten dien onvermindert bevoeght, ende oock gehouden sullen zijn de taxatie soodanigh, en in dier voegen te begrooten, als behooren sal, daer innen opvolgende de voet en wyse, hier boven voorgeschreven.
Dat de voorschreve opschryvinge ende taxatie sal werden gedaen, sonder eenige Taxabele over te slaen, ende oock sonder aensien van Personen, soodanigh en in dier voegen behooren sal, sonder gunst of dissumulatie, en sonder reguard te nemen op eenige recommandatien of diergelycken, alles directelyck of indirectelyck.
Dat daer van geformeert sullen werden behoorlycke Quohieren, met byvoeginge van die naam der huyshoudende of taxabele Persoonen, waer deselve woonen, der selver professie, neeringe, of andere wyse van bestaen, het getal van hare Domestiequen, het beloop der huure van de Huysen door hen bewoont, als mede ten regarde van de geene, die eenige Buytenplaetsen, Rytuygen, of Rypaerden, gebruycken moghten, wat daer van gebleecken of voorgekomen sal zijn.
Dat voor al mede geobserveert sal moeten werden de distinctie van de respective Classen, hier vooren benoemt, en dat yeder huyshoudende Persoon onder de Classis, waer toe hy behoordt, pertinentelyck opgeschreven sal werden.
Dat de voorschreve Quohieren geformeert, ende aen de Heeren Gecommitteerde Raden overgesonden sullen moeten werden, ten langhsten voor den eerste Augusti naestkomende.
Dat het voorschreve Familiegeldt sal werden gecollecteert ten pericule van de Steden en Dorpen door een of meer Persoonen, by de Magistraten van de Steden, ende by de Gerechten in de Dorpen, daer toe particulierlyck te committeren.
Dat voor het voorschreve collecteren of garingh by de Steden en Dorpen genoten sal werden een per cento van het beloop der collecte.
Dat het voorschreve Familiegeldt sal moeten werden betaelt in vier ofte twee termynen, na de convenientie van de Steden ende Plaetsen, daer het selve sal werden gecollecteert, ende soo als het selve by de gemelde Heeren haer Edele Groot Mog. Gecommitteerde Raden, Burgemeesteren en Regeerders van de Steden, ofte Schouten ende Gerechten van de Dorpen respectivelyck sal werden geordonneert.
Dat ten aensien van de kleyne Getaxeerdens tegens vyf guldens in het jaer, soo verre die onder eenigh Gildt behooren, de selve taxe sal moeten werden betaelt aen soodanigh Gildt, waer onder yeder behooren sal, om aen de Collecteur of Gaarder verantwoordt te werden.
Dat de voorschreve executie geschieden sal door de respective Collecteurs, met assistentie van de Schutteryen, Wijck- of Buurmeesters, Gildebroeders, en soodanigh anders, als yeder in den sijnen sal meenen te behooren, en dat by parate executie en panthalinge.
Dat door de respective Schutteryen, Wyck- en Buurmeesters en Overluyden van de Gildens, sal moeten werden geformeert, en aen de Collecteurs, des gerequireert, overgegeven werden een Lyst van de Persoonen, die betaelt of niet betaelt sullen hebben.
Ende belangende de voorschreeve lage Getaxeerdens, dat by manquement van betalinge ter bestemder tydt, ten eynde van de respective termynen, na voorgaende consent van Burgemeesteren ende Regeerders van de Steden, en Schouten ende Gerechten van de Dorpen, boven de voorschreve poene van executie, de Gildebroeders uyt het Gildt geset, en aan die en alle anderen, niet resorterende onder eenigh Gildt, geinterdiceert sullen werden, haer Neeringh, Professie of Handtwerck te doen, voor ses weecken, en oock langer, na exigentie van saken.
Dat omme de Getaxeerdens te animeren tot prompte en tydige betalinge een prśmie van vyf per cento gegeven sal werden aen de geene, die de geheele en volle taxatie by anticipatie sullen voldoen, mits de selve betalinge doende voor de expiratie van de eerste drie maenden.
Dat de Steden en Dorpen sullen vaststaen voor de verantwoordinge van het volle Quohier, met authorisatie omme het defect, dat uyt eenige doleantien soude konnen ontstaen, te vinden door het verhoogen van de vermogende Personen, en het taxeren van andere, die sy sullen vinden getaxeert te moeten werden.
Dat de voorschreve verantwoordinge alleen wesen sal voor dese eene reyse, ende met dien verstande, dat indien haar Edele Groot Mog. moghten goetvinden het voorschreve middel andermael te heffen, de Steden en Dorpen van de verantwoordinge, als boven, geŽxcuseert sullen zijn, ten ware de difficulteyten, welcke hier uyt resulteren souden konnen, alvooren geapplaneert waren, ende ten genoegen ingeschickt moghten zijn.
Dat aen de Particulieren, die sustineren sullen willen te hoogh getaxeert te wesen, vry sal staen het recht van Doleantie, binnen den tydt van vier maenden, na dat de Quohieren sullen wesen geformeert en gearresteert, ende dat na het verloop van de voorschreve tydt geene Doleantien geadmitteert sullen werden, ten ware om wettige reedenen van absentie.
Dat tot de voorschreve Doleantie niemandt sal werden toegelaten, dan mits affirmerende onder eede, ende ten aensien van de Mennogesinde, by ware woorden, in plaetse van eede, de redenen waer op hy sijne Doleantie funderen sal willen, en dat van de voorschreve redenen specifique aentekeninge gehouden sal werden.
Dat alle die geene, welcke bevonden sullen werden qualyck gedoleert, en een onware Verklaringe gedaen te hebben, gehouden sullen werden voor infaem, eerloos en inhabil tot het bekleden van eenige Ampten of Beneficien, en daerenboven moeten betalen het viervout, waer op sy getaxeert sullen zijn, met suspensie van Neeringe ofte Ambaghten, indien sy eenige moghten doen, voor den tydt van ses maenden.
Dat de voorschreve Doleantien sullen moeten geschieden ten opsicht van de Heeren Edelen en Suppoosten voor de Heeren Gecommitteerde Raden, ende ten opsichte van de Ingezetenen van de Steden voor de Burgemeesters ende Regeerders harer Residentie, ofte wel voor Commissarissen by de selve Steden daer toe te nomineren, en in het reguarde van de Dorpen en Opgezetenen ten platten Lande voor Burgemeesteren en Regeerders van die Steden, daer onder syluyden sullen bevonden werden ten aensien van de Verpachtinge te sorteren.
Behoudens aen de respective Doleanten haer verdere beroep aen de Gecommitteerde Raeden binnen den tydt van twee maenden daer na, indien sy moghten  dencken by het  afwysen van hare doleantie in de Steden beswaert te zyn.
Dat onder beneficie van het voorschreve middel door de gemelde Heeren haer Edele Groot Mog. Gecommitteerden sal werden overleght en overwogen, of niet soude en moeten werden vastgestelt,
1.   De verminderingh of afstellingh van het Zout en Zeep, soo veel aengaet de kleyne Getaxeerde en
      Onvermogende.
2.   Item van Coffy en Thee, mede ten aensien van de minst Vermogende.
3.   Insgelijcks van het recht op het trouwen en begraven, mede ten aensien van de kleyne Getaxeerdens en
      Onvermogende.
Laetstelijck, dat by de te doene opschryvinge van de Familien ende contribuťrende Personen insgelijcks opgenomen sullen werden alle Huysen, Buytenwooningen of Landeryen aen de Buytengezetenen toebehoorende, met expressie waer de selve Personen sich onthouden sullen, om nader overleght en overwogen te werden of eenige en hoedanige taxe op de selve gestelt behoorde te werden.
Ende werden de Heeren haer Edele Groot Mog. Gecommitteerde Raden in beyde Quartieren gelast en geordonneert te besorgen, dan den inhoude deses in de respective Quartieren behoorlijck ter executie geleght werde, ende sal voorts Extract authenticq van dien gesonden werden aen Burgemeesteren en Regeerders van de Steden, mitsgaders Schouten en Gerechten van de Dorpen, om te strecken tot hare narichtinge, ende om haer daer na te reguleren, met ordre, om van veertien dagen tot veertien dagen aen haer Edele Groot Mog. by Missive kennisse te geven wat daer in sal wesen gedaen en verricht.

Onder stondt,

Accordeert met de voorschreve Resolutien.

En was getekent,

Simon van Beaumont.

 

 

© 2002 Herman de Wit, Maarssen
Deze pagina is een onderdeel van de-wit.net